Stank

Neus met een wasknijper erop

Na geluidhinder is stankhinder verantwoordelijk voor de meeste milieuklachten van burgers. Er is sprake van stankhinder wanneer iemand een onplezierige geur als overlast ervaart. Dit is niet voor iedereen hetzelfde. Toch zijn de meeste mensen het erover eens dat uitlaatgassen, mest, veel industriŽle processen en afval niet lekker ruiken.

Stankhinder kan, bij langdurige blootstelling, gevolgen hebben voor de gezondheid. Tegen stank kunnen verschillende maatregelen genomen worden, zoals strengere regelgeving voor de landbouw, de bouw en de industrie.

1.

Oorzaken

Vies ruikende stoffen kunnen afkomstig zijn van verkeer (uitlaatgassen), industrie (vooral van de chemische en voedingsmiddelenindustrie), landbouw (mest) en huishoudens (barbecues, houtkachels en open haarden). Verder speelt het weer een belangrijke rol in het ontwikkelen van vieze luchtjes. Hoge temperaturen zorgen vaak voor een toename in de stankoverlast.

Constante klachten

De milieukwaliteit van landelijke gebieden in Nederland heeft vaak te lijden onder stankoverlast. Deze wordt voor een groot gedeelte veroorzaakt door de mestproductie door de intensieve veeteelt, die zorgt voor de uitstoot van grote hoeveelheden stinkende ammoniak. Stallen veroorzaken vaak een grote "stankcirkel" rondom het boerenbedrijf. Daarnaast zorgen ook het uitrijden van mest op akkers, mestopslagen en brijvoerinstallaties voor overlast. De grootste probleemgebieden zijn de varkensgebieden van Oost-Brabant, Noord-Limburg en de westrand van de Veluwe. Dit staat in een rapport uit november 2002 van Alterra, het Wageningse kennisinstituut voor de groene leefomgeving.

Alterra verwachtte dat er in 2010 geen ernstige geurhinder meer zou voorkomen onder de bevolking, maar deze doelstelling is niet gehaald. Onder andere door het verplaatsen van stankveroorzakende bedrijven en de invoering van zogenaamde groenlabelstallen moest het aantal stankgebieden afnemen. In deze groenlabelstallen is het voer aangepast zodat er minder ammoniak wordt uitgestoten. Daarnaast zorgt een verbeterde afzuiging en ventilatie voor verdere vermindering van stinkende gassen. Ook het uitkopen van veehoudende boerenbedrijven (het beleid ter bestrijding van overbemesting) moest zorgen voor een afname van het probleem. Hoewel het probleem wel flink is afgenomen (gehalveerd sinds 1990), ondervindt nog steeds 5 tot 13 procent van de volwassen Nederlandse bevolking geurhinder van verschillende bronnen.

 
grafiek over geurhinder per bron

Naast de landbouwgebieden kan stank van bedrijven een structureel probleem zijn, met name in het dichtbevolkte Rijnmondgebied, omdat zich hier veel industrieŽn hebben gevestigd. Zeker als de bron van de stank dicht bij een woonwijk is geplaatst, kan dit voor een constante stroom klachten zorgen. Recente voorbeelden zijn:

  • De uitlaatgassen van schepen en het schoonmaken van tankerschepen zorgen al enkele jaren lang voor een constante stroom stankklachten in Hoek van Holland (gemiddeld meer dan 30 per maand). Verschillende maatregelen hebben de stank wel verminderd, maar zeker bij een Zuidwestelijke wind blijft de overlast groot.
  • In Goor was naast een woonwijk een bedrijf gevestigd dat slachtafval verwerkte. Jarenlang ontving de Milieuklachtenlijn in Overijssel veel klachten over stank van buurtbewoners. Sinds 2005 is het bedrijf definitief gesloten vanwege voortdurende overtredingen van de geur- en geluidsvoorschriften.

Incidentele klachten

Stankklachten komen het meest in de publiciteit als het een eenmalig ongeluk betreft dat veel mensen treft. Vaak vinden deze incidenten plaats in het Rijnmondgebied rond Rotterdam, omdat hier veel industriŽle complexen zijn gevestigd (bijvoorbeeld in de petrochemie). De industrie gebruikt regelmatig zeer sterk ruikende stoffen tijdens productieprocessen. Een klein ongeluk bij de opslag, verwerking en lozing van deze stoffen is dan vaak al genoeg om voor grote overlast te zorgen. Daarnaast kunnen ongelukken bij afvalverwerkingsbedrijven ook veel stank veroorzaken.

