'Nederland niet veilig achter de dijken'
Bron: Wereldomroep

Het hoofddoel van het huidige Nederlandse milieubeleid is het scheppen van een duurzame samenleving. Dit betekent dat er op zo'n manier aan de behoeften van de huidige generatie wordt voldaan, dat dit niet ten koste gaat van toekomstige generaties. Ook mogen problemen niet worden afgewenteld op mensen die in andere landen wonen. Tegelijkertijd moet er echter ook bezuinigd worden op de uitgaven voor milieu.

De Nederlandse overheid acht de omslag naar een duurzame samenleving noodzakelijk om klimaatverandering tegen te gaan. Daarbij probeert Nederland afspraken over duurzaamheid in internationaal verband vast te leggen, omdat hiermee het speelveld voor het Nederlands bedrijfsleven gelijk blijft ten opzichte van derde landen. Een voorbeeld hiervan vormt de klimaatconferentie die eind 2012 in Doha, Qatar plaatsvond. Op deze conferentie zijn belangrijke afspraken gemaakt:

Op 12 december 2015 werd tijdens de klimaatconferentie in Parijs een nieuwe bindend klimaatakkoord ondertekend door 195 landen en de Europese Unie. Dit akkoord moet leiden tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en een beperking van de opwarming van de aarde. 

In het Nederlandse milieubeleid worden deze afspraken omgezet in concrete maatregelen. Hoewel er goede stappen worden gezet om de uitstoot terug te brengen, wordt het Nederlandse milieubeleid vaak bekritiseerd vanwege de achterstand die Nederland ten opzichte van andere EU-landen zou hebben bij het aanpakken van de klimaatverandering. In juni 2015 bepaalde de rechter dat de Nederlandse overheid de CO2-uitstoot in 2020 met 25 procent moet hebben teruggedrongen ten opzichte van het niveau van 1990. De rechter deed deze uitspraak in een zaak die werd aangespannen door Urgenda, een organisatie die streeft naar duurzaamheid. De Staat is in beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechter.

1.

Aanpak door de overheid

Het verbeteren van het milieu blijft in eerste plaats een overheidstaak. Het belangrijkste ministerie voor wat betreft het aanpakken van de milieuproblematiek is het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Voor het handhaven van de huidige milieunormen en het bestrijden van de hardnekkige milieuproblemen gebruikt dit ministerie de volgende middelen:

Regelgeving, belastingen en handhaving

Voor het halen van milieudoelstellingen maakt de overheid wet- en regelgeving. Ook de provincies en gemeenten krijgen steeds meer bevoegdheden.

Een ander belangrijk instrument ligt in de stimulering van milieuvriendelijk gedrag bij zowel de overheid, het bedrijfsleven als de consument. Met milieubelastingen betalen bedrijven voor de milieuvervuiling die zij veroorzaken. Om een zuiniger energiegebruik te bevorderen, is de zogeheten energiebelasting ingevoerd. Ook met voorlichting wordt geprobeerd een groter milieubewustzijn onder de bevolking te creren.

Ten slotte is het belangrijk om huidige milieuregels goed te handhaven. Bedrijven moeten boetes krijgen als zij op een illegale plek afval storten. Fabrieken moeten zich houden aan bepaalde normen om stank en geluidhinder voor omwonenden te beperken. De twee belangrijkste handhavers van milieunormen zijn de milieupolitie en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Doelgroepen en wetenschap

Voor succesvol milieubeleid is de inzet van het bedrijfsleven en andere doelgroepen van groot belang. Maatregelen die Nederland heeft genomen om te voldoen aan de afspraken omtrent klimaatverandering, zijn onder meer het in het leven roepen van zogenaamde 'green deals'. Dit zijn afspraken tussen de Nederlandse overheid enerzijds en bedrijven, maatschappelijke organisaties en particulieren anderzijds. Gelukkig gebeurt er veel op dit gebied. Er zijn in het verleden een groot aantal convenanten afgesloten met verschillende sectoren zoals de glastuinbouw, de papierindustrie en de autorecycling. In deze afspraken, die op vrijwillige basis tot stand zijn gekomen, verplichten de branches zich tot het realiseren van een bepaalde milieudoelstelling, bijvoorbeeld het verminderen van de uitstoot van schadelijke stoffen.

Willen we een duurzame economische ontwikkeling bereiken, dan is het belangrijk onderzoek en technologische vernieuwing te stimuleren. De gedachte daarachter is dat door technologische ontwikkeling er steeds meer producten op de markt komen die milieuvriendelijker zijn.

