Handhaving van milieuregels door de overheid - Hoofdinhoud
De overheid moet erop toezien dat milieuregels worden nageleefd. Als de wet (of de milieuvergunning) wordt overtreden, kan daartegen worden opgetreden. De overheid kan een dwangsom opleggen, die de overtreder moet betalen als hij de regels niet naleeft. Ook kan op kosten van de overtreder een einde worden gemaakt aan een illegale situatie; dit wordt bestuursdwang genoemd. In ernstige gevallen kan zelfs de vergunning van een bedrijf worden ingetrokken. Deze maatregelen van de overheid vallen onder de zogenaamde 'bestuursrechtelijke handhaving'.
Daarnaast kan de rechter in bepaalde gevallen aan een overtreder een boete of gevangenisstraf opleggen. Dan is sprake van 'strafrechtelijke handhaving'.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De overheid is verplicht erop toe te zien dat de milieuregels worden nageleefd. Het gaat daarbij om wetten en andere regelingen van de rijksoverheid, maar bijvoorbeeld ook om de voorschriften die in een milieuvergunning staan. De overheidsinstantie die een milieuvergunning heeft verleend, is als eerste verantwoordelijk voor het handhaven van de regels (zie artikel 18.2 van de Wet milieubeheer). Vaak is dat de gemeente, soms de provincie. Zij hebben milieu-inspecteurs in dienst, die controleren of de regels worden nageleefd.
In geval van overtredingen, kan de overheid kiezen tussen verschillende middelen om de naleving van de regels af te dwingen.
Soms worden overtredingen door de vingers gezien. Daar kunnen goede redenen voor zijn: het kan bijvoorbeeld gaan om een tijdelijke situatie, omdat op korte termijn een vergunning zal worden verleend. Of er kan sprake zijn van overmacht: door een ongeluk zijn gevaarlijke stoffen vrijgekomen en deze moeten tijdelijk worden opgeslagen op een terrein, zonder dat daar een vergunning voor is. Wanneer een overtreding bewust wordt gedoogd, zou de verantwoordelijke overheid eigenlijk een zogenaamde 'gedoogbeschikking' moeten opstellen, waarin staat omschreven welke voorschriften in acht genomen moeten worden en voor hoe lang de situatie wordt gedoogd.
Maar het kan ook laksheid zijn waardoor niet tegen een overtreding wordt opgetreden. In zo'n geval kan men de overheid vragen actie te ondernemen.
Als sprake is van een overtreding, kan de overheid daar door 'feitelijk handelen' tegen optreden. Dit wordt 'bestuursdwang' genoemd. Er zijn allerlei manieren mogelijk. Enkele voorbeelden:
-
-het afgraven van illegaal gestorte grond
-
-het afbreken van een illegaal gebouwde schuur
-
-het stilleggen van een bedrijf (evt. door het te verzegelen)
-
-het afvoeren van autowrakken
De overheid kan dit zelf doen, of er iemand voor inhuren. Soms zal de assistentie van de politie worden ingeroepen (daarom werd vroeger ook wel van 'politiedwang' gesproken).
Voordat bestuursdwang wordt toegepast, moet de overtreder de kans krijgen om zelf een eind te maken aan de illegale situatie. De overheid waarschuwt dan dat zal worden opgetreden als de overtreder niet binnen een bepaalde (redelijke) termijn een aantal nader omschreven maatregelen neemt (zie artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht). In spoedeisende gevallen kan de overheid meteen optreden, zonder eerst te waarschuwen en een termijn te stellen.
De kosten die de toepassing van bestuursdwang met zich meebrengt, kunnen worden verhaald op de overtreder.
Omdat bestuursdwang een behoorlijk ingrijpend middel is, wordt er niet vaak gebruik van gemaakt.
Als sprake is van een illegale situatie, kan de overheid bepalen dat de overtreder een bepaald bedrag moet betalen. Zo'n zogenaamde dwangsom kan worden opgelegd per overtreding of per dag dat de overtreding voortduurt, maar het kan ook gaan om een eenmalig bedrag. (Zie artikel 5:32-5:36 van de Algemene wet bestuursrecht.)
