Emissiehandel

Uitstoot industrie
Bron: euobserver.com

Bij veel grote fabrieken en energiebedrijven komen broeikasgassen, zoals CO2, uit de schoorsteen. Die gassen zijn mede oorzaak van de klimaatverandering. De overheid kan bepalen dat bedrijven maximaal een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen mogen uitstoten. 

Het recht om broeikasgassen uit te stoten wordt een emissierecht genoemd. Voor deze rechten moet in principe worden betaald; dit wordt 'het veilen van emissierechten ' genoemd. Het is daarnaast voor vervuilers mogelijk emissierechten onderling te verhandelen. Bedrijven die te veel broeikasgassen uitstoten riskeren namelijk een boete. Om deze boete te voorkomen kunnen zij emissierechten kopen van bedrijven die meer rechten hebben gekocht dan zij nodig hebben.

Emissiehandel wordt gezien als een belangrijk instrument in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Om de invloed van de mens op de klimaatverandering te beperken, is het nodig de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Om dat te bereiken zullen met name grote energiebedrijven en grote industriŽle complexen de uitstoot van deze gassen moeten beperken. Door middel van emissiehandel kunnen bedrijven geld besparen door hun uitstoot te beperken. 

De vraag naar emissierechten is echter sinds 2011 afgenomen. De Europese Commissie stelde daarom voor om minder emissierechten op de markt te brengen. Hiermee ging het Europees Parlement op 16 april 2013 niet akkoord. In juli 2013 stemde, met een krappe meerderheid, het EP toch in met het beperken van emissierechten.

1.

Emissiehandel - hoe werkt het?

Klimaatverandering wordt veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen, vooral CO2. Sommige broeikasgassen dragen veel meer bij aan de klimaatveranderingen dan andere. Om ze te kunnen vergelijken, worden alle broeikasgassen 'omgerekend' naar CO2. Op die manier kan een uitstootvermindering van het ene gas worden vergeleken met het andere. Een ton methaan is bijvoorbeeld 21 keer zo schadelijk als een ton kooldioxide en zwavelhexafluoride (SF6) is maar liefst 23.900 keer zo schadelijk.

Voor de markt in broeikasgassen wil dit zeggen dat het verminderen van een ton CO2-uitstoot een reductie van een ton CO2-equivalenten oplevert, terwijl het verminderen van een ton methaan of zwavelhexafluoride respectievelijk 21 en 23.900 CO2-equivalenten opleveren.

De emissiehandel richt zich met name op grote fabrieken en energiebedrijven. Nationale overheden leggen per sector maxima vast voor de uitstoot van broeikasgassen vast. Als de bedrijven hun maximum dreigen te overschrijden, kunnen zij op de markt broeikasgas-kredieten kopen om op deze manier toch, tegen betaling, extra broeikasgassen uit te kunnen stoten. Doen ze dat niet, en stoten ze toch teveel uit, dan krijgen ze een boete.

Zo kost vervuiling dus geld, en wordt het voor bedrijven aantrekkelijk om de hoeveelheid CO2 die ze uitstoten, te verminderen. Bedrijven die het juist beter doen dan het door de overheid opgelegde maximum, kunnen het "bespaarde" aantal ton CO2-equivalenten juist op de markt aanbieden. Zo verdienen zij geld.

2.

Emissiehandel in Europa

Op 9 december 2002 heeft de Europese Unie de eerste internationale markt voor emissiehandel (binnen de EU) mogelijk gemaakt. De Raad van Milieuministers keurde een plan goed waarin maxima voor emissies worden vastgesteld voor energiebedrijven, olieraffinaderijen, hoogovens, en de sectoren staal, ijzer, cement, glas, keramiek, papier, en pulp.

In de Europese Unie is de handel opgedeeld in drie periodes. In de eerste periode , die van januari 2005 tot januari 2008 liep, werd vooral 'al doende geleerd'. De EU-lidstaten mochten zelf de maxima van uit te stoten broeikasgassen vastleggen. Daarnaast werd het grootste deel van de emissierechten gratis aan bedrijven toegewezen, slechts een klein deel van de totale rechten werd geveild.

