Appel ingespoten met injectienaald

Genetische modificatie gaat over het maken of verbeteren van gewassen en producten door het op kunstmatige wijze aanpassen van genetisch materiaal (DNA). Een voorbeeld van genetische modificatie is het aanpassen van de genen van sojabonen die daardoor beter tegen bestrijdingsmiddelen kunnen. We richten ons hier op het terrein van het voedsel, vanwege de mogelijke gevolgen voor mens en milieu.

Genetisch gemodificeerde organismen (ook wel afgekort tot ggo's) worden momenteel in Nederland op proefbasis geproduceerd en zitten al in veel voedingsmiddelen met ge´mporteerde ingrediŰnten, zoals koekjes, chips, babyvoeding en sauzen. Als er genetisch gemodificeerde bestanddelen in voedingsmiddelen zitten moet dat sinds 2004 wel op het etiket staan. Bij melk, vlees en eieren hoeft het echter niet vermeld te worden als de dieren genetisch gemodificeerd veevoer hebben gehad. In biologische producten met het EKO- of Demeter-logo zitten geen genetisch gemodificeerde bestanddelen.

Wereldwijd heeft de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen een grote vlucht genomen. In 2012 maakten ongeveer 17 miljoen boeren verspreid over 30 landen gebruik van ggo-gewassen.

Er zijn onder specialisten stevige discussies gaande over de wenselijkheid van ggo's. De langetermijneffecten van genetische modificatie op de leefomgeving zijn vooralsnog moeilijk in te schatten. Omdat ggo's worden ontwikkeld in ingewikkelde laboratoriumprocedures, is het niet makkelijk om je als buitenstaander een mening te vormen over de (on)wenselijkheid van ggo's. Naast milieuaspecten spelen ook sociaal-economische kwesties een belangrijke rol bij de discussie over de wenselijkheid van ggo's.

1.

Wat is genetische modificatie?

Genetische modificatie is het kunstmatig veranderen van de genetische opmaak van organismen (bijvoorbeeld planten of dieren). Via ingewikkelde laboratoriumtechnieken worden hierbij stukjes DNA van ÚÚn organisme gebruikt, om eigenschappen van een ander organisme te veranderen. Andere woorden voor genetische modificatie zijn genetische manipulatie, gentechnologie, recombinant DNA-techniek, genetische transformatie en moderne biotechnologie.

Toepassingen van genetische modificatie zijn te vinden in de productie van voedsel (zowel in de landbouw als in de veeteelt) en in de gezondheidssector (bijvoorbeeld bij de productie van medicijnen of donor-organen). We beperken ons hier tot toepassingen in de landbouw- en voedselsector.

De voedselindustrie maakt gebruik van genetische modificatie om de volgende redenen:

  • Gewassen en dieren kunnen door genetische modificatie afweermechanismen (resistentie) ontwikkelen tegen bijvoorbeeld een ziekte, weersomstandigheden of tegen landbouwgif
  • De kwaliteit van voedsel kan door genetische modificatie veranderd worden - denk aan een langere houdbaarheid, een andere smaak of toevoeging van bepaalde vitaminen
  • Genetische modificatie kan voor een verhoogde productie van bepaalde voedselelementen in het organisme zorgen (bijvoorbeeld een hogere eiwitproductie, of meer zaden per plant)

Het verbeteren van gewassen en producten is niet nieuw, het gaat om de methode. Zo hebben boeren en bedrijven eeuwenlang verschillende gewassen gekruist om ervoor te zorgen dat ze een hogere opbrengst krijgen en beter tegen ziekten bestand zijn. Een voorbeeld van moderne technologie is kaas maken met behulp van schimmels. Dit is net als genetische modificatie een vorm van biotechnologie, maar het verschil is dat het bij genetische modificatie gaat om processen die op natuurlijke wijze niet mogelijk zijn.

2.

