Milieuloket:
Nederlands milieubeleid
Submenu:
Nieuws-items bij Nederlands milieubeleid
-
28-07Meer aandacht noodzakelijk voor afgifte elektronica-afval
-
16-07Rijkspremie voor energiebesparende maatregelen aan woning
-
08-07Fijn stof is grotendeels schuld van de mens
-
06-07Conclusies VN-klimaatrapport zijn juist
-
02-07Goede voortgang geboekt met bodemonderzoek- en sanering
-
01-07Actieplan duurzame handel gelanceerd
-
30-06Veehouderij wordt langzaam duurzamer
-
25-06Wedstrijd 'meest duurzame woning' uitgeschreven
-
22-06Nederlanders niet overtuigd van verband uitstoot CO2 en klimaatverandering
-
18-06Kilometerheffing leidt tot afname autogebruik
Nederlands milieubeleid - Hoofdinhoud
De leidraad van het Nederlandse milieubeleid is te streven naar duurzame ontwikkeling. Dit betekent op zo'n manier in de behoeften van de huidige generatie voorzien, dat dat niet ten koste gaat van de toekomstige generaties. Problemen mogen evenmin worden afgewenteld op mensen die elders wonen.
Er is op het gebied van duurzame ontwikkeling al veel gebeurd. Toch blijft een aantal problemen onopgelost. Om deze aan te pakken is het Nederlandse mileubeleid gebaseerd op vijf pijlers:
-
-Het handhaven van strenge milieunormen zodat behaalde successen van het milieubeleid niet verloren gaan;
-
-Het oplossen van drie hardnekkige milieuproblemen, namelijk klimaatverandering, verzuring en geluidhinder;
-
-Meer oog hebben voor de gevolgen van milieuproblemen op de lange termijn;
-
-Streven naar een betere internationale samenwerking bij de aanpak van milieuproblemen; het Nederlands milieubeleid is daarom stevig ingebed in het Europese milieubeleid;
-
-Een grotere betrokkenheid van burgers en bedrijven bij het oplossen van problemen.
Op 15 september 2009 werd tijdens Prinsjesdag de begroting 2010 van het ministerie van VROM gepresenteerd. Hierin staat het milieubeleid voor het komende jaar beschreven.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Vanaf de jaren '60 en '70 begonnen diverse milieugroepen en wetenschappers vraagtekens te zetten bij de grote economische groei die Nederland vanaf de Tweede Wereldoorlog had doorgemaakt. Nederland was een consumptiemaatschappij geworden. Het produceren en gebruiken van consumptiegoederen bleek echter kwalijke gevolgen te hebben voor water, lucht en bodem. Met name de grote hoeveelheden gif die geloosd werden in de Rijn en de zwaar vervuilde grond in Lekkerkerk, waar een woonwijk op was gebouwd, zorgden voor veel ophef.
Ook het verkeer en de industrie bleken grote hoeveelheden schadelijke stoffen uit te stoten. Maar ook consumenten bleken grootvervuilers, met name door de hoeveelheid schadelijke stoffen die veroorzaakt worden door het autorijden.
Verder deden wetenschappers verontrustende ontdekkingen. Chemische koelvloeistoffen als hcfks, die werden gebruikt in koelkasten en spuitbussen, bleken de ozonlaag aan te tasten, waardoor huidkanker-verwekkende ultraviolette straling de atmosfeer ongehinderd binnen kon komen. Ook over de oorzaken (en schadelijke gevolgen) van het broeikasgassen werd steeds meer bekend.
Milieubeleid wordt in de allereerste plaats natuurlijk gevoerd om het milieu te verbeteren. Maar tegelijk blijkt een succesvol milieubeleid ook een grote economische noodzaak te dienen. Milieuverontreiniging veroorzaakt gezondheidsproblemen en tast gewassen en ecosystemen aan.
De Rijksbegroting heeft voor 2010 circa 1,4 miljard euro gereserveerd voor het ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer). Voor het ministerie van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) is circa 2,5 miljard euro beschikbaar gesteld, waarvan 994 miljoen euro gaat naar natuur, landschap en platteland en 386 miljoen euro naar duurzaam produceren. Circa 12 miljard euro is voor het ministerie van VW (Verkeer en Waterstaat) gereserveerd.
Het geld zal met name besteed worden aan de volgende milieuproblemen (bedragen voor 2010 uit de Rijksbegrotingen van VROM):
-
1.Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging: 126 miljoen euro.
-
2.Versterken van het internationale milieubeleid: 66,3 miljoen euro.
-
3.Verbeteren van leefomgevingskwaliteit (geluidshinder): 30,3 miljoen euro.