Duurzame economische groei

Het Nederlandse kabinet kiest voor duurzame, groene economische groei. Dit houdt in dat de Nederlandse economie groeit, maar wel zonder nadelige gevolgen voor bijvoorbeeld klimaat, bodem en biodiversiteit. De al eerder genoemde Green Deals zijn hier een praktijkvoorbeeld van. Ook het toenemend gebruik van hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne- en windenergie is een belangrijk punt in het beleid van het kabinet.

2.

Nederlands beleid in ontwikkeling 

Sinds de jaren '60 en '70 hebben diverse milieugroepen en wetenschappers vraagtekens geplaatst bij de grote economische groei die Nederland vanaf de Tweede Wereldoorlog doormaakte. Nederland is in die periode een consumptiemaatschappij geworden. Met name de productie en het gebruik van consumptiegoederen bleek kwalijke gevolgen te hebben voor water, lucht en bodem. 

Ook het verkeer en de industrie bleken grote hoeveelheden schadelijke stoffen uit te stoten. Zo werd duidelijk dat consumenten het milieu vervuilden door onder meer de uitstoot van schadelijke stoffen bij het autorijden. Verder deden wetenschappers verontrustende ontdekkingen. Chemische koelvloeistoffen als hcfks, die werden gebruikt in koelkasten en spuitbussen, bleken de ozonlaag aan te tasten, waardoor huidkanker-verwekkende ultraviolette straling de atmosfeer ongehinderd binnen kon komen. Ook over de oorzaken (en schadelijke gevolgen) van broeikasgassen werd steeds meer bekend. Interesse in het milieu steeg nog meer door internationale bijeenkomsten zoals de klimaatconferentie die in 1989 in Noordwijk gehouden werd. 

Nationale Milieuplannen

Vanaf de jaren '80 heeft de Nederlandse regering besloten om het streven naar een beter milieu vast te leggen aan de hand van harde criteria. Deze criteria werden in 1989 vastgelegd in een milieunota, het zogenaamd 'Nationaal Milieuplan' (NMP), dat later werd aangevuld in het NMP+ (1990) en het NMP2 (1993). In het NMP 3 (1997) werd de bestrijding van de drie hardnekkigste milieuproblemen (klimaatverandering, verzuring, geluidhinder) als kernpunt van het milieubeleid gezien.

De jaren na invoering bleek echter dat de maatregelen die in het NMP3 werden voorgesteld, tekortschoten. Dit kwam gedeeltelijk door de korte termijn waarop de milieuproblematiek werd bekeken; het NMP3 gaf het beleid aan voor de periode 1998 tot 2002. Daarnaast drong meer en meer het besef door dat de oorzaken van veel Nederlandse milieuproblemen in het buitenland liggen en dat veel van deze grensoverschrijdende problemen alleen met een gezamenlijke aanpak kunnen worden opgelost.

Omdat het steeds duidelijk werd dat Nederlandse milieuproblemen niet alleen konden worden aangepakt door middel van een natioanale aanpak kwam de overheid met het Nationaal Milieubeleidsplan 4 in 2001. Dit plan liet een andere aanpak zien dan het NMP3:

  • Formulering van doelstellingen voor de lange termijn (tot 2030). De problemen die veroorzaakt worden door broeikasgassen en verzuring kunnen namelijk niet binnen enkele jaren worden opgelost.
  • Onderscheid tussen de verschillende milieuproblemen aan de hand van het gebied waar ze zich voordoen. De vermindering van het belangrijkste broeikasgas, CO2, zal op wereldschaal worden gerealiseerd, het bestrijden van de verzuring in een Europees verband en de handhaving van geluidsnormen ten slotte zal juist in toenemende mate worden overgelaten aan lokale en regionale handhavers (zoals gemeenten).
  • Nadruk op de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven en andere doelgroepen. Het toenmalige ministerie van Milieubeheer vertrouwde voor de realisatie van het beleid op een mix tussen de markt (bijvoorbeeld emissiehandel) en het stellen van regels (verboden, heffingen, subsidies en het verder vergroenen van het belastingstelsel).

Nationaal Energieakkoord

Op 6 september 2013 is, na maanden onderhandelen, het Nationaal Energieakkoord ondertekend. Onder leiding van de SER is dit akkoord tussen meer dan 40 partijen, waaronder kabinet, vakbonden, werkgevers en milieuorganisaties, tot stand gekomen. Maatregelen als het vervroegd sluiten van kolencentrales, het isoleren van sociale huurwoningen en meer inzetten op duurzame energie, zouden jaarlijks een gemiddelde energiebesparing van 1,5 procent moeten opleveren. Naast de besparing zijn de plannen ook goed voor de werkgelegenheid: er zouden minimaal 15.000 extra banen bijkomen.

