Milieuloket:
Watervervuiling

 

Watervervuiling

twee glazen met troebel en helder water

Rivieren, meren en andere zoete wateren in Nederland worden vervuild door menselijke activiteiten. Soms is de vervuiling afkomstig uit andere landen, soms is ze het resultaat van binnenlandse activiteiten. De sectoren landbouw, industrie en huishoudens zijn allemaal verantwoordelijk voor de vervuiling van het water. Een blijvend zorgenkindje vormt het rioleringsstelsel in Nederland. De komende decennia zijn miljardeninvesteringen nodig om het rioolwater grondig te blijven zuiveren, en regenwater te scheiden van gewoon afval.

Veel ecosystemen zijn afhankelijk van zoet water. De vervuiling heeft tot gevolg dat de planten en dieren waaruit deze ecosystemen bestaan aangetast worden. Ook zorgt vervuiling ervoor dat het steeds moeilijker en duurder wordt om schoon drinkwater te winnen voor menselijk gebruik.

Overigens zijn er ook delen van Nederland waar er door menselijk ingrijpen een tekort aan water bestaat. Lees hier meer over in de kwestie: verdroging.

Inhoud

1.

Oorzaken

Riolen

Nederlandse riolen hebben steeds meer moeite met het natter wordende klimaat en strengere milieu-eisen. Tussen 2000 en 2005 moest twee miljard euro worden geÔnvesteerd om te zorgen dat riolen de hevige regens konden blijven verwerken. Het gebeurde regelmatig dat na een periode van forse regenbuien een deel van de rioolinhoud werd overgestort naar sloten en zeewater. Dit was vervelend in landbouwgebieden, omdat boeren constateerden dat het vee ziek werd na overstortingen. Maar ook op andere manieren hadden mensen last van overstortingen. De ANWB kondigde in februari 2003 dat veel stranden aan de Noordzee geen blauwe vlag voor veilig zwemwater zouden krijgen, en waarschuwde ook in juli 2004 tegen vies zeewater.

Inmiddels is het probleem van de riooloverstorten onder controle. Strenge milieu-eisen, zoals het aanleggen van voorzieningen om regenwater apart op te vangen (niet in het riool) hebben de afgelopen jaren echter veel investeringen gevergd en zullen dat de komende decennia ook blijven doen. De Stichting Rioned sprak in augustus 2005 de verwachting uit dat de rioolheffingen voor huizenbezitters de komende jaren stapsgewijs zouden verdubbelen. In 2009 bedroeg de rioolheffing gemiddeld 161 euro ten opzichte van 125 euro in 2005 euro. De verwachting is dat de rioolheffing in 2014 250 euro zal zijn.

Bestrijdingsmiddelen

De landbouw is verantwoordelijk voor vermesting en de uitstoot van veel bestrijdingsmiddelen. Met name in de tuinbouw en de bollenteelt worden veel onkruidverdelgers gebruikt. Ook verharde bedrijventerreinen worden vaak onkruidvrij gehouden met chemische bestrijdingsmiddelen. Als het regent spoelen deze giftige stoffen af naar sloten of rivieren, waar ze veel schade aanrichten. Ze zijn giftig voor waterplanten en waterinsecten en bedreigen de drinkwaterwinning.

Industrie

Iedereen kent wel het beeld van een vieze fabriek met een lozingspijp die rechtstreeks in een visrijk beekje uitkomt. De industrie is dan ook een belangrijke vervuiler. Bij de meeste industriŽle processen wordt gebruik gemaakt van water, onder meer voor bepaalde productieprocessen. Het water wordt na afloop geloosd, waardoor bijvoorbeeld zouten en metalen zoals zink en koper in het water terecht komen. Verder zijn veel fabrieken aan het water gevestigd, waardoor de kans op vervuiling bij ongelukken groot is. Zo lekte na een ongeluk bij een chemische fabriek in Zuid-Holland 7 ton mercaptaan in de Maas (2 november 2001).

Ook gebruikt de industrie (bijvoorbeeld elektriciteitscentrales) veel water voor de koeling van hete machines. Het water dat daarna in de rivier wordt afgevoerd is vaak warm, wat extra slecht is voor de natuur. Verder loost de industrie ook radioactief afval uit (voornamelijk in de Noordzee) en is soms verantwoordelijk voor vervuiling op een grote schaal door rampen of illegale lozingen.

