1.

Nederlands milieubeleid

'Nederland niet veilig achter de dijken'

Bron: Wereldomroep

Het hoofddoel van het huidige Nederlandse milieubeleid is het scheppen van een duurzame samenleving. Dit betekent op zo'n manier in de behoeften van de huidige generatie voorzien, dat dit niet ten koste gaat van de toekomstige generaties. Ook mogen problemen niet worden afgewenteld op mensen die in andere landen wonen, en zal er bezuinigd moeten worden op de uitgaven voor milieu.

De omslag naar een duurzame samenleving is ook noodzakelijk om klimaatverandering tegen te gaan. Eind 2010 vond in Mexico de klimaatconferentie plaats. Op deze conferentie zijn belangrijke afspraken gemaakt:

  • over de wereldwijd toegestane temperatuurstijging van maximaal twee graden,
  • over het terugbrengen van de uitstoot van CO2,
  • over de bestrijding van ontbossing, en
  • over een fonds dat arme landen moet helpen bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. 

In het Nederlandse milieubeleid moeten deze afspraken worden omgezet in concrete maatregelen.

In de Rijksbegroting van 2012 staan de hoofdpunten van het milieubeleid voor het komende jaar beschreven.

De volgende zaken hebben een directe aanpak nodig vanwege hun invloed op de klimaatverandering en het verminderen van de overheidsuitgaven:

  • Er is een duurzame samenleving nodig om de klimaatdoelen van de klimaattop in Kopenhagen te halen. Zo moet Nederland in 2008-2012 ten opzichte van 1990 zes procent minder CO2 uitstoten. De Nederlandse regering vindt dat de burgers, de overheid en het bedrijfsleven samen verantwoordelijk zijn voor het halen van de klimaatdoelen. Om minder CO2 uit te stoten, wil de regering meer gebruik maken van natuurlijke bronnen die men kan recyclen. Ook wil de overheid meer investeren in emissiehandel. Daarnaast zal de overheid investeren in het verbeteren van de luchtkwaliteit, het stimuleren van duurzame mobiliteit en het stimuleren van bedrijven die rekening houden met het milieu. 
  • Er zijn slimmere regels en een betere uitvoering van die regels nodig om de overheidsuitgaven te verminderen. Ook is het noodzakelijk dat er minder regels komen en dat de regels eenvoudiger worden. Op die manier kan de overheid haar dienstverlening verbeteren. Bovendien is een duidelijke regelgeving beter en goedkoper voor bedrijven.   

2.

Achtergronden

Sinds de jaren '60 en '70 hebben diverse milieugroepen en wetenschappers vraagtekens geplaatst bij de grote economische groei die Nederland vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft doorgemaakt. Nederland is een consumptiemaatschappij geworden. Het produceren en gebruiken van consumptiegoederen blijkt echter kwalijke gevolgen te hebben voor water, lucht en bodem. Met name de grote hoeveelheden gif die geloosd werden in de Rijn en de zwaar vervuilde grond in Lekkerkerk, waar een woonwijk op was gebouwd, hebben begin jaren '80 voor veel ophef gezorgd.

Ook het verkeer en de industrie bleken grote hoeveelheden schadelijke stoffen uit te stoten, en werd duidelijk dat consumenten het milieu vervuilden door vooral de hoeveelheid schadelijke stoffen die worden uitgestoten bij het autorijden.

Verder deden wetenschappers verontrustende ontdekkingen. Chemische koelvloeistoffen als hcfk’s, die werden gebruikt in koelkasten en spuitbussen, bleken de ozonlaag aan te tasten, waardoor huidkanker-verwekkende ultraviolette straling de atmosfeer ongehinderd binnen kon komen. Ook over de oorzaken (en schadelijke gevolgen) van  broeikasgassen werd steeds meer bekend. Interesse in het milieu steeg nog meer door internationale bijeenkomsten zoals de klimaatconferentie die in 1989 in Noordwijk gehouden werd. Een recent voorbeeld van een vernieuwde interesse in het milieu vond plaats in 2006 toen Al Gore zijn klimaatfilm ‘The inconvenient truth’ presenteerde.

Het milieubeleid is in de allereerste plaats natuurlijk bedoeld om het milieu te verbeteren. Maar tegelijk is een succesvol milieubeleid ook een grote economische noodzaak. Milieuverontreiniging veroorzaakt gezondheidsproblemen en tast landbouwgewassen en de natuur aan.

3.

Successen

Afval

In allerlei producten die we dagelijks gebruiken, zijn schadelijke stoffen verwerkt. Als die worden weggegooid, levert dat een enorme hoeveelheid afval op. In Nederland wordt afval op allerlei manieren verwerkt.

