Schadelijke stoffen

Vrijwel alle milieuproblemen zijn terug te voeren op de kwalijke gevolgen van een te grote concentratie van bepaalde schadelijke stoffen in lucht, water of bodem. Soms komen deze stoffen vrij na een vulkaanuitbarsting of een andere natuurramp. In alle overige gevallen is de mens de hoofdverantwoordelijke voor de uitstoot van deze stoffen.

1.

Oorzaken

Schadelijke stoffen komen op drie belangrijke manieren vrij. Ten eerste zorgt menselijk en dierlijk afval voor vervuiling. Ten tweede komen veel stoffen vrij bij de productie en consumptie van energie. Ten slotte hebben we gevaarlijke stoffen nodig om allerlei producten te maken die het leven veraangenamen. Als we deze producten niet meer nodig hebben gooien we ze weg, waarna ze in het milieu terechtkomen.

Mens en dier

Als veel mensen of dieren op een klein gebied wonen, terwijl sanitaire voorzieningen ontoereikend zijn om het afval te verwerken, ontstaan problemen. In de Derde Wereld ontbreekt in veel sloppenwijken een goede riolering. Maar in Nederland hebben we ook met dit probleem te maken. Onze riolen kunnen het natter wordende weer slecht aan, waardoor steeds meer menselijke en dierlijke mest rechtstreeks wordt geloosd op het oppervlaktewater. Als dit in te grote concentraties wordt verspreid, is dit schadelijk voor het milieu.

Energie

Voor opwekking van energie worden grote hoeveelheden stoffen gebruikt die schadelijk zijn voor het milieu. Olie, gas, steenkool en uranium voeden onze energiecentrales, maar zorgen ook voor de uitstoot van koolstof en zwavel, lekkende olietankers en radioactief afval. Niet alleen de productie, maar ook het gebruik van energie vervuilt het milieu. De industrie is een grootverbruiker van energie. Maar ook de consument heeft veel energie nodig, thuis en in de auto, waardoor allerlei stoffen worden uitgestoot.

Producten

Asbest werd gebruikt om daken en wanden te isoleren, kwik zit in thermometers, cadmium in batterijen en televisietoestellen. Met aluminiumfolie verpakken we boterhammen en een leven zonder plastic is nauwelijks meer voor te stellen. Voor het telen van gewassen gebruiken we bestrijdingsmiddelen, om het huis schoon te maken schoonmaakmiddelen. Enzovoorts.

Om al deze producten te maken gebruikt de industrie een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen, waarbij veel afval vrijkomt. Ook als we de producten eenmaal gebruikt hebben, zullen de spullen (van boterhamzakjes tot koelkasten) op een afvalberg komen en op deze manier het milieu vervuilen.

2.

Welke schadelijke stoffen zijn er?

Hieronder wordt een selectie van belangrijke schadelijke stoffen gepresenteerd, gerangschikt naar de problemen die zij veroorzaken.

Broeikaseffect

  • Methaan (CH4)
  • Distikstofoxide (N2O, ook wel lachgas genoemd)
  • Fluorverbindingen (HFK's, PFK's, SF6)

Aantasting ozonlaag

  • Halonen
  • Diverse broomverbindingen
  • Diverse chloorverbindingen

Smog

Verzuring

Vermesting

Afval

3.

Verwachte ontwikkelingen

Stoffen zijn het meest schadelijk als zij de kans krijgen zich over een groot gebied te verspreiden. Als schadelijke stoffen terecht zijn gekomen lucht, water of bodem is het uiterst moeilijk om het op te ruimen. Een belangrijk speerpunt van het overheidsbeleid is daarom verspreiding van schadelijke stoffen te voorkomen.

De beste manier om de verspreiding van schadelijke stoffen tegen te gaan, is te voorkomen dat zij vrijkomen (preventie). De afgelopen jaren zijn daarom veel giftige of schadelijke stoffen verboden. Zo mogen cfk's (gebruikt in koelvloeistof voor koelkasten) al een aantal jaren niet meer gebruikt worden. Andere stoffen, als cadmium, lood en kwik, mogen alleen nog maar gebruikt worden als ze absoluut noodzakelijk zijn en niet door een minder schadelijke stof vervangen kunnen worden. Ook het gebruik van zink, koper, chroom, nikkel, zwavel en bestrijdingsmiddelen moet worden teruggebracht.

Soms is preventie niet mogelijk. Daarom worden steeds strengere eisen gesteld aan afvalverwerkingsinstallaties om verspreiding van schadelijke stoffen te voorkomen. Bijvoorbeeld door krachtige filters in schoorstenen te installeren.

4.

Maatregelen

De Nederlandse regering heeft het beleid rond milieugevaarlijke stoffen vastgelegd in de Strategienota Omgaan Met Stoffen (SOMS) uit 2001. Deze nota formuleert maatregelen om het gebruik van gevaarlijke stoffen te beperken en om de risico's daarvan te verminderen. Het beleid is vooral gericht op het voorkomen van vervuiling door producenten en gebruikers.

Vanaf 2004 moeten alle in Nederland verkrijgbare stoffen voorzien zijn van een zogenoemd "geverifieerd stofprofiel". Daaruit kan worden afgeleid hoe gevaarlijk een stof is. Gevaarlijke stoffen zullen aan de hand van het profiel worden ingedeeld in vijf gevarencategorieën.

