Milieuloket:
Omgevingswarmte

 

Omgevingswarmte

Zowel de bodem, de lucht als het grondwater hebben een bepaalde temperatuur. Dit is de zogenaamde omgevingswarmte. Het onttrekken van warmte aan de omgeving is mogelijk door een warmtepomp te gebruiken. De omgeving kan ook dienen als opslagplaats voor warmte. Als een ge´soleerd stuk bodem in de zomer warm wordt, kan een "bodemwarmte-wisselaar" deze warmte 's winters 'ophalen'. Warmtepompen en bodemwarmtewisselaars zorgen voor de verwarming van leidingwater, zodat veel minder aardgas nodig is om het kraan-, douche-, - of wasmachinewater snel heet te krijgen.

Hoewel omgevingswarmte niet erg bekend is bij het grote publiek, groeit deze vorm van duurzame energie erg hard. In vele duizenden nieuwbouwwoningen zijn de verwarmingsfaciliteiten aangesloten op een warmtepomp. Ook steeds meer bedrijven kijken naar deze vorm van duurzame energie, en in de Randstad lopen talrijke projecten om omgevingswarmte (bijvoorbeeld uit zeewater of rivierwater) te gebruiken voor de stadsverwarming van tienduizenden woningen.

Inhoud

1.

Warmtepompen

De temperatuur van de bodem, rivierwater of zeewater is niet warm genoeg om er direct nuttig gebruik van te maken. Om de temperatuur van de omgeving te kunnen gebruiken voor de centrale verwarming, gebruikt men een warmtepomp.

Warmteonttrekking uit de bodem

De warmtepomp is met behulp van een kleine hoeveelheid elektriciteit of gas in staat om op zeer efficiŰnte wijze omgevingswarmte of afvalwarmte om te zetten naar een hoger temperatuurniveau voor verwarming (in de winter), of naar een lager niveau voor koeling (in de zomer). Met een speciale vloeistof wordt, via verdamping, de warmte aan de omgeving onttrokken. Deze warmte wordt vervolgens via condensatie onder hoge druk weer afgestaan ten behoeve van ruimteverwarming of warm tapwater. De pomp kan zowel verwarmen als koelen.

Met warmtepompen kunnen huishoudens en bedrijven ook de warmte van het afvalwater (douche-, afwas- of wasmachinewater) binnen het pand hergebruiken voor het opwekken van energie.

Bodemwarmte-wisselaar voor opslag van warmte

Behalve als 'warmteleverancier' kan de bodem ook gebruikt worden om hitte of koude op te slaan. Zo kunnen gedeeltes van de ondergrond dusdanig ge´soleerd worden, dat grond die tijdens de zomer is opgewarmd, 's winters gebruikt wordt voor de verwarming. Andersom werkt het ook: als bodem in de winter is afgekoeld, kan de afgekoelde bodem 's zomers ingezet worden voor verkoeling van het huis. Het onttrekken van deze warmte of koelte geschiedt met een bodemwarmtewisselaar. Deze bodemwarmtewisselaar gebruikt men tot een diepte van ongeveer honderd meter.

2.

Stadsverwarming

Diverse Nederlandse steden starten projecten, waarmee omgevingswarmte grootschalig wordt ingezet voor de stadsverwarming van tienduizenden huizen. De gemeente Amsterdam gaat de vrijkomende energie van een afvalverbrandingscentrale op deze wijze hergebruiken. Bij de verbranding van afval komen hete rookgassen vrij, en om de afvaloven te koelen wordt veel water verbruikt. Het verwarmde water en de rookgassen zal Amsterdam inzetten voor de verwarming van 15.000 nieuwbouwwoningen en 9.000 renovatiewoningen.