Veel van de afspraken in het Energieakkoord moeten verder worden uitgewerkt. In juli en augustus 2014 publiceerde de overheid de eerste 'erkende maatregellijsten'. Daarin staan per industrie en sector concrete uitgewerkte methoden zodat het bedrijfsleven snel werk kan maken van besparingen. Er zijn nog forse inspanningen vereist om aan de Europese eis voor energiebesparing in 2020 te voldoen. De uitspraak van de rechter in juni 2015 naar aanleiding van de eis van Urgenda doet hier nog een schepje bovenop.

Klimaatdoelstellingen

Eind 2012 vond in Doha een internationale klimaatconferentie plaats waar klimaatdoelen werden vastgesteld over het verlengen van het Kyoto-Protocol met een tweede termijn, het terugbrengen van de uitstoot van CO2 en een nieuw klimaatverdrag dat in 2020 in werking moet treden.

Een omslag naar een duurzame samenleving in Nederland is nodig om de klimaatdoelen uit het Kyoto-Protocol te halen. Zo moet Nederland in deze verlenging van het verdrag de CO2-uitstoot met 18 procent reduceren. De Nederlandse regering vindt dat de burgers, de overheid en het bedrijfsleven samen verantwoordelijk zijn voor het behalen van deze klimaatdoelen. Om minder CO2 uit te stoten, wil de regering meer gebruik maken van natuurlijke bronnen die men kan recyclen. Ook wil de overheid meer investeren in emissiehandel. Daarnaast zal de overheid investeren in het verbeteren van de luchtkwaliteit, het stimuleren van duurzame mobiliteit en het stimuleren van bedrijven die rekening houden met het milieu. 

Hoewel het Nederlands milieubeleid vaak is bekritiseerd, vanwege de achterstand die Nederland ten opzichte van andere EU-landen zou hebben bij het aanpakken van de klimaatverandering, haalt Nederland tot op heden de doelstellingen die zij zichzelf heeft gesteld in Kyoto en Kopenhagen. Zo werd in september 2013 bekend dat Nederland de vermindering van 6 procent CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 in de periode tussen 2008 en 2012 had behaald. Daarnaast ondertekenden de regering, milieu-organisaties, werkgevers en vakbonden in september 2013 een omvangrijk energie-akkoord, waarbij onder meer over het sluiten van enkele kolencentrales, het vergroten van de energiebesparing en een stimulering van de duurzame energie-opwekking werd besloten.

Urgenda zaak

In juni 2015 bepaalde de rechter dat de Nederlandse overheid de CO2-uitstoot in 2020 met 25 procent moet hebben teruggedrongen ten opzichte van het niveau van 1990. Nederland zal zich hierdoor extra moeten inspannen om dit niveau te bereiken. De rechter deed deze uitspraak in een zaak die werd aangespannen door Urgenda, een organisatie die streeft naar duurzaamheid. Urgenda had in de zaak een verlaging van 40 procent geist, het percentage dat wetenschappers hadden vastgesteld. Nederland zal zich extra moeten inspannen om dat doel te bereiken; bij ongewijzigd beleid wordt een verlaging van de CO2-uitstoot van slechts 17 procent gehaald. De Staat is in beroep gegaan en heeft in april 2016 de gronden van beroep ingediend. Het kabinet nam tevens enkele aanvullende maatregelen om de CO2-uitstoot terug te dringen. Zo wordt er gekeken naar de mogelijkheid om twee extra kolencentrales te sluiten boven op de vijf kolencentrales die al dicht zouden gaan.

3.

Successen

Afval

In allerlei producten die we dagelijks gebruiken, zijn schadelijke stoffen verwerkt. Als die worden weggegooid, levert dat een enorme hoeveelheid afval op. In Nederland wordt afval op allerlei manieren verwerkt.

De Nederlandse consumenten kunnen onder meer papier, glas, gft (groente-, fruit- en tuinafval) en klein chemisch afval apart inleveren, zodat recycling mogelijk is. Statiegeld zorgt voor een extra stimulans om flessen en kratten in te leveren. Het geld dat in de supermarkt moet worden betaald voor plastic tassen, zorgt ervoor dat meer mensen zelf een tas meenemen. Bovendien moeten consumenten een verwijderingsbijdrage betalen als ze auto's en huishoudelijke apparaten wegdoen. Daarmee wordt de recycling betaald.