-
4.Het verbeteren van duurzaam produceren: 6,4 miljoen euro.
Verder reserveert het ministerie van VROM in 2010 1,1 miljoen euro voor het versterken van handhaving en toezicht. Hierdoor moet ook al bestaand beleid meer effect gaan krijgen.
Afval
In allerlei producten die we dagelijks gebruiken zijn schadelijke stoffen verwerkt. Zonder goede beheersing van de afvalproductie zouden afvalstromen al snel onbeheersbaar worden. In Nederland worden afvalstromen op allerlei manieren opgevangen.
De Nederlandse consumenten kunnen papier, glas, gft en klein chemisch afval apart inleveren, zodat recycling mogelijk is. Statiegeld zorgt voor een extra stimulans om flessen en kratten in te leveren. Het geld dat in de supermarkt moet worden betaald voor plastic tassen, zorgt ervoor dat veel mensen oude tassen bewaren. Bovendien moet de consument een verwijderingsbijdrage betalen voor auto's en huishoudelijke apparaten, waarmee de recycling wordt betaald.
Ook de industrie is gebonden aan strikte afspraken voor het verwerken van afval. Grote bedrijven moeten zich houden aan het zogenaamde Convenant Verpakkingen, zodat de kartonnen en plastic verpakkingen van goederen apart worden ingezameld. Verder zijn per industrietak afspraken gemaakt over de verwerking van afval.
De ozonlaag
Tijdens de jaren 1970 en 1980 werden in koelkasten en andere koelsystemen (bijvoorbeeld in auto's) bepaalde koelvloeistoffen gebruikt: cfks. Uit onderzoek bleek dat cfks de ozonlaag aantasten en er zelfs gaten in kunnen maken. Omdat de ozonlaag gevaarlijke ultraviolette zonnestraling tegenhoudt, levert dit gevaar op voor mens en dier.
Nederland en andere geïndustrialiseerde landen hebben in 1995 het Verdrag van Montreal ondertekend. Het produceren van cfks is volgens dit verdrag verboden. In Nederland is sinds 2000 ook het gebruik van cfks verboden. De CFK-houdende koelvloeistoffen van oude koelkasten mogen niet meer worden bijgevuld en auto's mogen niet meer rijden als zij CFK-houdende koelsystemen bezitten. Het zal overigens nog minstens 30 tot 50 jaar duren voordat de ozonlaag is hersteld van de schade die werd aangebracht door cfks.
Momenteel zijn alle 'gemakkelijke' milieuproblemen in Nederland opgelost of onder controle. De volgende drie hardnekkige milieuproblemen behoeven nog steeds veel aandacht:
Klimaatverandering
Klimaatverandering is lastig, omdat het gebruik van olie en gas de voornaamste oorzaken zijn van de verandering. Als we de uitstoot van broeikasgassen willen verminderen, moet de manier waarop energie gebruikt wordt veranderen. Een recent rapport van de Verenigde Naties schetst een donker toekomstbeeld als niets aan het probleem wordt gedaan.
Verzuring
Twee belangrijke oorzaken van verzuring zijn stikstofoxiden (NOx) en Vluchtige Organische Stoffen (VOS). Samen zorgen ze voor tal van milieuproblemen, zoals zure regen, vermesting van water en de vorming van smog. De bestrijding hiervan is lastig, omdat de uitstoot van deze stoffen grotendeels veroorzaakt wordt door het wegverkeer en elektriciteitscentrales. Auto's en elektriciteit domineren nu eenmaal de huidige maatschappij.
Geluidhinder
Niet alleen Schiphol zorgt voor geluidsoverlast, ook bewoners van huizen langs snelwegen of spoorwegen hebben veel last van lawaai. Daarnaast is er ook natuurlijk nog burenlawaai of omgevingslawaai (denk aan de herrie die veroorzaakt wordt door een popconcert of een lawaaiige fabriek). Door een stijgende bevolking en toenemende verstedelijking zal geluidhinder zich bovendien steeds meer verspreiden, echt 'stille' gebieden heb je in Nederland niet meer.
De Nederlandse regering heeft duurzame ontwikkeling tot speerpunt van het milieubeleid gemaakt. Om natuurlijke bronnen en biodiversiteit te kunnen handhaven moeten we zorgvuldig met natuur en milieu omgaan. Dit kunnen we doen door de hardnekkige milieuproblemen op een duurzame manier op te lossen: op een manier die niet voor andere problemen zorgt. Mogelijke oplossingen zijn een toenemend gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Olie en gas raken op een gegeven moment uitgeput, maar de zon en de wind kun je altijd blijven gebruiken voor de opwekking van energie.