Voor- en nadelen van ggo's voor mens en maatschappij

Menselijke consumptie

Genetische modificatie kan gewassen eigenschappen geven die ze voorheen niet hadden. Cholesterolverlagende zuivel is daarvan een voorbeeld. Een andere toepassing is bijvoorbeeld het uitbannen van BSE-besmetting bij koeien via genetische manipulatie. Dergelijke voorlopig theoretische toepassingen kunnen pleiten vˇˇr verdere ontwikkeling van genetisch onderzoek.

Producten op basis van ggo-gewassen moeten veilig zijn. Zo moet voedsel vrij van gif zijn en geen allergische reacties veroorzaken. Vooral het laatste kan problematisch worden. Zo is bij wijze van experiment bij de productie van genetisch gemodificeerde soja gebruik gemaakt van genen uit noten om bepaalde eigenschappen van de soja te verbeteren. Deze soja zou een allergische reactie op kunnen wekken bij mensen met een noten-allergie.

Ook blijkt uit onderzoek dat genetische gewassen mogelijk kankerverwekkend zouden zijn. Een onderzoeksrapport (pdf) uit 2012, uitgebracht door leden van de Europese Autoriteit voor Voedsel Veiligheid (EFSA), zorgde voor commotie. Het onderzoek gaat in op de wisselwerking tussen een stukje van het gen "gen VI" en een eiwit van een virus dat gebruikt wordt bij het genetisch modificeren van gewassen. In specifieke combinaties met andere aanpassingen kan dat leiden tot een verhoogd risico op lichamelijke afwijkingen. De schrik zat er daarmee goed in omdat de verbinding tussen dit gen en het eiwit is toegepast in het merendeel van alle genetisch gemodificeerde gewassen die zijn goedgekeurd voor commercieel gebruik in Europa.

Uit een ander onderzoek van Franse onderzoekers van een universiteit in Caen bleek dat ma´s geproduceerd met zaden van het bedrijf Monsanto kankerverwekkend zou zijn. Naar aanleiding van dat onderzoek werd in Rusland en Oekra´ne de invoer van het genetische gemanipuleerde ma´s opgeschort.

Landbouw

De voordelen die genetische modificatie zou kunnen bieden voor de consument, gelden ook voor de boer. De oogst van gewassen kan betrouwbaarder worden, door deze gewassen immuun te maken voor plantziektes en onkruidbestrijders. Ook zou genetisch gemanipuleerd vee minder vatbaar kunnen zijn voor ziektes.

Om de hard groeiende wereldbevolking te kunnen voeden, zou genetische modificatie uitkomst kunnen bieden. Rijst met genetisch toegevoegde vitamine A zou, in landen waar het moeilijk is om ander vitamine A-rijk voedsel te krijgen, een nuttige aanvulling kunnen betekenen van de maaltijd. Ook zijn ontwikkelingslanden gebaat bij bijvoorbeeld ma´s die ondanks droogte kan groeien. Nederland stimuleert dan ook onderzoek naar zulke 'nuttige' gemodificeerde gewassen.

Daar staat tegenover dat boeren in ontwikkelingslanden vaak minder middelen hebben om zich te beschermen tegen de invloed van grote multinationals, die hun zaden verkopen onder hun eigen voorwaarden. De drie grootste zorgen op een rij:

  • multinationals  ontwikkelen zaaigoed met zogenaamde 'terminator' -genen, die zorgen ervoor dat planten zelf geen levensvatbaar zaad produceren. Hiermee wordt de boer afhankelijk van de multinationals, bij wie hij elk seizoen het dure zaaigoed moet kopen. Volgens de voorstanders zou het ongewenste verspreiding van GGO-gewassen, waar veel kritiek op is, juist kunnen voorkomen. Vooralsnog zijn deze zaden niet commercieel beschikbaar, en hebben de Verenigde Naties een moratorium op testen van deze zaden afgekondigd
  • het afweersysteem van de gewassen wordt gemanipuleerd. Gewassen zijn weliswaar beter bestand tegen bestrijdingsmiddelen maar deze resistentie geldt alleen voor het bestrijdingsmiddel van dat bedrijf zelf (de planten zijn niet beschermd tegen een onkruidverdelger van de concurrent). De boer wordt hiermee dus gedwongen om de bestrijdingsmiddelen bij hetzelfde bedrijf te kopen als waar hij de zaden koopt
  • deze biotechbedrijven beschermen hun zaden via octrooien. Boeren moeten octrooirechten betalen als zij bepaalde zaadsoorten zaaien. En van boeren op wiens veld zaad van ggo-gewassen terecht komt, wordt geŰist dat zij voor gebruikersrechten betalen, zelfs al willen die boeren geen ggo-gewassen gebruiken

