Verdroging

Droge grond met scheuren

De afgelopen vijftig jaar is de grondwaterstand in Nederland op veel plaatsen gedaald met enkele decimeters tot zelfs een meter. Dit leidt tot verdroging van de bodem, wat nadelige gevolgen heeft voor veel planten die van een hoog waterpeil afhankelijk zijn. Bovendien neemt ook de kwaliteit van het aanwezige water af.

Met name natuurgebieden worden bedreigd door verdroging van de bodem. Tijdens droge zomers krijgen natuurgebieden vaak een extra klap, omdat veel boeren water uit rivieren halen om hun akkers te besproeien. Hierdoor verandert de samenstelling van het al aanwezige water ingrijpend, wat schadelijk is voor de natuur.

1.

Oorzaken

De menselijke activiteiten die verantwoordelijk zijn voor de verdroging zijn gevarieerd. Voor de hand liggende oorzaken zijn de onttrekking van grondwater voor drinkwater, industriële toepassingen (koelwater voor machines) en het besproeien van gewassen. Deze activiteiten zorgen echter maar voor ongeveer 30 procent van de verdroging.

De landbouw zorgt door het afwateren van de grond voor ongeveer 60 procent van de verdroging. Voor de akkerbouw is het namelijk vaak handig om een stevige droge grond te hebben omdat landbouwmachines dan beter kunnen ploegen. Bovendien is de kans op verrotting van bijvoorbeeld wortels hoger in een natte, drassige grond. Daarnaast zorgt de toegenomen hoeveelheid gewassen door het intensiveren van de landbouw voor meer verdamping. Ook de aanplant van naaldbomen in de duinen of loofbossen op zandgronden zorgt voor een toename van de verdamping.

Ten slotte is de ruimtelijke inrichting van Nederland van invloed op de verdroging. Door een toename van asfalt en beton in de stad kan regenwater de grond minder makkelijk bereiken. Het regenwater wordt wel opgevangen, maar meestal gelijk afgevoerd naar rivieren en kanalen. Het grondwater zakt hierdoor, omdat de aanvoer van regenwater stokt. Ook dragen inpoldering, de aanleg van kanalen, en het droogmaken van meren bij aan de verlaging van de grondwaterstand.

2.

Gevolgen

Ongeveer 40 procent van de Nederlandse plantensoorten is afhankelijk van een hoge grondwaterstand of van een opwaartse stroming (een 'kwel') van grondwater. Door verlaging van de waterstand worden dergelijke planten zeldzamer. Dit heeft weer gevolgen voor de dieren die voor hun voedselvoorziening afhankelijk zijn van deze planten. Leefgemeenschappen van planten en dieren (ecosystemen) worden dus aangetast.

Daarnaast wordt bij de bestrijding van verdroging soms vervuild oppervlaktewater binnengelaten. Het vervuilde water bevat vaak mineralen en fosfaten waar de aanwezige planten juist niet tegen kunnen. De gebieden die het meest getroffen worden door verdroging zijn duingebieden met duinvalleien, natte heidegebieden en hoogvenen.

3.

Voorbeeld: De Groote Peel

Het natuurpark de Groote Peel, gelegen in Noord-Brabant en Limburg, is één van de meest vogelrijke plaatsen van West-Europa. Dit hoogveengebied wordt omgeven door landbouwgronden die tot 1993 aan afwatering deden om de grondwaterstand te verlagen. Daarnaast werd er tijdens droge zomers ook nog grondwater opgepompt voor besproeiing van akkers. Zo ontstond er een verschil in grondwaterstand van anderhalve meter tussen de Groote Peel en zijn omgeving.

 
Verdroogd landschap waarin het Pijpenstrootje (lange grassoort) overheerst

Het Pijpenstrootje is een overheersende grassoort op plaatsen in de Groote Peel die enigszins verdroogd zijn.
Bron http://www.nme-limburg.nl/peel/planten.htm

Aanvankelijk werd door waterschappen en het ministerie van Landbouw besloten om vanuit omliggende kanalen het grondwaterpeil te verhogen. Ook werd de uitbreiding van de bestaande systemen om grondwater op te pompen verboden en werden extra sloten gegraven om het water beter te verdelen.

