Europees milieubeleid

Plant met aarde in handen

De meeste milieuproblemen zijn grensoverschrijdend. Zo zorgen Nederlandse bedrijven en het Nederlandse wegverkeer voor luchtvervuiling, die grotendeels neerslaat in onze buurlanden. Andersom werkt het ook. Nederland heeft bijvoorbeeld te maken met rivierwater uit de Maas en de Rijn, dat vervuild is door industrieŽn in BelgiŽ, Duitsland en Frankrijk. De uitstoot van broeikasgassen en ozonlaagafbrekende gassen zorgen voor problemen die wereldwijde gevolgen hebben.

De Europese Unie zag al vrij vroeg in dat een gemeenschappelijke aanpak van milieuproblemen noodzakelijk was om bijvoorbeeld lucht en water binnen Europa zo schoon mogelijk te houden. Het Europese milieubeleid bestaat sinds 1972, toen de Europese Commissie het eerste Milieu Actieprogramma lanceerde. Inmiddels wordt een belangrijk deel van de Nederlandse milieuwetgeving bepaald door Europese milieurichtlijnen.

De Europese Commissie (EC) is de spil van het Europese milieubeleid. De EC neemt het initiatief tot richtlijnen, die vervolgens moeten worden omgezet in nationale wetgeving na goedkeuring door het Europees Parlement en de Europese Raad.

1.

Beleid

Het zesde Milieu Actieprogramma liep van juli 2002 tot juli 2012. Het programma spitste zich toe op klimaatverandering, natuur en biodiversiteit, milieu, gezondheid en welzijn, en duurzaam beheer van natuurlijke energiebronnen en afvalstoffen. De Europese Commissie werkt momenteel aan een voorstel voor een zevende Milieu Actieprogramma. De kernpunten daarin zijn:

  • versterking en betere uitvoering van huidig milieubeleid en -wetgeving
  • de overgang naar een groenere economie

Klimaatverandering

Het Milieu Actieprogramma streeft ernaar om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen op het niveau waarop geen kunstmatige veranderingen van het klimaat worden veroorzaakt. Op korte termijn wil de EU de doelstellingen van het Protocol van Kyoto bereiken, wat inhoudt dat in 2008-2012 de emissies van broeikasgassen met 8 procent verminderd moeten worden, vergeleken met 1990. Op langere termijn (2020) zijn in internationaal kader verdere reducties nodig: van 20-40%.

Natuur en biodiversiteit

De doelstelling voor het actiegebied natuur en biodiversiteit (soortenrijkdom) is de bescherming en het herstel van (de structuur van) natuurlijke systemen. De acties die de Commissie hiervoor zal ondernemen zijn onder andere het bevorderen van de duurzame ontwikkeling van bossen, en het steunen van onderzoek op het gebied van natuurbescherming. Zo heeft de EU het initiatief genomen voor Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. Bijna 20% van het grondgebied van de EU-lidstaten en 100.000 km2 van de zeeŽn is nu beschermd natuurgebied.

Milieu, gezondheid en welzijn

Voor milieu, gezondheid en welzijn streeft de Commissie naar het bereiken van een kwaliteit van het milieu die de volksgezondheid niet in gevaar brengt of negatief beÔnvloedt. De Commissie wil hiervoor het onderzoek op het gebied van gezondheid en milieu versterken en richtlijnen vaststellen en uitvoeren over bijvoorbeeld omgevingslawaai.

Natuurlijke energiebronnen en afvalstoffen

Voor dit laatste actiegebied is de doelstelling dat er niet meer natuurlijke hulpbronnen worden verbruikt dan het milieu kan verwerken. De hoeveelheid afvalstoffen diende in 2010 al met 20% verminderd te worden. Voor 2050 wordt een vermindering van 50% nagestreefd. Acties die zijn voorgesteld om dit te bereiken zijn heffingen op het gebruik van hulpbronnen en werken aan het recyclen van afvalstoffen.

2.

Hoe werkt het Europese milieubeleid?

De belangrijkste Europese milieu-autoriteit is de Europese Commissie, die wordt gevormd door 36 directoraten-generaal. Door middel van deze directoraten-generaal lanceert en handhaaft de Europese Commissie de wetgeving van de Europese Unie.