De Nederlandse consumenten kunnen papier, glas, gft (groente-, fruit- en tuinafval) en klein chemisch afval apart inleveren, zodat recycling mogelijk is. Statiegeld zorgt voor een extra stimulans om flessen en kratten in te leveren. Het geld dat in de supermarkt moet worden betaald voor plastic tassen, zorgt ervoor dat meer mensen zelf een tas meenemen. Bovendien moeten consumenten een verwijderingsbijdrage betalen als ze auto's en huishoudelijke apparaten wegdoen. Daarmee wordt de recycling  betaald.

Ook voor de industrie gelden strenge regels bij het verwerken van afval. Grote bedrijven moeten zich houden aan het zogenaamde Convenant Verpakkingen, zodat de kartonnen en plastic verpakkingen apart worden ingezameld. Verder zijn per industrietak afspraken gemaakt over de verwerking van afval.

De ozonlaag

Tijdens de jaren 1970 en 1980 werden in koelkasten en andere koelsystemen (bijvoorbeeld in auto's) bepaalde koelvloeistoffen gebruikt: cfk’s. Uit onderzoek bleek dat cfk’s de ozonlaag aantasten en er zelfs gaten in kunnen maken. Omdat de ozonlaag gevaarlijke ultraviolette zonnestraling tegenhoudt, levert dit gevaar op voor mens en dier.

Nederland en andere geïndustrialiseerde landen hebben in 1995 het Verdrag van Montreal ondertekend. Het produceren van cfk’s is volgens dit verdrag verboden. In Nederland is sinds 2000 ook het gebruik van cfk’s verboden. De cfk-houdende koelvloeistoffen van oude koelkasten mogen niet meer worden bijgevuld en in auto's mogen geen cfk-houdende koelsystemen zitten. Het zal overigens nog minstens 30 tot 50 jaar duren voordat de ozonlaag is hersteld van de schade die is aangebracht door cfk’s.

4.

Hardnekkige milieuproblemen

Momenteel zijn alle 'eenvoudige' milieuproblemen in Nederland opgelost of onder controle. Voor de volgende acht hardnekkige milieuproblemen is nog steeds veel aandacht nodig:

Klimaatverandering

Klimaatverandering vormt een lastig probleem, omdat het gebruik van olie en gas de voornaamste oorzaken zijn van de opwarming van de aarde. Als we de uitstoot van broeikasgassen willen verminderen, moet de manier waarop energie gebruikt wordt, veranderen.

Verlies aan biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen

Om de natuur en de biodiversiteit te behouden, moeten we zorgvuldig met natuur en milieu omgaan. Dit kunnen we doen door de hardnekkige milieuproblemen op een duurzame manier op te lossen: op een manier die geen andere of nieuwe problemen veroorzaakt. Mogelijke oplossingen zijn een toenemend gebruik van hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie. Olie en gas raken op een gegeven moment op, maar de zon en de wind kun je altijd blijven gebruiken om energie op te wekken.

Geluidshinder

Niet alleen Schiphol zorgt voor geluidsoverlast, ook snelwegen en spoorwegen veroorzaken veel  lawaai voor omwonenden. Daarnaast is er ook natuurlijk nog burenlawaai en omgevingslawaai (denk aan de herrie die veroorzaakt wordt door een popconcert of een lawaaiige fabriek). Door een stijgende bevolking en toenemende verstedelijking zal geluidshinder zich bovendien steeds meer verspreiden, echt 'stille' gebieden zijn er in Nederland niet meer.

Luchtvervuiling

Door de luchtvervuiling veroorzaakt door uitlaatgassen en industrie hebben mensen meer kans op long- en hartproblemen. Daarom zet de overheid zich in om de luchtvervuiling in Nederland tegen te gaan.

Bedreigingen van de externe veiligheid

Industrieën zoals de olie-industrie kunnen heel gevaarlijk zijn voor de natuur wanneer er ongelukken gebeuren zoals een grote lekkage van een boorplatform. Ook kunnen ongelukken bij bedrijven gevaar opleveren voor mensen in de buurt. Om dit soort rampen te voorkomen, neemt de overheid maatregelen zodat industrieën zo veilig mogelijk produceren.

Biotechnologie

Genetische modificatie is het op kunstmatige wijze aanpassen van genetisch materiaal (DNA). Een voorbeeld hiervan is genetisch veranderde groente en fruit. Het is niet zeker wat de gezondheidsrisico’s zijn van genetische modificatie. De teelt van deze gewassen kan bovendien schade opleveren voor de natuur. Daarom kijkt de overheid naar de voor- en nadelen van genetische modificatie.

5.