Transport

Naast het gebruik bij productieprocessen en koeling, dient water natuurlijk ook als transportmiddel. Lange vrachtschepen varen op de diverse waterwegen af en aan, waarbij regelmatig ongelukken gebeuren. Voorbeelden van grote ongelukken die gevolg hadden voor de kwaliteit van het water zijn de botsing tussen twee tankers in het Duitse Bad Salzig, waarbij 170 ton benzine in de Rijn kwam (26 oktober 1998); het zinken van een schip op het IJsselmeer, waarbij 778 ton afgewerkte smeerolie in het water kwam (4 maart 2000); het afbranden van een schip bij het Duitse Krefeld, waarbij 170 ton salpeterzuur in de Rijn verdween (22 november 2001); en het lekken van 30 ton stookolie op de Waal (juli 2005).

2.

Gevolgen

Het dierlijk leven

Het uitsterven van de otter in Nederland in 1988 is hťt symbool van de zoetwatervervuiling. Vervuild water is slecht omdat schadelijke stoffen zich langzaamaan ophopen in de lichamen van zoogdieren en vissen. De weerstand tegen ziektes neemt hierdoor af. De diersoorten krijgen een grote klap wanneer er - bijvoorbeeld door een ongeluk - een grote afvoer van vervuilende stoffen plaatsvindt (zo'n grote afvoer heet piekflow). In juni 2002 zijn otters uit Letland en Wit-Rusland geplaatst in de moerasgebieden van Overijssel en zuidoost Friesland, maar de zalm en de steur zijn uit de Rijn verdwenen.

De lozing van zware metalen in zoet water zorgt vaak voor bijzonder langdurige schade. Het water van rivieren en meren houdt zichzelf grotendeels schoon via kleine plantjes en diertjes, die door chemische processen vuile stoffen afbreken. Deze stoffen moeten echter wel een 'natuurlijke' organische bron hebben, zoals bijvoorbeeld olie. Water kan zichzelf niet reinigen wanneer het gaat om vervuiling door zware metalen en andere niet-natuurlijke, anorganische stoffen zoals koper, zink en cadmium. Daarnaast zorgt het lozen van koelwater vaak voor thermische vervuiling, ofwel vervuiling door warmte. Als warm water geloosd wordt, kunnen de in het water levende organismen minder gemakkelijk afvalstoffen verwerken.

De vervuiling die de waterflora en -fauna niet kan verwerken, daalt naar de bodem van het water of gaat zich hechten aan slibdeeltjes. Vaak verplaatsen de schadelijke stoffen zich in langzaam stromende modder, waardoor ze het dierlijke leven aantasten over een groot wateroppervlak. Ook dringt dit vervuilde water door naar het grondwater en uiteindelijk naar landbouwgronden.

In Nederland ondervinden vooral de stroomgebieden van de Maas, Rijn en Schelde de gevolgen van de vergiftiging. Belangrijke natuurgebieden zoals de Waddenzee worden ten slotte ook aangetast. Dit heeft gevolgen voor de trekvogels die hier voorkomen en ook de recreatiemogelijkheden die de Waddenzee biedt.

Volksgezondheid

De volksgezondheid loopt door de watervervuiling geen direct gevaar, omdat het drinkwater goed wordt gereinigd. Overschrijding van de maximumnormen voor wat betreft de concentraties nitraat en bestrijdingsmiddelen in het drinkwater komt vrijwel nooit voor. Het schoonmaken van water is echter duur en kost veel tijd.

In het verleden werd drinkwater gezuiverd met chloor, nu wordt het water gereinigd door speciale fijne filters die werken met ultraviolette straling of ozon. Chloor wordt incidenteel nog wel ingezet als er tijdelijk veel ziektekiemen in het water voorkomen.

Zuivering van drinkwater is en blijft essentieel. Het drinken van vervuild water kan bij mensen leiden tot groeiafwijkingen, een verminderde vruchtbaarheid of een verslechterde weerstand.

3.

Maatregelen

De handhaving van de waterkwaliteit in Nederland berust bij Waterschappen voor het lokaal beheer, en het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor het landelijk beheer van de rijkswateren. Door middel van het beleid voor oppervlaktewaterkwalitiet wil de overheid concentraties van ongewenste stoffen onder bepaalde risiconiveaus en streefwaarden houden. Door het sluiten van internationale verdragen met onder andere Duitsland, BelgiŽ en Frankrijk streeft de overheid naar emissiebeperking.