Voorbeelden van ongelukken die honderden klachten hebben veroorzaakt:

  • Door een ongeluk met de afsluitklep bij een chemisch bedrijf in het Botlekgebied stroomde 7 ton mercaptanen (chemische stoffen) in de Nieuwe Maas (november 2001). Honderden mensen klaagden over een geur van kattenpis.
  • Bij een Vopak-vestiging in de Botlek scheurde op 16 januari 2003 een opslagtank, waardoor 1,6 miljoen liter orthocresol wegstroomde. Het ongeval veroorzaakte een gaswolk boven Vlaardingen en stankoverlast tot in de verre omtrek.
  • In juni 2007 ontstond er boven Weert een gaswolk die enige tijd stankoverlast veroorzaakte. De stank kwam vrij doordat bij sloopwerkzaamheden in het oude Philipsgebouw ťťn of meer vaten met ammomniumsulfide lek raakten.

2.

Gevolgen voor de gezondheid

Geur en stank

Geur wordt voor een deel veroorzaakt door vluchtige chemische verbindingen, die door de lucht het reukslijmvlies in de neus bereiken. Hier bevinden zich zintuigcellen: de reukcellen. Van hieruit lopen verschillende zenuwen naar een speciaal gebied van de hersenen. Een hoge geurblootstelling kan met name de drielingzenuw activeren. Dit zorgt voor een prikkelend, irriterend of branderig gevoel, en uit zich in beschermende reflexen als niezen, minder diep ademhalen en tot het inhouden van de adem.

Geurhinder (stank) is moeilijk objectief vast te stellen. Wat de een aangenaam vindt kan door de ander als stank ervaren worden (b.v. parfum of Franse kaas). Geurhinder heeft zowel subjectieve (zintuiglijke en gevoelsmatige) als objectieve (lichamelijke) aspecten. Wel is het zo dat naarmate de geurintensiteit stijgt, geur steeds meer als stank wordt ervaren.

 
 geurhinder

Somatische en psychosomatische gezondheidsklachten

In 2004 bleek dat 14% van de Nederlandse bevolking hinder ondervond van stank van wegverkeer en/of industrie. Zo'n 9% van de ondervraagden noemde industrie als bron van geurhinder en 7% vond het verkeer de boosdoener. De gevoeligheid van het geurzintuig verschilt overigens sterk tussen personen en per type geur.

Somatische gezondheidsklachten zijn direct door geur (meestal sterk en onaangenaam) ervaren lichamelijke klachten. Deze kunnen zich uiten in bijvoorbeeld hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, slapeloosheid of benauwdheid. In 2002 werd door de Universiteit Maastricht onderzoek gedaan bij een grote varkensfokkerij, waaruit bleek dat de typische geur van ammoniak een neusprikkeling veroorzaakt, die bij een hoge concentratie reflexreacties oproept als oogirritatie, een brandende of geÔrriteerde neus, loopneus, of (indirecte oorzaak) een bijholteontsteking. Uit ander onderzoek kwam een duidelijk verband naar voren tussen de geurhinder rond tapijtfabrieken in Steenwijk en luchtwegklachten bij omwonenden.

Psychosomatische gezondheidsklachten zijn (bijvoorbeeld door geurhinder veroorzaakte) stressafhankelijke gezondheidsklachten. In het Maastrichtse onderzoek is een verband aangetoond tussen de stank rond een varkensfokkerij en pijn op de borst bij omwonenden. Dergelijke reacties kunnen fysiologische neurohormonale processen starten, die op hun beurt tot lichamelijke klachten of ziekteverschijnselen kunnen leiden.

3.

Waar kunt u terecht met klachten?

Als burgers klachten hebben over stank, dan kunnen zij dit aangeven bij de gemeente. Eventueel kunt u terecht bij de Milieuklachtenlijn van uw provincie.

De gemeente is in eerste instantie verantwoordelijk voor de leefomgeving, en zal dus moeten optreden tegen stank. De Inspectie Leefomgeving en Transport kijkt of de gemeenten hun handhavende taken goed uitvoeren. Als er niet adequaat wordt gereageerd op klachten over stank, kunt u dit eventueel melden aan het Meldpunt of via Milieuklachten.nl.

4.

Maatregelen

Wetgeving voor de landbouw

Veehouders (met name varkens- en pluimveebedrijven) moeten bij hun bedrijfsuitvoering voldoen aan strenge regelgeving, die hoofdzakelijk is vastgelegd in de Reconstructiewet Concentratiegebieden, de Wet Milieubeheer en de De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), die sinds 1 januari 2007 van kracht is. Deze vervangt de diverse wet- en regelgeving en geeft plattelandsgemeenten meer vrijheid bij het bepalen van stanknormen. Veehouders moeten bij hun bedrijfsuitvoering voldoen aan stanknormen, die bepaald worden volgens een ingewikkeld systeem dat rekening houdt met de hoeveelheid dieren, het staltype, de diersoort en de ligging van het agrarisch bedrijf ten opzichte van verschillende typen woningen.

