Temperatuurveranderingen 2000 tot 2010

De VN-klimaatconferentie, die van 29 november tot en met 10 december 2010 plaatsvond in Cancún (Mexico), is uiteindelijk toch met een akkoord afgesloten. Alle landen hebben bevestigd dat de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging niet hoger mag zijn dan twee graden. Er zijn afspraken gemaakt over CO2-reductiecijfers en er komt een fonds dat arme landen moet helpen bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Ook zal ontbossing beter bestreden moeten worden. Er is nog geen overeenstemming over verlenging van het Kyoto-protocol, dat in 2012 afloopt.

De vorige conferentie, in Kopenhagen, werd door politici en burgers als een teleurstelling ervaren, omdat deze eindigde zonder bindende overeenkomsten en harde afspraken. Het belangrijkste punt op de klimaatconferentie was het maken van afspraken over beperking van de uitstoot van CO2, dat bijdraagt aan de klimaatverandering. Omdat het Kyoto-protocol in 2012 afloopt, werd de noodzaak om afspraken te maken die hierop volgen steeds dringender. In de afspraken van de vorige klimaatconferentie in Kopenhagen, stond dat de klimaattop in Mexico er voor zou moeten zorgen dat er een juridisch bindend document wordt opgesteld. Dit betekent dat landen verplicht worden zich aan de afspraken te houden, en dat wordt bepaald welke sancties er gelden als een land de regels overtreedt. Dat doel is bereikt, al zijn niet alle afspraken even concreet.

De milieucommissie van het Europees Parlement zette zich in voor bindende milieuregelgeving en harde CO2-reductieafspraken. De Duitser Jo Leinen, hoofd van de Europese delegatie naar Cancún en voorzitter van de parlementaire milieucommissie, hoopte dat de EU op de conferentie met één stem zou spreken en zo haar stempel op de conferentie kon drukken. Het Europees Parlement nam 26 november 2010 een resolutie aan die opriep de Europese doelstelling voor reductie van de uitstoot van broeikasgassen te verhogen van 20 naar 30 procent. Dat zou moeten bijdragen aan het welslagen van de klimaatconferentie. 

1.

Klimaatverandering

De aarde wordt warmer, wat grote gevolgen kan hebben voor mens en dier, overal ter wereld. In 1992 is onder leiding van de VN een serie conferenties en onderhandelingen begonnen waarmee regeringsleiders klimaatverandering hopen te beperken en het milieu te beschermen. Volgens de meeste wetenschappelijke studies is menselijke activiteit de belangrijkste oorzaak van het veranderende klimaat op aarde. Sinds de industriële revolutie is de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer fors toegenomen, onder meer door verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool en aardolie.  

Één van de bekendste broeikasgassen is CO2. Samen met andere gassen zorgt de aanwezigheid van CO2 in de atmosfeer voor het in stand blijven van een isolerende 'deken' om onze planeet die de warmte van het zonlicht vasthoudt rond het aardoppervlak. Doordat er steeds meer van deze gassen in de atmosfeer komen, wordt deze 'deken' dikker, waardoor meer warmte wordt vastgehouden en de temperatuur langzaam toeneemt.  Bovendien zorgt massale boskap ervoor dat er minder CO2 door de natuur wordt opgenomen. Bossen zetten CO2 namelijk om in zuurstof. De tropische regenwouden kunnen hun taak als 's werelds grootste opslagplaats voor CO2 steeds minder goed waarmaken, omdat er elk jaar veel regenwoud wordt gekapt.

2.

Aandacht voor de problematiek

Aan het einde jaren van de jaren tachtig van de vorige eeuw begon het besef geleidelijk door te breken dat de wereld langzaam aan het opwarmen is. De media begonnen aandacht aan het fenomeen te besteden en de Verenigde Naties besloten het onderwerp serieus op te pakken met de oprichting van het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC).

In haar eerste rapport in 1990 stelde het IPCC dat de wereld sinds het begin van de twintigste eeuw een halve graad warmer was geworden. Het rapport vormde de aanzet tot internationale onderhandelingen om het economisch handelen meer in evenwicht te brengen met de milieubelangen van onze planeet. De onderhandelingen leidden in 1992 tot een eerste wereldwijd klimaatverdrag, dat van Rio de Janeiro. De deelnemende partijen spraken af meer aandacht te besteden aan de bescherming van ecosystemen en de belangrijkste industrielanden moesten de uitstoot van CO2 drastisch verminderen.

Het akkoord van Rio was echter niet gedetailleerd uitgewerkt. Daarom bleef er grote behoefte om het tot een effectief instrument uit te laten groeien voor het tegengaan van klimaatverandering. Die verdere uitwerking kwam vijf jaar later in het Protocol van Kyoto (1997). De geïndustrialiseerde landen spraken daar gezamenlijk af om de uitstoot van broeikasgassen voor 2012 met 5 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. De rijkere landen kregen echter drie instrumenten ter beschikking om hun economische groei zo weinig mogelijk schade toe te brengen en tegelijkertijd de doelstellingen te halen:

De drie instrumenten hadden voornamelijk tot doel om de hoge kosten die gepaard  gaan met het terugdringen van emissies te beperken.

Het Kyoto-verdrag  trad pas begin 2005 in werking, twaalf jaar nadat het akkoord was gesloten. Om verschillende redenen hadden Canada, Japan en Rusland gewacht het protocol te ondertekenen. Grote afwezige bleef echter de Verenigde Staten, het land met de grootste gemiddelde CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking ter wereld. Met een gemiddelde uitstoot van een kleine 20 ton CO2 per persoon per jaar, presteert de VS veel slechter dan landen zoals Nederland (11 ton) en de opkomende wereldmacht China (4,6 ton).