Deze maatregelen bleken echter niet voldoende om verdroging tegen te gaan, mede omdat boeren mochten blijven afwateren. In 2001 is daarom besloten alle drainage en onttrekking van grondwater voor het besproeien van akkers volledig stop te zetten. Daarnaast zal water door middel van stuwwallen vastgehouden worden en zal er extra water aangevoerd worden naar het gebied om de Groote Peel heen. Deze maatregelen, die ruim 4 miljoen euro kosten zullen de verdroging van de Groote Peel echter niet volledig kunnen verhelpen.

4.

Verwachte ontwikkelingen

Tot nu toe is gebleken dat maatregelen en projecten tegen verdroging weinig resultaat hebben. Naar verwachting zal in 2020 tweederde van de natuur die van grondwater afhankelijk is, verdroogd zijn. Een definitieve oplossing bestaat nog niet.

Een eerdere overheidsdoelstelling om het verdroogde gebied in 2000 met 25 procent te verminderen, is niet gehaald. Naar verwachting zullen de verdrogingsproblemen bovendien toenemen door klimaatverandering, die waarschijnlijk drogere zomers zal brengen. Verdroging blijft dus een probleem waar flink aan gewerkt moet worden. Overigens zijn er in verschillende regio's wel positieve lokale ontwikkelingen en gaat water een steeds grotere rol spelen in de politieke besluitvorming.

5.

Maatregelen en beleid

Grondwater speelt een rol bij landbouw, ruimtelijke ordening en waterhuishouding. Zo valt het onder de verantwoordelijkheid van ten minste drie ministeries. Het probleem komt aan bod in het Nationaal Waterplan (ministerie van Verkeer en Waterstaat, nu IenM) en in de Vijfde Nota voor Ruimtelijke Ordening (VROM, nu IenM). Verder komt de verdrogingproblematiek terug in het beleid omtrent natuur en landbouw (ministerie van LNV, nu EL&I).

Het overheidsbeleid is gericht op de bescherming en het herstel van de natuur. Er wordt geprobeerd natuurherstelprojecten te combineren met het behoud of het omhoogtrekken van de grondwaterstand. Grondwaterwinning zou niet meer mogen toenemen en soms moet de locatie van winning veranderen.

Lokale overheden formuleren doelstellingen met betrekking tot een gewenste grondwaterstand. Deze maatregelen zijn direct gericht op het water. Samen met een doordachte ruimtelijke ordening en geïntegreerde lokale projecten waarin waterschappen samenwerken met provinciale en gemeentelijke overheden, moeten deze maatregelen leiden tot een effectievere bestrijding van verdroging.

Daarnaast bestaan er internationale conventies en richtlijnen en regionale plannen die zich allemaal bezighouden met de verdrogingproblematiek. Het verdrag van Ramsar, ondertekend in 1971, vormt de basis voor veel afspraken op het gebied van het beheer van beschermde watergebieden (wetlands). Onder andere de Groote Peel staat geregistreerd als een 'wetland'. Daarnaast vormt de Kaderrichtlijn Water 2000 van de Europese Unie een raamwerk voor Nederlands beleid.

6.

Europa

De Kaderrichtlijn Water van de Europese Unie vormt een raamwerk voor het Nederlandse beleid. Deze richtlijn uit 2000 heeft als doel de kwaliteit en kwantiteit van het Europese oppervlakte-, grond- en zeewater te beschermen.

De EU wil met deze richtlijn ook de versnipperde Europese waterwetgeving harmoniseren. De aanpak van het probleem van verdroging wordt namelijk veelal nog aan nationale overheden overgelaten.

7.

Meer weten

Internetsites

Of neem contact op met

 
  • Contact
  • Home