In de tweede periode , die van januari 2008 tot januari 2012 liep, sloten de niet-EU-landen Noorwegen, IJsland en Liechtenstein zich aan bij de emissiehandel. Bovendien moeten vanaf 2012 alle luchtvaartmaatschappijen gaan betalen voor de uitstoot van CO2 van hun toestellen. Dit ondanks felle protesten van de Internationale Organisatie voor de Luchtvaart (IATA).

De IATA stelt dat de luchtvaartsector al langere tijd kampt met een crisis en het nog moeilijker zal krijgen door invoering van emissiehandel. In januari 2011 werd bekend dat de Europese Commissie een aantal technieken ter vernietiging van broeikasgassen buiten de emissieregeling houdt. Op die manier wil de Commissie bereiken dat andere - goedkopere en meer doeltreffende - methoden worden gebruikt.

In de eerste en tweede periode maakten de nationale overheden plannen waarin was vastgelegd hoeveel rechten er verhandeld en weggegeven zouden worden.

Voor de derde handelsperiode , die loopt van 2013 tot 2020, gaat de Europese Commissie zelf bepalen hoe emissierechten worden toegewezen. Volgens een beslissing die de Commissie in maart 2011 publiceerde zal bijvoorbeeld de energiesector in de meeste lidstaten geen gratis emissierechten krijgen. Alleen energiebedrijven in Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, RoemeniŽ en TsjechiŽ zullen in aanmerking kunnen komen voor gratis emissierechten.

De milieucommissie van het Europees Parlement gaf op 19 februari 2013 aan dat er, als het aan haar ligt, minder emissierechten op de markt komen. Het Parlement stelt dat de markt voor emissierechten verzadigd is. De prijs voor uitstootrechten is daarmee gedaald waardoor bedrijven niet geprikkeld worden om te investeren in een schone industrie. Een eenmalige verlaging van het aantal uitgegeven emissierechten moet daarom helpen de markt vlot te trekken.

Doordat de Europese Commissie en niet de nationale overheden de emissierechten toewijst, zullen verschillen in kosten en controle kleiner worden en zal toezicht op de naleving op gelijkwaardiger basis plaatsvinden. Per jaar wil de Commissie in de derde periode het maximum aantal rechten steeds met 1,74% per jaar verminderen.

Daarnaast wordt het aantal kosteloze emissierechten in de derde periode sterk gereduceerd. Alleen als het risico groot is dat bedrijven naar buiten Europa verhuizen, zullen deze nog gratis rechten krijgen. Dit geldt voor sectoren waarbij bedrijven onder druk van internationale concurrentie gedwongen zouden kunnen worden hun productie te verplaatsen naar landen buiten de EU die geen vergelijkbare emissiebeperkingen opleggen. Daar is vervuilen goedkoper. Als deze bedrijven hun productie zouden verplaatsen dan zou de emissie op wereldschaal toenemen. Er wordt dan wel van het 'koolstoflek' gesproken.

3.

Ineenklappen van de emissiehandel

De vraag naar emissierechten van CO2 is sinds 2011 met 70% afgenomen. Er is daardoor een groot overschot aan emissierechten. De recessie zorgt ervoor dat veel bedrijven op halve kracht draaien en minder uitstoot van broeikasgassen produceren. De bedrijven hebben daardoor genoeg aan minder emissierechten. Daarnaast heeft de Europese Unie veel emissierechten gratis uitgedeeld. De lage CO2-prijs voor de emissierechten zorgt ervoor dat ondernemingen niet worden gestimuleerd om te investeren in groenere energie. 

De handel van emissierechten klapte op 24 januari 2013 ineen. Dit kwam door het besluit van het Europees Parlement om het voorstel (pdf) om minder emissierechten op de markt te brengen, af te wijzen. Eurocommissaris Hedegaard stelde voor om tot 2015 900 miljoen ton CO2-rechten minder te veilen en deze pas later op de markt te brengen. Met dit voorstel ging het Parlement niet akkoord.

In juli 2013 ging het EP alsnog overstag en stemde het in met een afgezwakte versie van het voorstel om minder emissierechten op de markt te brengen. In het nieuwe voorstel staat dat de Europese Commissie in uitzonderlijke gevallen eenmaal de veiling van emissierechten mag aanpassen. De Commissie mag maximaal 900 miljoen ton CO2-rechten uit de markt halen.

4.

Meer weten

  • Contact
  • Home