Het is lastig om doeltreffend op te treden tegen watervervuiling. Water wordt vervuild door de uitstoot van erg veel verschillende stoffen, die bovendien vaak een buitenlandse oorsprong hebben. Zo is de Rijn vervuild met stoffen die afkomstig zijn van grote Franse en Duitse industriegebieden. Bovendien is het meestal erg moeilijk om duidelijk aan te wijzen van welke bronnen de vervuiling afkomstig is (wat de zogeheten 'puntbronnen' zijn), omdat de oorzaak van vervuiling vaak ligt bij vele bronnen. Verder blijkt het moeilijk om landen te verplichten zich aan internationale afspraken te houden.

Het huidige milieubeleid is steeds meer gericht op het bestrijden van risico's, en het minimaliseren van de effecten van grote rampen en onverwachte grote lozingen. Hierover worden internationale afspraken gemaakt, bijvoorbeeld tussen de landen die aan de Rijn, Maas of Schelde liggen. De EU legt voorts het gebruik en de lozing van bepaalde stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen aan strenge banden. Het Nederlandse beleid loopt hierop vooruit; in 2010 waren de schadelijke milieu-effecten van bestrijdingsmiddelen al met 95 procent verminderd.

4.

Ontwikkelingen

De afgelopen tientallen jaren is veel oppervlaktewater schoner geworden, maar de laatste jaren is weinig vooruitgang meer geboekt in het verhogen van de waterkwaliteit. Dit komt deels doordat de grootste vervuilers al zijn aangepakt, waardoor spectaculaire verbeteringen van de waterkwaliteit moeilijker te realiseren zijn. De vervuiling wordt nu voornamelijk veroorzaakt door een veelheid van bronnen die elk maar een klein gedeelte van de totale vervuiling verzorgen. Het bestrijden van vervuiling wordt hierdoor moeilijker. Verder worden veel stoffen in het water geloosd waarvan de milieu-effecten nog onduidelijk zijn. De overheid heeft in 2001 een onderzoeksprogramma ingesteld om meer te weten over watervervuiling.

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is sinds de jaren 1980 gehalveerd doordat de overheid strenge normen voorschrijft met betrekking tot gebruik en lozing. Hierdoor zijn water en bodem iets gezonder geworden, maar er blijft nog veel schoon te maken. Metingen tonen aan dat vaak meer bestrijdingsmiddelen in het water aanwezig blijven dan is toegestaan. Toch zullen scherpe normen met betrekking tot bestrijdingsmiddelen naar verwachting de komende jaren hun vruchten afwerpen.

De binnenlandse en buitenlandse industrie loost dankzij strengere regels minder zware metalen dan in het verleden. De uitstoot van zware metalen als koper, zink en cadmium blijven echter voor veel watervervuiling zorgen. Wel heeft de industrie een werkgroep ingesteld die oplossingen zoekt voor het lozen van koelwater.

5.

Europa

De Kaderrichtlijn Water van de Europese Unie vormt een raamwerk voor het Nederlandse beleid. Deze richtlijn uit 2000 heeft als doel de kwaliteit en kwantiteit van het Europese oppervlakte-, grond- en zeewater te beschermen. De EU wil met deze richtlijn tevens de versnipperde Europese waterwetgeving harmoniseren.

De Nederlandse wetgeving voldeed al voor een groot deel aan de Kaderrichtlijn Water. De nationale wetgeving hoefde daarom niet ingrijpend aangepast te worden.

6.

Internationaal

De bescherming van kwetsbare maritieme ecosystemen zoals de koraalriffen krijgt steeds meer de aandacht. De koraalriffen worden bedreigd door het vissen met sleepnetten. Vissersschepen schrapen dan met een zware balk over de zeebodem, en vernielen daarmee kwetsbare koraalriffen. Ook de verzuring en verwarming van het oceaanwater tasten de koraalriffen aan.

Het dumpen van afval in zee heeft ook geleid tot de vorming van een enorm gebied in de Stille Oceaan waar plastic afval uit alle wereldzeeŽn terecht komt. Niet de grote stukken plastic maar de afgebroken plastic deeltjes zorgen voor veel problemen. Die deeltjes komen in de voedselketen terecht, met alle gevolgen van dien.

Internationale wetgeving is zeer beperkt. Deze richt zich met name op de zeescheepvaart. Er zijn regels voor het lozen van afval op zee. Ook moeten schepen veiliger worden gebouwd, om rampen zoals met de olietanker Exxon Valdez (tientallen miljoenen liters ruwe olie vervuilden in 1989 een groot deel van de kust van Alaska) te voorkomen.

7.

Meer weten

Internetsites

Of neem contact op met

 
  • Contact
  • Home