De overheid geeft de overtreder in principe eerst de gelegenheid een einde te maken aan de illegale situatie. Pas als dat niet helpt, moet de overtreder gaan betalen. De hoogte van het bedrag moet in verhouding staan tot de ernst van de overtreding. Ook moet er een maximumbedrag worden bepaald (als een dwangsom van 500 euro per dag is opgelegd, kan bijvoorbeeld worden bepaald dat het totaal van de opgelegde bedragen maximaal 15.000 euro is).
De overheid zal niet gauw een dwangsom opleggen, omdat het een behoorlijk ingrijpend middel is.
Burgers en milieu-organisaties kunnen de overheid vragen op te treden tegen een illegale (of ongewenste) situatie. Zij kunnen verzoeken bestuursdwang toe te passen of een dwangsom op te leggen (zie artikel 18:14 van de Algemene wet bestuursrecht). Wordt dit geweigerd, dan kan binnen zes weken een bezwaarschrift worden ingediend bij de overheid die het verzoek afwees.
Vervolgens neemt de overheid opnieuw een besluit (in principe binnen zes weken na het verzoek). Daartegen kan binnen zes weken nadat het besluit is genomen, beroep worden ingesteld bij de Rechtbank (sector bestuursrecht); daarna is nog hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wanneer beroep of hoger beroep is ingesteld, kan zo nodig om een voorlopige voorziening worden gevraagd. Voor (hoger) beroep en een verzoek om voorlopige voorzienig moet griffierecht worden betaald.
Als in strijd wordt gehandeld met de vergunningvoorschriften of met algemene regels, kan de overheid die de vergunning heeft verleend, besluiten deze in te trekken (zie artikel 18.12 lid 1 van de Wet milieubeheer). Ook burgers, milieugroepen e.d. kunnen de overheid vragen een vergunning in te trekken (zie artikel 18:14 van de Algemene wet bestuursrecht).
Intrekking van een vergunning is daarnaast onder meer mogelijk als sprake is van "ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu" en aanscherping van de vergunningvoorschriften daarvoor geen oplossing biedt. Voor de vergunning wordt ingetrokken, moet het bedrijf de gelegenheid krijgen zich binnen een gestelde termijn alsnog aan de regels te houden.
De overheid stelt het bedrijf (en evt. degene die om intrekking heeft gevraagd) eerst op de hoogte van het plan de vergunning in te trekken. Zij mogen hun mening ('zienswijze') geven (zie artikel 3:30 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht). Daarna stelt de overheid een ontwerp-besluit op. Dit wordt bekendgemaakt, bijvoorbeeld in een plaatselijk huis-aan-huisblad (zie artikel 3:30 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Binnen twee weken kan iedereen tegen het ontwerp-besluit bedenkingen inbrengen (zie artikel 3:32 van de Algemene wet bestuursrecht).
Vervolgens neemt de overheid een besluit. Daartegen kan binnen zes weken beroep worden ingesteld bij de Rechtbank (sector bestuursrecht); daarna is nog hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wanneer beroep of hoger beroep is ingesteld, kan zo nodig om een voorlopige voorziening worden gevraagd. Voor (hoger) beroep en een verzoek om voorlopige voorzienig moet griffierecht worden betaald.
Als er in uw omgeving dingen gebeuren met het milieu waarvan u zich afvraagt of het wel 'in de haak' is, kunt u (behalve bij uw gemeente) ook terecht bij Lokaal signaal. Dit is een meldpunt dat is ingesteld door het ministerie van VROM. Is duidelijk dat er regels worden overtreden, dan kunt u ook contact opnemen met de VROM-inspectie. Daarnaast kunt u eventueel de politie vragen proces-verbaal op te maken.
Internetsites
-
-Wet milieubeheer, hoofdstuk 18
zie www.wetten.nl, zoek vervolgens op titel: Wet milieubeheer
-
-Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 5
zie www.wetten.nl, zoek vervolgens op titel: Algemene wet bestuursrecht
Of neem contact op met