Vanaf de jaren '80 heeft de Nederlandse regering besloten om het streven naar een beter milieu vast te leggen aan de hand van harde criteria. Deze criteria worden vastgelegd in een milieunota, het zogenaamd 'nationale milieuplan' (NMP). In het NMP 3 (1997) werd de bestrijding van de drie hardnekkigste milieuproblemen (klimaatverandering, verzuring, geluidhinder)als kernpunten van het milieubeleid gezien.
De jaren na invoering bleek echter dat de maatregelen die in het NMP3 werden voorgesteld, tekortschoten. Dit kwam gedeeltelijk door de korte termijn waarop de milieuproblematiek werd bekeken, het NMP3 gaf het beleid aan voor de periode 1998 tot 2002. Daarnaast drong meer en meer het besef door dat de oorzaken van veel Nederlandse milieuproblemen in het buitenland liggen en dat veel van deze grensoverschrijdende problemen alleen met een gezamelijke aanpak kunnen worden opgelost.
Het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (in juni 2001 verschenen) laat daarom een andere aanpak zien:
-
-Er zullen doelstellingen voor de lange termijn worden geformuleerd (tot 2030). De problemen die veroorzaakt worden door broeikasgassen en verzuring kunnen namelijk niet binnen enkele jaren worden opgelost.
-
-Daarnaast zal een geografisch onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende milieuproblemen. De vermindering van het belangrijkste broeikasgas, CO2, zal op wereldschaal worden gerealiseerd; het bestrijden van de verzuring in een Europees verband; en de handhaving van geluidsnormen ten slotte zal juist in toenemende mate worden overgelaten aan lokale en regionale handhavers (zoals gemeenten).
-
-Verder zal veel nadruk worden gelegd op de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven en andere doelgroepen. VROM zal voor de realisatie van het beleid vertrouwen op een mix tussen de markt (bijvoorbeeld emissiehandel) en het stellen van regels (verboden, heffingen, subsidies en het verder vergroenen van het belastingstelsel).
Het verbeteren van het milieu blijft in eerste plaats een overheidstaak. Het belangrijkste ministerie voor wat betreft het aanpakken van de milieuproblematiek is het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). Voor het handhaven van de huidige milieunormen en het bestrijden van de hardnekkige milieuproblemen gebruikt het ministerie van VROM de volgende middelen:
Regelgeving, belastingen en handhaving
Voor het halen van milieudoelstellingen maakt de overheid wet- en regelgeving. Daarbij neemt de Wet Milieubeheer uit 1993 een centrale plaats in. Hierbij krijgen ook de lagere overheden steeds meer bevoegdheden. Zo zullen in het toekomstige beleid ter bestrijding van geluidhinder, de gemeenten zelf de bevoegdheid krijgen om geluidsnormen in hun eigen gebied te formuleren.
Een ander belangrijk instrument ligt in de stimulering van milieuvriendelijk gedrag bij zowel de overheid, het bedrijfsleven als de consument. Met milieubelastingen betalen bedrijven voor de milieuvervuiling die zij veroorzaken. Om een zuiniger energiegebruik te bevorderen is de zogeheten energiebelasting ingevoerd. Ook door middel van voorlichting wordt geprobeerd een groter milieubewustzijn onder de bevolking te creëren. Denk bijvoorbeeld aan de campagne "Een beter milieu begint bij jezelf".
Ten slotte is het belangrijk om huidige milieuregels goed te handhaven. Bedrijven moeten boetes krijgen als zij op een illegale plek afval storten. Fabrieken moeten zich houden aan bepaalde normen om stank en geluidhinder voor omwonenden te beperken. De twee belangrijkste handhavers van milieunormen zijn de milieupolitie en de Inspectie voor de Milieuhygiëne.
Doelgroepen en wetenschap
Voor succesvol milieubeleid is de inzet van het bedrijfsleven en andere doelgroepen van groot belang. Gelukkig gebeurt er veel op dit gebied. Er zijn de afgelopen jaren een groot aantal convenanten afgesloten met verschillende sectoren zoals de glastuinbouw, de papierindustrie en de autorecycling. In deze afspraken, die op vrijwillige basis tot stand zijn gekomen, verplichten de branches zich tot het realiseren van een bepaalde milieudoelstelling, bijvoorbeeld het verminderen van de uitstoot van schadelijke stoffen.
Willen we een duurzame economische ontwikkeling bereiken, dan is het belangrijk impulsen te geven aan onderzoek en technologische vernieuwing. De gedachte daarachter is dat door technologische ontwikkeling er steeds meer producten op de markt komen die milieuvriendelijker zijn. In de periode 1999-2010 is voor milieutechnologie ruim 135 miljoen euro gereserveerd.
Internetsites
Beleid
Of neem contact op met