In 2015 moeten alle gevaarlijke stoffen voorzien zijn van basisgegevens en zo nodig van een risicobeoordeling. Andere maatregelen die in de nota worden aangekondigd, zijn onder meer: het openbaar maken van stof- en productinformatie, het beëindigen van het gebruik van onaanvaardbaar gevaarlijke producten en het niet meer toepassen van gevaarlijke stoffen in consumentenproducten

Verder zal Nederland zich steeds meer inzetten op preventief beleid en internationale samenwerking.

 
 fijn stof concentratie

5.

Europa

In juli 2000 werd aangekondigd dat vanaf 2003 de vijftien EU-lidstaten aan de Europese Commissie moeten rapporteren hoeveel gevaarlijke stoffen de fabrieken in hun land uitstoten. Daardoor kan worden gecontroleerd of lidstaten voldoen aan internationale milieuverplichtingen over het verminderen van de uitstoot van dergelijke stoffen.

Het rapport moet worden opgesteld aan de hand van een register waarin 50 stoffen zijn opgenomen. In totaal zal de uitstoot van ongeveer 20.000 fabrieken in de Europese Unie worden bijgehouden.

De EU-landen moeten iedere drie jaar rapporteren aan de Europese Commissie. De gegevens komen voor het publiek beschikbaar via internet.

6.

Internationale afspraken

Om het gebruik van milieuschadelijke stoffen te beperken, zijn sinds de jaren 1970 tal van internationale afspraken gemaakt in VN-verband. Nederland heeft vrijwel al deze maatregelen geratificeerd. Het jaartal tussen de haakjes geeft aan wanneer de afspraken van kracht zijn geworden.

Conventie van Londen (1975): dumpen van afval in oceanen

Deze conventie is door 78 landen geratificeerd en streeft ernaar het dumpen van rotzooi in oceanen te controleren, en moedigt landen aan om regionale overeenkomsten te sluiten. Een belangrijke aanvulling op de conventie is het zgn. Marpol-Protocol van 1978, waarin afspraken worden gemaakt over het voorkomen van vervuiling door schepen. Dit Protocol is met name gericht op het voorkomen van vervuiling door olie, en is getekend door 115 landen.

In 1980 zijn afspraken gemaakt over een uitbreiding van de lijst met 'verboden' stoffen. Sinds 1994 is het dumpen van laag-radioactief afval in zee verboden.

Conventie grensoverschreidende luchtvervuiling (1983)

Deze conventie is geratificeerd door 49 landen, waaronder de EU, de kandidaat-lidstaten en de VS, en streeft ernaar de volksgezondheid te beschermen door luchtvervuiling terug te dringen - met name de vervuiling die zich over grote afstanden verspreidt. Aan deze conventie zijn door de jaren heen belangrijke aanvullende protocollen toegevoegd, die zich richten op de vermindering van specifieke stoffen:

  • Protocol van Sofia voor stikstofoxiden (1991, 28 landen)
  • Protocol van Geneve voor Vluchtige Organische Stoffen (1997, 20 landen)
  • Protocol van Oslo voor zwavel-emissies (1998, 23 landen)
  • Protocol van Aarhus voor zware metalen, met name cadmium, lood en kwik (nog niet in werking)
  • Protocol van Stockholm voor moeilijk afbreekbare organische stoffen (nog niet in werking)
  • Protocol van Gothenborg voor vermindering van verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau (nog niet in werking)
 
 emissie prioritaire stoffen

Protocol van Montreal (1989): bescherming van de ozonlaag

Het Protocol van Montreal is getekend door 180 landen, en streeft ernaar de ozonlaag te beschermen door ozonlaag-afbrekende stoffen, die door de mens worden geproduceerd, tot een minimum te beperken.

Conventie van Basel (1992): export en verwerking van giftig afval

Deze conventie is geratificeerd door 143 landen en streeft ernaar:

  • de export en het vervoer van giftig afval tot een minimum te beperken;
  • het gehalte van gifstoffen in afval tot een minimum te beperken;
  • de giftige stoffen zo dicht mogelijk bij de bron van vervuiling te verwerken;
  • ontwikkelingslanden te assisteren om hun giftig afval zo milieuvriendelijk mogelijk te verwerken.

In 1998 is deze conventie aangescherpt met het Verdrag van Rotterdam. Dit verdrag beschermt ontwikkelingslanden tegen de uitvoer van landbouwgif en gevaarlijke chemicaliën, waar industrielanden mee in hun maag zitten. Het Verdrag van Rotterdam is in december 2002 door de EU-lidstaten geratificeerd.

Protocol van Kyoto (2004): maatregelen tegen klimaatverandering

Het Protocol van Kyoto uit 1997 streeft ernaar om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen door internationale afspraken. Het protocol is ondertekend door onder meer de landen van de Europese Unie, Japan, Canada. Met de deelname van Rusland in oktober 2004 is Kyoto rechtsgeldig in deze landen. In de jaren sinds 1997 zijn de klimaatafspraken telkens verscherpt.

7.

Meer weten

Internetsites

neem contact op met

 
  • Contact
  • Home