Ook de gemeente Rotterdam investeert in grootschalig hergebruik van restwarmte van de Botlek. Langs deze rivier opereren veel energie-intensieve bedrijven zoals raffinaderijen. Deze bedrijven gebruiken de rivier om hun machines te koelen, waardoor het terugstromende warme koelwater de Botlek voortdurend verwarmt. Rotterdam streeft ernaar om het Botlek-water in te zetten voor de stadsverwarming van 50.000 woningen, terwijl Den Haag en Delft overwegen om 70.000 woningen te verwarmen met dit water uit de Botlek. Voor 2010 zal de rivier naar verwachting bijdragen aan de verwarming van zo'n 500.000 woningen.

In Den Haag zijn verder proeven gaande om warmte terug te winnen uit rioolwater. Het vuile water heeft een temperatuur van 11 tot 23 graden als het de zee bereikt. Warmtewisselaars zouden 10.000 woningen van warmte kunnen voorzien. Daarnaast heeft een Haagse woningcorporatie plannen voor een zeewarmtecentrale, die warmte moet leveren aan 749 woningen. Hierbij 'tappen' warmtewisselaars de temperatuur van het zeewater af.

Mijnwater in Limburg

In juli 2004 kende de Europese Unie miljoenen euro's subsidie toe aan een mijnwaterproject in Heerlen. De nabijliggende mijnen zijn de afgelopen decennia gesloten, waarna de gangen en schachten onder water zijn gezet en met beton afgesloten. Het water is op sommige plekken zo'n 35 graden, op andere 17 graden. Door deze warmteverschillen te benutten, kan mijnwater het 's zomers gebouwen afkoelen en 's winters verwarmen. In de loop van 2005 zal het mijnwater de verwarming en koeling verzorgen van twee grote nieuwbouwprojecten in het centrum van Heerlen.

3.

Beleid

Anders dan voor bijvoorbeeld windmolens, voert de Nederlandse overheid geen actief stimuleringsbeleid voor de verdere verspreiding van warmtepompen en warmtewisselaars. Zo kunnen burgers sinds de afschaffing van de energiepremie in 2003 geen subsidie meer krijgen voor het installeren van deze apparaten.

Warmte en koude opslag in de bodem

Het ministerie van Economische Zaken stimuleert deze vorm van duurzame energie echter wel met de Energie Investeringsaftrek -regeling (EIA). Als ondernemers investeren in warmte- of koudeopslag, warmtepompen, systemen voor warmteterugwinning of aardwarmtewinning, en het terugwinnen van warmte uit afvalwater en stoomketels, dan kunnen zij 50 procent van de investering aftrekken van de belasting. Investeringen om energie uit het wegdek (asfalt) terug te winnen komen in aanmerking voor belastingaftrek via de VAMIL -regeling.

Een forse stimulans voor de verdere verspreiding van warmtepompen, is het aanscherpen van de energieprestatie-coŰfficient (EPC) in de woningbouw en utiliteitsbouw (bedrijven of kantoren met een oppervlak van meer dan 1.000 vierkante meter) van 1,0 naar 0,8 per 1 januari 2006. Dit wil zeggen dat nieuwe vastgoedprojecten aan strengere normen moeten voldoen voor wat betreft energiezuinigheid. Het inzetten van warmtepompen zal voor projectontwikkelaars en aannemers naar verwachting een veelgebruikt middel worden om de norm te halen.

4.

Ontwikkelingen

Nederlandse huishoudens gebruiken bijna 80 procent van hun totale aardgasverbruik voor verwarming. In bedrijfs- en overheidsgebouwen is dit percentage nog hoger, namelijk 90 procent. Door het inzetten van omgevingswarmte kan het aardgasverbruik fors naar beneden.

De hoeveelheid huishoudens met een warmtepomp neemt snel toe. In 2002 waren ruim 6.000 huizen voorzien van een pomp, in 2003 waren 42.000 warmtepompen ge´nstalleerd. Om de verspreiding te stimuleren heeft de branche-industrie in april 2002 een kwaliteitskeurmerk ingevoerd, waarmee 38 warmtepompen zijn gecertificeerd.

5.

Meer weten

Sites

 
  • Contact
  • Home