Besluitvorming

De meeste initiatieven voor nieuwe Europese milieuregels komen van de Europese Commissie. Ook lidstaten kunnen voorstellen indienen. Belangenorganisaties kunnen bovendien invloed uitoefenen, zo heeft Greenpeace een initiatief geformuleerd over richtlijnen voor genetisch gemodificeerde organismen, waarvan elementen door de Europese Commissie zijn gebruikt. De Commissie dient de initiatieven in bij het Europees Parlement (EP) en de Milieuraad (dat is een vergadering waarin alle milieuministers uit de EU-lidstaten bijeenkomen om over Europese wetsvoorstellen te praten). Recent zijn er wetgevingsvoorstellen geweest over strengere regels voor genetisch gemodificeerde gewassen en voor de reductie van geluidshinder rond luchthavens en snelwegen.

Het Europees Parlement kan deze voorstellen wijzigen of onveranderd laten. De Milieuraad kan het wetsvoorstel vervolgens goedkeuren (dan is het aangenomen), of een gemeenschappelijk standpunt vaststellen dat het EP vervolgens kan aannemen, wijzigen of verwerpen. Als de Raad de wijzigingen van het EP niet goedkeurt, komt er een bemiddelingscomitť bijeen om een gemeenschappelijke ontwerptekst te maken. Het wetgevingsvoorstel wordt niet aangenomen als het EP en de Raad de ontwerptekst alsnog verwerpen.

Draagvlak Europees milieubeleid

Uit een Europese opiniepeiling in opdracht van de Europese Unie van maart 2008 blijkt dat bijna alle Europeanen (96%) grote waarde hechten aan het beschermen van het milieu. Verder vindt een ruime meerderheid dat beslissingen op dit gebied gezamenlijk door de EU-landen moeten worden genomen. 82% vindt dat Europese regelgeving noodzakelijk is. Wel voelen veel Europeanen zich slecht geÔnformeerd over belangrijke zaken op milieugebied.

Handhaving van Europese milieuregels

Het directoraat-generaal Milieu, waarvan Stavros Dimas de huidige commissaris is, ziet er op toe dat de lidstaten de milieurichtlijnen doorvoeren in de nationale wetgeving. Als dit niet (goed genoeg) gebeurt, kan het DG in eerste instantie landen waarschuwen en in het ergste geval voor het Europese Hof van Justitie dagen.

Griekenland is bijvoorbeeld door de Europese Commissie voor het Europese Hof van Justitie gedaagd vanwege een illegale chemische afvalberg op Kreta. In 1992 kreeg Griekenland al een waarschuwing van de Europese Commissie, maar de Griekse overheid deed vervolgens te weinig aan het opruimen van de afvalberg. Na de procedure werd Griekenland in 2000 veroordeeld tot een boete van 20.000 euro voor elke dag dat het de afvalberg niet op zou ruimen. Dit is de eerste keer geweest dat het Hof zijn macht heeft gebruikt om een land een boete op te leggen.

Europees Milieuagentschap

Een belangrijke spin in het web van het Europees milieubeleid is het Europees Milieu-Agentschap (EMA). Het agentschap heeft als belangrijkste taak om beleidsmakers te voorzien van informatie die nodig is om een goed en effectief beleid te maken ter bescherming van het milieu. Meer dan 300 Europese milieu-instanties en onderzoekscentra zijn aangesloten bij het EMA, waaronder het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het KNMI. Het RIVM is een zogenaamd National Focal Point , wat inhoudt dat het RIVM de voornaamste leverancier is van milieu-informatie over Nederland.

3.

De relatie van de EU met Nederland

Het is niet verwonderlijk dat de EU-lidstaten af en toe moeite hebben om Europese regelgeving te accepteren. Weliswaar hebben lidstaten zelf invloed, omdat ze milieuministers afvaardigen in de Milieuraad. Maar als de Nederlandse minister in de Milieuraad alleen staat, zal vaak toch besloten worden tot maatregelen die relatief ongunstig zijn. Ook het feit dat de Europese Commissie de lidstaten voor het Europese Hof van Justitie kan dagen, betekent dat een stukje nationale zeggenschap over het milieubeleid is verdwenen.

Subsidiariteit en proportionaliteit

Meer dan de helft van alle Nederlandse wetgeving komt uit Brussel. Toch heeft Nederland niet alle controle over de milieuwetgeving verloren. Dit komt omdat de Europese regelgeving moet voldoen aan een aantal beginselen, die de zelfstandigheid van EU-lidstaten garandeert:

  • het subsidiariteitsbeginsel : de EU mag alleen regels opleggen, als Europese regelgeving doeltreffender is dan maatregelen op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Zo zijn er geen Europese regels over stanknormen, omdat buurlanden geen last hebben van stank in Nederland. De Nederlandse rijksoverheid kan het stankprobleem prima zelf afhandelen zonder regels uit Brussel.
  • het proportionaliteitsbeginsel : iedere EU-lidstaat mag op zijn eigen manier bepalen hoe het een EU-doelstelling wil halen, als de doelstelling maar bereikt wordt. Als er bijvoorbeeld Europese normen worden opgelegd voor de luchtkwaliteit, mogen lidstaten zelf bepalen of ze dit willen bereiken door instelling van subsidies, belastingmaatregelen, beperkende wetgeving etc.