Duurzame ontwikkeling

De Nederlandse regering heeft duurzame ontwikkeling tot speerpunt van het milieubeleid gemaakt. Om natuurlijke bronnen en biodiversiteit te kunnen handhaven, moeten we zorgvuldig met natuur en milieu omgaan. Mogelijke oplossingen zijn een toenemend gebruik van hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne- en windenergie.

6.

Nederlands beleid in ontwikkeling

Vanaf de jaren '80 heeft de Nederlandse regering besloten om het streven naar een beter milieu vast te leggen aan de hand van harde criteria. Deze criteria werden in 1989 vastgelegd in een milieunota, het zogenaamd 'Nationaal milieuplan' (NMP), dat later werd aangevuld in het NMP+ (1990) en het NMP2 (1993). In het NMP 3 (1997) werd de bestrijding van de drie hardnekkigste milieuproblemen (klimaatverandering, verzuring, geluidhinder) als kernpunt van het milieubeleid gezien.

De jaren na invoering bleek echter dat de maatregelen die in het NMP3 werden voorgesteld, tekortschoten. Dit kwam gedeeltelijk door de korte termijn waarop de milieuproblematiek werd bekeken; het NMP3 gaf het beleid aan voor de periode 1998 tot 2002. Daarnaast drong meer en meer het besef door dat de oorzaken van veel Nederlandse milieuproblemen in het buitenland liggen en dat veel van deze grensoverschrijdende problemen alleen met een gezamenlijke aanpak kunnen worden opgelost.

Het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (in juni 2001 verschenen)  liet daarom een andere aanpak zien:

  • Formulering van doelstellingen voor de lange termijn (tot 2030). De problemen die veroorzaakt worden door broeikasgassen en verzuring kunnen namelijk niet binnen enkele jaren worden opgelost.
  • Onderscheid tussen de verschillende milieuproblemen aan de hand van het gebied waar ze zich voordoen. De vermindering van het belangrijkste broeikasgas, CO2, zal op wereldschaal worden gerealiseerd, het bestrijden van de verzuring in een Europees verband en de handhaving van geluidsnormen ten slotte zal juist in toenemende mate worden overgelaten aan lokale en regionale handhavers (zoals gemeenten).
  • Nadruk op de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven en andere doelgroepen. Het ministerie van Milieubeheer vertrouwde voor de realisatie van het beleid op een mix tussen de markt (bijvoorbeeld emissiehandel) en het stellen van regels (verboden, heffingen, subsidies en het verder vergroenen van het belastingstelsel).

7.

Aanpak van de overheid

Het verbeteren van het milieu blijft in eerste plaats een overheidstaak. Het belangrijkste ministerie voor wat betreft het aanpakken van de milieuproblematiek is het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Voor het handhaven van de huidige milieunormen en het bestrijden van de hardnekkige milieuproblemen gebruikt dit ministerie de volgende middelen:

Regelgeving, belastingen en handhaving

Voor het halen van milieudoelstellingen maakt de overheid wet- en regelgeving. Ook de provincies en gemeenten krijgen steeds meer bevoegdheden.

Een ander belangrijk instrument ligt in de stimulering van milieuvriendelijk gedrag bij zowel de overheid, het bedrijfsleven als de consument. Met milieubelastingen betalen bedrijven voor de milieuvervuiling die zij veroorzaken. Om een zuiniger energiegebruik te bevorderen, is de zogeheten energiebelasting ingevoerd. Ook met voorlichting wordt geprobeerd een groter milieubewustzijn onder de bevolking te creëren.

Ten slotte is het belangrijk om huidige milieuregels goed te handhaven. Bedrijven moeten boetes krijgen als zij op een illegale plek afval storten. Fabrieken moeten zich houden aan bepaalde normen om stank en geluidshinder voor omwonenden te beperken. De twee belangrijkste handhavers van milieunormen zijn de milieupolitie en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Doelgroepen en wetenschap

Voor succesvol milieubeleid is de inzet van het bedrijfsleven en andere doelgroepen van groot belang. Gelukkig gebeurt er veel op dit gebied. Er zijn in het verleden een groot aantal convenanten afgesloten met verschillende sectoren zoals de glastuinbouw, de papierindustrie en de autorecycling. In deze afspraken, die op vrijwillige basis tot stand zijn gekomen, verplichten de branches zich tot het realiseren van een bepaalde milieudoelstelling, bijvoorbeeld het verminderen van de uitstoot van schadelijke stoffen.

Willen we een duurzame economische ontwikkeling bereiken, dan is het belangrijk onderzoek en technologische vernieuwing te stimuleren. De gedachte daarachter is dat door technologische ontwikkeling er steeds meer producten op de markt komen die milieuvriendelijker zijn.

8.

Meer weten

Internetsites

 
  • Contact
  • Home