Toename teelt ggo-gewassen

Sinds 1996 groeit het gebied waarop boeren gen-gewassen telen sterk. In 1996 was dit gebied nog minder dan 2 miljoen hectare, in 2011 160 miljoen hectare. De ISAAA, een internationale organisatie die landbouw van gen-gewassen in ontwikkelingslanden stimuleert, voorspelt dat in 2015 genetisch gemodificeerde gewassen verbouwd zullen worden op een oppervlak van 200 miljoen hectare, verspreid over ongeveer 40 landen. Ook het aantal dat toestemming geeft voor het verbouwen van ggo-gewassen groeit.

De cijfers van de ISAAA zijn omstreden, maar dat het gebruik van ggo-gewassen enorm is toegenomen in de afgelopen twintig jaar staat vast. Ook is in een aantal landen waar het gebruik van ggo-gewassen is toegestaan discussie ontstaan of de regels niet moeten worden aangescherpt.

3.

Genetische modificatie en het milieu

De milieugevolgen van een wijde verspreiding van genetisch gemodificeerde gewassen zijn moeilijk in te schatten.

Zo bevat het genetisch gemanipuleerde Bt-katoen een speciaal gen waardoor het bestand is tegen de katoenkever. Dit leidt tot minder chemische bestrijdingsmiddelen. Een persbericht van Greenpeace, waarin betoogd werd dat het gebruik van Bt-katoen heeft geleid tot een milieuramp in China, lijkt grond te missen.

Aan de andere kant lijken sommige ggo-gewassen die resistent zijn tegen bepaalde onkruidverdelgingsmiddelen juist schadelijk voor het milieu. In de strijd tegen onkruid moet de boer soms nog agressiever gif spuiten, dat nog meer schade toebrengt aan andere flora en fauna op de velden. Hierdoor neemt de biodiversiteit (soortenrijkdom) op deze velden af.

Voorts kan het stuifmeel van genetisch gemodificeerde gewassen met andere planten in aanraking komen. Doordat de wind stuifmeel van deze gewassen meeneemt, kunnen kruisingsproducten ontstaan. Zo ontstond in november 2002 beroering in de Verenigde Staten toen bleek dat een commercieel ma´sveld dat diervoer produceerde, was 'besmet' met stuifmeel uit een nabijgelegen proefveld. Daar werden diverse genetische experimenten op ma´s uitgevoerd om medicijnen te ontwikkelen tegen diarree en diabetes. Deze planten waren niet geschikt voor consumptie. Het medische bedrijf ProdiGene, dat de medicijnen ontwikkelt, kreeg een boete van 250.000 dollar, en moest ook 2,8 miljoen dollar betalen om de geoogste gasvoorraden te vernietigen.

Uiteindelijk hebben kruisingsproducten, die ontstaan door het overwaaien van stuifmeel, als extra nadelig effect dat het moeilijk wordt om ggo's te identificeren. Hierdoor zal het etiket van producten in de supermarkt wellicht niet de juiste informatie kunnen geven - wat met name lastig is voor mensen met bepaalde allergieŰn.

4.

Genetische modificatie in Nederland en de EU

Alle lidstaten van de Europese Unie (EU) moeten Europese richtlijnen verwerken in hun nationale wetgeving. In Nederland zijn de meeste regels voor ggo's vastgelegd in het besluit genetisch gemodificeerde organismen en de regelgeving genetisch gemodificeerde organismen.

Vergunningen

Voordat een ggo in Europa gebruikt mag worden, moet dit eerst door de EU worden goedgekeurd. Dit gebeurt wanneer de fabrikant kan aantonen dat het gewas niet schadelijk is voor mens, dier en milieu. Zodra de EU een vergunning geeft voor een ggo is deze geldig in alle EU-landen.