Nederland als voorbeeld voor Europa: autowrakken en elektrische apparaten

In 2000 nam het Europese parlement een wet aan die bepaalde dat autofabrikanten oude auto's moeten terugnemen, om autowrakken op milieuvriendelijke wijze te recyclen. Hiermee volgt Europa het Nederlandse systeem voor autorecycling, dat wordt gecoŲrdineerd door het ministerie IenM en branchevereniging Auto Recycling Nederland (ARN). Het Nederlandse systeem verplicht de kopers van nieuwe auto's een bijdrage van 45 euro te betalen, waarmee de kosten van de recycling van autowrakken wordt betaald.

Met dit systeem is het Nederland gelukt om sinds 1995 het recyclingspercentage van auto-onderdelen te verhogen, van 75 procent naar 85 procent van het gewicht van de auto. De ARN streeft naar een recyclingspercentage van 95 procent. Dit streven is overgenomen door het Europees Parlement, in de Europese Richtlijn Autowrakken.

Ook het Nederlandse systeem van inzameling en recycling van afgedankte elektrische apparaten heeft model gestaan voor Europa. Sinds 2001 zijn Europese richtlijnen ingesteld, die producenten en winkeliers verplichten om afgedankte apparaten in te nemen, en het systeem te financieren met een extra belasting op het apparaat. Hiermee volgt Europa de Nederlandse praktijk, waar al sinds 1999 een verwijderingsbijdrage wordt geheven op de inzameling van wit- en bruingoed.

Spanningen tussen Nederland en de EU: verpakkingsafval en mest

Tussen Nederland en de EU is er onenigheid over het terugdringen van verpakkingsmateriaal. In Nederland worden door de overheid convenanten getekend met het bedrijfsleven. Dat zijn niet-wettelijke afspraken over het terugdringen van verpakkingsmateriaal, waarbij het bedrijfsleven zelf de regels vaststelt die leiden tot de afvalvermindering.

De EU schrijft echter voor dat er wettelijke maatregelen moeten worden genomen. Omdat dit in Nederland niet het geval is, wil de Europese Commissie juridische stappen ondernemen tegen Nederland. Deze strenge opstelling is opvallend, omdat het Nederlandse convenanten-systeem succesvol is. De Nederlandse oud-europarlementariŽr Dorette Corbey merkte in januari 2003 dan ook op: "Het is onzin om een rechtszaak aan te spannen tegen een land dat de milieudoelstellingen wel haalt". De opstelling van de Commissie lijkt zowel in strijd met het proportionaliteits- als met het subsidiariteitsbeginsel.

Het mestbeleid zorgt voor grotere problemen. Het Nederlandse mestoverschot veroorzaakt een grootschalige uitstoot van verzurende stoffen, die water, bodem en lucht vervuilen. Ook beschermde diersoorten lijden onder de verzuurde leefomgeving. Het Nederlandse beleid heeft de afgelopen jaren echter niet geleid tot een afdoende vermindering van de uitstoot, waardoor de Europese nitraatrichtlijnen niet worden gehaald. Momenteel heeft de Europese Commissie een rechtszaak lopen tegen Nederland. Als Nederland hierin veroordeeld wordt zal de overheid een dwangsom moeten betalen die kan oplopen tot een kwart miljoen euro voor elke dag dat Nederland in gebreke blijft.

4.

Het Europees milieubeleid van de Verenigde Naties

Naast de Europese Unie heeft ook de Verenigde Naties een milieuprogramma, dat is uitgesplitst naar regio. De milieucoŲrdinatie voor Europa vindt plaats in het kader van de Economische Commissie voor Europa UN-ECE, waaraan 55 landen deelnemen (inclusief Amerika, Canada en de voormalige Sovjet-republieken in Centraal-AziŽ). De milieuministers uit deze landen komen regelmatig bijeen voor conferenties, waarin afspraken worden gemaakt die bindend zijn voor de deelnemers. De samenwerking op milieugebied heeft een vlucht genomen sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989.

5.

Meer weten

Internetsites

(koepelorganisatie van Europese milieuorganisaties, Nederland is hierin onder meer vertegenwoordigd door de Stichting Natuur en Milieu, de Stichting Geluidhinder, Natuurmonumenten, Milieudefensie en de Stichting Waddenvereniging)

 
  • Contact
  • Home