De gevolgen van de stankwetgeving voor plattelandsgemeenten zijn groot. Rond elk boerenbedrijf dat stank veroorzaakt wordt een denkbeeldige cirkel getrokken. Binnen deze 'stankcirkel' mogen geen nieuwbouwwoningen gebouwd worden.

Wetgeving voor de bouw

De stankoverlast die veroorzaakt wordt door particulieren en de horeca wordt bestreden door strengere eisen te stellen aan de isolatie van het gebouw (denk aan keukens) en het ophalen van afval. Zo zou bijvoorbeeld een snackbar geen grote hinder meer mogen veroorzaken.

Maatregelen in de industrie

Ook de industrie moet zich houden aan scherpere regels. Zo trachten bedrijven stankhinder te verminderen door materialen beter te isoleren en te beveiligen. Na een ongeluk gaan bedrijven meestal snel over tot het aanbrengen van isolerend materiaal over de stankbron, zeker als deze in het water of in het riool is gekomen.

Ook hogere schoorstenen met krachtige (bio)filters zouden klachten kunnen verminderen. Door de verhoogde 'uitworphoogte' zou de geur meer gemengd worden met de buitenlucht en dus minder overlast veroorzaken. Deze maatregel leidt echter niet altijd tot vermindering van de klachten. Een friet-fabriek in Oudenhoorn (Zuid-Holland) zorgde voor klachten over frituurlucht. Sinds de hogere schoorsteen gaan de klachten nu over een lucht van gekookte aardappelen. Ook in Goor heeft een bedrijf dat slachtafval verwerkt een hogere schoorsteen geplaatst. Dit had een contra-productief effect: omdat de geur over een groter gebied verspreid werd, nam de stankhinder toe.

Als een bedrijf veel klachten veroorzaakt door overtreding van milieuvergunningen, kan de provinciale milieudienst overgaan tot juridische maatregelen, bijvoorbeeld door het opleggen van boetes.

5.

Ontwikkelingen

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (toen nog ministerie van VROM) stelde zich in 1995 als doel de stankhinder door wegverkeer, landbouw en industrie te beperken tot 12 procent in 2000 (lees meer over de meetmethoden in de kwestie geluidhinder, omdat stank op dezelfde wijze als geluidhinder wordt gemeten). Hoewel de stanknormen binnen de milieuvergunningen voor horeca en industrie sindsdien flink zijn aangescherpt, bleek de doelstelling te hoog gegrepen.

Inmiddels zijn er geen duidelijke nieuwe doelstellingen over het verminderen van stankhinder. Het aanvankelijke streven om in 2010 nergens meer in Nederland ernstige geurhinder voor te laten komen, is niet gehaald. Wel doet het ministerie van Infrastructuur en Milieu meer onderzoek naar de gezondheidseffecten van stankhinder. Ook worden agrariŽrs met subsidieregelingen gestimuleerd om de kwalijke gevolgen van ammoniakemissies via mest terug te dringen door de aanleg van milieuvriendelijke groenlabelstallen. Ten slotte is het de afgelopen jaren ook makkelijker geworden voor burgers om klachten over stank te melden bij de provinciale milieudiensten.

Momenteel wordt er gewerkt aan de herziening van het agrarische stankbeleid. Als dit doorgaat zal de herziening leiden tot een versoepeling van de normering van de geurhinder door de landbouw. Dit komt doordat bij de verlening van vergunningen aan landbouwbedrijven, minder dan voorheen, rekening hoeft te worden gehouden met al aanwezige bronnen.

Stankcirkels

Overigens hopen veel plattelandsgemeenten op versoepeling van de stankregels. Vaak zijn hele dorpen bedekt met zogenaamde "stankcirkels". Dit zijn denkbeeldige cirkels rond varkens- en pluimveebedrijven, waarvan de mest zorgt voor stank rond het bedrijf. Binnen de cirkels mogen volgens de bestaande milieuwetgeving geen woningen worden gebouwd vanwege de overlast. Voor veel plattelandsgemeenten in Brabant en Limburg is dit een probleem, want hierdoor komen nieuwbouwprojecten stil te liggen.

Omdat in het verleden al in 25 steden succesvol is geŽxperimenteerd met het versoepelen van de stankwetgeving, is op 1 januari 2007 De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. De Wgv geeft plattelandsgemeenten meer vrijheid bij het bepalen van stanknormen.

6.

Meer weten

Sites

Klachten

U kunt uw klacht indienen via milieuklachten.nl. Die site handelt geen klachten af, maar stuurt uw klacht alleen door naar de overheden en instanties waar uw klacht behandeld dient te worden.

 
  • Contact
  • Home