Ook voor de industrie gelden strenge regels bij het verwerken van afval. Grote bedrijven moeten zich houden aan het zogenaamde Convenant Verpakkingen, zodat de kartonnen en plastic verpakkingen apart worden ingezameld. Verder zijn per industrietak afspraken gemaakt over de verwerking van afval.

De ozonlaag

Tijdens de jaren 1970 en 1980 werden in koelkasten en andere koelsystemen (bijvoorbeeld in auto's) bepaalde koelvloeistoffen gebruikt: cfks. Uit onderzoek bleek dat cfks de ozonlaag aantasten. Omdat de ozonlaag gevaarlijke ultraviolette zonnestraling tegenhoudt, levert dit gevaar op voor mens en dier.

Nederland en andere gendustrialiseerde landen hebben in 1995 het Verdrag van Montreal ondertekend. Het produceren van cfks is volgens dit verdrag verboden. In Nederland is sinds 2000 ook het gebruik van cfks verboden. De cfk-houdende koelvloeistoffen van oude koelkasten mogen niet meer worden bijgevuld en in auto's mogen geen cfk-houdende koelsystemen zitten. Het zal overigens nog minstens 30 tot 50 jaar duren voordat de ozonlaag is hersteld van de schade die is aangebracht door cfks.

4.

Hardnekkige milieuproblemen

Momenteel zijn alle 'eenvoudige' milieuproblemen in Nederland opgelost of onder controle. Voor de volgende hardnekkige milieuproblemen is nog steeds veel aandacht nodig:

Klimaatverandering

Klimaatverandering vormt een lastig probleem, omdat het gebruik van olie en gas de voornaamste oorzaken zijn van de opwarming van de aarde. Als we de uitstoot van broeikasgassen willen verminderen, moet de manier waarop energie gebruikt wordt, veranderen.

Verlies aan biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen

Om de natuur en de biodiversiteit te behouden, moeten we zorgvuldig met natuur en milieu omgaan. Dit kunnen we doen door de hardnekkige milieuproblemen op een duurzame manier op te lossen: op een manier die geen andere of nieuwe problemen veroorzaakt. Mogelijke oplossingen zijn een toenemend gebruik van hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie. Olie en gas raken op een gegeven moment op, maar de zon en de wind kun je altijd blijven gebruiken om energie op te wekken.

Geluidhinder

Niet alleen Schiphol zorgt voor geluidsoverlast, ook snelwegen en spoorwegen veroorzaken veel  lawaai voor omwonenden. Daarnaast is er ook natuurlijk nog burenlawaai en omgevingslawaai (denk aan de herrie die veroorzaakt wordt door een popconcert of een lawaaiige fabriek). Door een stijgende bevolking en toenemende verstedelijking zal geluidhinder zich bovendien steeds meer verspreiden, echt 'stille' gebieden zijn er in Nederland niet meer.

Luchtvervuiling en uitstoot

Door de luchtvervuiling veroorzaakt door uitlaatgassen en industrie hebben mensen meer kans op long- en hartproblemen. Daarom zet de overheid zich in om de luchtvervuiling in Nederland tegen te gaan. Sinds 2010 moeten alle EU-landen de uitstoot van de meest milieuverontreinigende gassen meten. In een rapport uitgebracht door het Europees Milieuagentschap (EMA) in juni 2016, blijkt dat Nederland nog flinke stappen moet zetten: voor het vijfde jaar op rij voldoet Nederland namelijk niet aan de Europees vastgestelde milieu-eisen. De uitstoot van ammoniak lag in 2014 bijna 5 procent hoger dan toegestaan.

Bedreigingen van de externe veiligheid

Industrien zoals de olie-industrie kunnen heel gevaarlijk zijn voor de natuur wanneer er ongelukken gebeuren zoals een grote lekkage van een boorplatform. Ook kunnen ongelukken bij bedrijven gevaar opleveren voor mensen in de buurt. Om dit soort rampen te voorkomen, neemt de overheid maatregelen zodat industrien zo veilig mogelijk produceren.

Biotechnologie

Genetische modificatie is het op kunstmatige wijze aanpassen van genetisch materiaal (DNA). Een voorbeeld hiervan is genetisch veranderde groente en fruit. Het is niet zeker wat de gezondheidsrisicos zijn van genetische modificatie. De teelt van deze gewassen kan bovendien schade opleveren voor de natuur. Daarom kijkt de overheid naar de voor- en nadelen van genetische modificatie.

Meer weten

 
  • Contact
  • Home