Klimaatconferentie Doha 2012

Van 26 november tot en met 7 december 2012 vond de achttiende jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaats in Doha, Qatar. Bovenaan de agenda stond het Kyoto-protocol dat eind 2012 afliep. De deelnemende landen besloten dit protocol uit 1997, dat afspraken bevat over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, te verlengen.

In de jaren í90 werden landen zich over de gehele wereld meer bewust van het probleem van klimaatverandering en de ernstige gevolgen die dat kan hebben voor zowel mens als milieu. De uitstoot van broeikasgassen als CO2 is daarbij een belangrijke factor.

Het jaar 1992 werd een beslissend jaar: wereldwijd sloten landen zich aan bij een internationaal verdrag, de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCC), om gezamenlijk de temperatuurstijging op aarde een halt toe te roepen en de effecten van klimaatverandering aan te pakken. In 1995 stelden de deelnemers aan de Conference of Parties to the UNFCC (COP), de jaarlijkse klimaatconferentie, dat de toenmalige bepalingen om de klimaatverandering tegen te gaan, niet meer voldeden. Ze besloten tot onderhandelingen om de wereldwijde reactie op klimaatverandering te versterken en sloten twee jaar later het Kyoto-protocol. Dat is in werking getreden op 16 februari 2005.

1.

Het Kyoto-protocol

In het Kyoto-protocol was overeengekomen dat de industrielanden hun uitstoot in de periode 2008-2012 met gemiddeld acht procent zouden verminderen ten opzichte van 1990. Het gaat om de broeikasgassen kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofmonoxide (N2O).

Het Kyoto-protocol was een bindende afspraak tussen ontwikkelde landen voor de vermindering van broeikasgassen. Op de zeventiende COP in 2011 in Durban (Zuid-Afrika) was besloten toe te werken naar een nieuw klimaatverdrag als opvolger van het Kyoto-protocol.

2.

De Europese Unie en Doha

Het Europees Parlement had, voorafgaand aan de klimaattop, de wens uitgesproken dat de EU-lidstaten en andere landen gezamenlijk tot actie overgaan om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken. In een resolutie die aangenomen werd op 22 november 2012 riep het Parlement op tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 30 procent in 2020 en een verlenging van het Kyoto-protocol.

De EU wilde graag dat:

  • er in Doha een goede basis zou worden gelegd voor een nieuwe wereldwijde klimaatovereenkomst die zou ingaan in 2015
  • er een kleiner verschil kwam tussen de beloften van de vermindering van uitstootgassen in 2020 en de noodzakelijke middelen hiervoor
  • landen concrete regels zouden maken over de verlenging van het Kyoto-protocol
  • volgende stappen zouden worden gezet op het gebied van klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden
  • de internationale gemeenschap zou doorgaan met het opbouwen van klimaatinstanties

De EU zag bovendien graag dat er op ministerieel niveau afspraken zouden worden gemaakt over hoe elk land bijdraagt aan de beperking van de temperatuurstijging. De Doha-delegatie van het Europees Parlement stelde vast dat de nieuwste bepalingen van Doha een perspectief boden voor de verdere aanpak van klimaatverandering. Toch was er ook teleurstelling. De EP-delegatie had gehoopt op concrete afspraken over het terugdringen van de wereldwijde temperatuurstijging met 2 graden. Het Parlement sprak de hoop uit dat bij komende klimaatconferenties, Europese lidstaten eensgezinder zouden optreden en zich beter voorbereiden. 

3.

De internationale gemeenschap en Doha

Er stond in Doha veel op het spel. Veel ontwikkelingslanden vonden dat grote industrielanden te weinig deden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Door de economische crises was de kans op investeringen in een duurzaam klimaatbeleid kleiner geworden. Rijke landen hadden bovendien beloofd om arme ontwikkelingslanden geld te geven voor de aanpassing aan klimaatverandering. Het was alleen nog niet duidelijk waar dat geld vandaan moest komen.

Een groot gedeelte van de deelnemers in Doha wilde een voortzetting van het Kyoto-protocol vanwege het bindende karakter. De Europese Unie wilde graag een verlenging tot 2020. Rijke voorstanders, zoals AustraliŽ en de EU, stoten samen slechts 15 procent van de wereldwijde broeikasgassen uit. Veel ontwikkelingslanden en grote industrielanden wilden het Kyoto-protocol slechts met vijf jaar verlengen. Japan, Rusland, Canada en Nieuw-Zeeland wilden juist geen vervolg aan het Kyoto-protocol geven. Zij vonden dat nieuwe klimaatdoelen geen zin hebben omdat voor opkomende landen, zoals China en India, geen bindende klimaatafspraken golden. De Verenigde Staten van Amerika hadden het Kyoto-protocol zelfs nooit ondertekend.

4.

Uitkomsten

Op de klimaatconferentie van Doha is afgesproken om het Kyoto-Protocol met een tweede termijn te verlengen en tot 2020 als leidraad te laten dienen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Er is bovendien afgesproken dat in 2020 een nieuw klimaatverdrag in werking moet treden, waarmee ook de opkomende economieŽn zoals China en BraziliŽ, aan klimaatafspraken gebonden kunnen worden. De stappen voor een dergelijk verdrag waren al in Durban (2011) gezet.

5.

Meer informatie

 
  • Contact
  • Home