3.

Nieuw verdrag nodig

Inmiddels komt de einddatum van Kyoto in zicht en zijn de modellen die de gevolgen van klimaatverandering op de middellange en lange termijn in kaart brengen, steeds preciezer geworden. Volgens deze modellen, waarop het IPCC in 2007 zijn laatste rapportage baseerde, is een zeespiegelstijging van meer dan zes meter mogelijk en moeten we rekening houden met temperatuurstijgingen van wel 3 tot 6 graden in de komende honderd jaar, als er geen ingrijpende maatregelen worden genomen. Dit zou een dramatische impact hebben op de natuur en landbouwgewassen op aarde.  

Gebleken is inmiddels ook dat de inspanningen van het Kyoto-protocol bij lange na niet genoeg zijn geweest om de ingezette klimaatverandering snel genoeg te beperken. De VN hoopt haar leden zover te krijgen dat nieuwe afspraken er toe leiden dat de temperatuursstijging beperkt kan worden tot 2 graden Celsius. Dit zou echter betekenen dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen niet veel meer boven het huidige niveau mag stijgen en in 2050 met circa 80 % moet zijn verminderd ten opzichte van het jaar 1990.

Naast deze afspraken over CO2-reductie, werd overeenstemming bereikt over hulp aan arme landen bij het nemen van maatregelen tegen de klimaatverandering. In de Kopenhagen conferentie werd afgesproken dat er een fonds moet worden opgericht voor arme landen die de gevolgen van klimaatverandering niet zelf op kunnen lossen en financiële steun verdienen. In de beginperiode van 2010 tot 2012 moeten de rijke landen daar samen 30 miljard dollar (21 miljard euro) in storten. Hoe dit fonds er precies uit zal gaan zien, en volgens welke regels het zal opereren, moet op de klimaatconferentie in Mexico worden beslist.

4.

Uitkomsten Cancún 

De belangrijkste aanwinst van 'Cancún' is dat afspraken die na Kopenhagen nog een vrijblijvend karakter hadden, nu bindend zijn vastgelegd. In lijn met de besluiten in Kopenhagen zal een Groen Klimaatfonds worden opgericht, zodat arme landen hulp krijgen bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. De Wereldbank is voorlopig verantwoordelijk voor het fonds. Waar het bedrag van 100 miljard dollar per jaar voor dat fonds vanaf 2020 vandaan moet komen, is nog niet duidelijk. Verdergaande ontbossing wordt bestreden, onder andere door het verzoek aan ontwikkelingslanden om daarvoor beleid op te stellen. Ook moet de CO2-uitstoot drastisch dalen. Over een vervangende regeling voor het Kyoto-protocol, dat in 2012 afloopt, is nog geen overeenstemming bereikt. Kyoto-landen moeten hun CO2-uitstoot in 2020 gezamenlijk met 25 tot 40 procent hebben gereduceerd, maar over bijdragen per land is niets afgesproken. Dit is wel een indirect signaal dat men bereid is Kyoto voort te zetten. Concrete besluiten daarover zijn uitgesteld, omdat Japan, Rusland en Canada willen dat de Verenigde Staten en China aan een nieuw verdrag meedoen.

In Mexico stemden 192 landen vóór het bereikte akkoord. Alleen Bolivia was tegen, omdat het naar de zin van de Boliviaanse onderhandelaars niet ambitieus genoeg is. Volgens de Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken, Patricia Espinosa, kan één enkel land bij een dergelijke conferentie een akkoord niet tegenhouden. Bolivia legt zich daar niet bij neer en heeft inmiddels aangekondigd het besluit aan te vechten bij het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, omdat in strijd met de besluitvormingsregels van het VN-Klimaatverdrag (UNFCCC) gehandeld zou zijn.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staat een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de aanstaande klimaatonderhandelingen in Mexico. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • De vorige klimaattop in Kopenhagen heeft wel degelijk zin gehad

    Het is niet juist om te stellen dat de klimaattop in Kopenhagen geheel is mislukt. In Kopenhagen is de basis gelegd voor internationale samenwerking tegen verdere milieuverontreiniging. Op deze basis wordt in Cancún nu verder geborduurd. Belangrijke internationale afspraken worden nu eenmaal niet in een paar dagen gerealiseerd.

  • Klimaatbescherming vraagt om een internationale aanpak

    Verontreinigde lucht houdt geen rekening met landsgrenzen. De enige manier om het milieu en ons klimaat effectief te beschermen is door internationale afspraken te maken over de bescherming van onze leefomgeving. Een internationaal probleem vraagt om een internationale aanpak.

  • De weigering van grootvervuilers om concessies te doen houdt de klimaatonderhandelingen in een houdgreep

    Snelgroeiende economieën zoals China, India en Brazilië willen geen milieu-eisen die hun groeiambities in de weg staan. Deze landen vinden dat de Westerse wereld met haar industrialisatie verantwoordelijk kan worden gehouden voor onze huidige klimaattoestand. Zij eisen concessies en financiële steun van de VS en de Europese landen, voordat ze zichzelf aan regels zullen binden. Zolang de Verenigde Staten niet over de brug wil komen, blijven de klimaatonderhandelingen in deze impasse steken.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

6.

Meer informatie

 
  • Contact
  • Home