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) maakt risico-inschattingen van ggo's. Met deze inschattingen kunnen landen bepalen welk risico elke ggo met zich meebrengt. De Nederlandse overheid kiest ervoor om te controleren of deze risico-analyse goed is uitgevoerd.

Europese discussie over biotechnologie

In de Europese Unie is er een discussie gaande over het gebruik van biotechnologie in de landbouw. Een van de knelpunten is het feit dat de effecten op de lange termijn van onomkeerbare veranderingen in genetisch materiaal moeilijk zijn in te schatten. Ook bestaat het gevaar dat andere landbouwgewassen besmet worden door de wind die de zaden van de ggo-gewassen meeneemt.

In veel Europese landen, waaronder Nederland, schrijft de nationale wetgeving voor dat de consument de keus moet hebben tussen gemanipuleerd en ongemanipuleerd voedsel. In een aantal andere Europese landen geldt een algeheel verbod op de teelt van ggo-gewassen.

Er blijven echter veel onduidelijkheden voor de consument, het Europees Parlement wil dat deze onduidelijkheden snel worden opgelost. Veel vlees is afkomstig van dieren die gevoerd zijn met genetisch gemanipuleerde gewassen. Daarnaast is het vaak moeilijk om zeker te weten wat er met een product is gebeurd. Onderzoek van de eindproducten is niet altijd sluitend. In Nederland worden wel richtlijnen opgesteld voor gentechvrije labels. Producten met het EKO-keurmerk zijn in ieder geval gentechvrij.

Voor het uitvoeren van veldproeven met ggo's is een vergunning nodig van het ministerie van IenM. Het ministerie neemt de beslissing op grond van de richtlijn voor doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) in het milieu (richtlijn 2001/18/EG). Deze richtlijn is opgesteld door de Europese Unie, en uitgewerkt in het Nederlandse besluit ggo. De minister besluit op basis van deze richtlijn of een vergunning kan worden verleend.

In 2009 werd door de EU gekeken naar de mogelijkheden voor het toepassen van sociaal-economische criteria om te voorkomen dat gemanipuleerde gewassen op EU-grondgebied kunnen worden verbouwd. Sinds de voorstellen is er weinig vooruitgang geboekt. De reden hiervoor zijn de grote tegenstellingen tussen de EU-lidstaten. Een aantal landen is tegen de ggo-maatregelen, omdat zij geen belemmeringen willen van het vrijhandelsverkeer. Een meerderheid van de landen wil rekening houden met sociaal-economische criteria. Dat is echter niet genoeg omdat alle landen het erover eens moeten zijn.

5.

Conclusie

Uit de discussie hierboven blijkt hoe lastig het is om een afweging te maken tussen de voor- en nadelen van genetische modificatie. Op milieugebied lijkt biotechnologie vooral gevaren te bevatten, maar voor consument en maatschappij zijn er zeker ook positieve argumenten aan te dragen die pleiten voor verdere ontwikkeling van genetische modificatie.

Een complicerend element in deze discussie, dat tot nu toe buiten behandeling is gebleven, is het ethische of religieuze aspect van de vraag. Is het acceptabel om op dergelijk ingrijpende wijze de natuur naar je hand te zetten? Vast staat dat we momenteel nog erg weinig weten van de gevolgen die genetisch gemodificeerde gewassen op de lange termijn kunnen hebben. Sommigen pleiten daarom voor terughoudendheid bij de grootschalige marktintroductie van genetisch gemodificeerde gewassen.

De publieke belangstelling voor genetische modificatie in Nederland lijkt overigens relatief gering. Jan Terlouw, die voorzitter was van de Commissie Biotechnologie en Voedsel, concludeerde in januari 2002 dat Nederlanders slechts in beperkte mate ge´nteresseerd zijn in het principiŰle debat over de wenselijkheid van genetische modificatie.

6.

Meer weten

 
  • Contact
  • Home