Milieuloket:
Doelgroep Landbouw

 

Doelgroep Landbouw

In Nederland vindt veel intensieve landbouw plaats. Dit brengt de nodige problemen met zich mee. De ruim 100.000 landbouwbedrijven in Nederland zijn belangrijke veroorzakers van milieuproblemen zoals waterverontreiniging, verzuring en vermesting.

Een schone omgeving is van groot belang, ook voor de landbouw. Bovendien bezitten boeren veel kennis die inzetbaar is om te komen tot een beter milieu, bijvoorbeeld op het gebied van afwatering. Het Nederlandse overheidsbeleid streeft ernaar om te komen tot een meer duurzame landbouw.


1.

Milieuproblemen veroorzaakt door landbouw

De land- en tuinbouw zorgen voor drie belangrijke milieuproblemen:

Door de te overvloedige uitstoot van mest sijpelen meststoffen door naar het grondwater, sloten en rivieren, waar zij algengroei stimuleren (eutrofiëring). Deze algen onttrekken veel zuurstof aan het water, waardoor vissen sterven. Eutrofiëring draagt voor een groot deel bij aan de verzuring van water en bodem.

Verder worden bodem en water vervuild door de grote hoeveelheden (chemische) bestrijdingsmiddelen die de landbouw gebruikt bij het telen van gewassen. Ondanks een ontmoedigingsbeleid van de overheid, is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen de afgelopen 10 jaar toegenomen bij de teelt van tulpen, peren en pootaardappelen.

Ook draagt energiegebruik (door de uitstoot van CO2) en methaan uit landbouw en veeteelt bij aan het klimaatverandering. Met name de glastuinbouw is een grootverbruiker van elektriciteit. Voor de bloementeelt moet het licht in deze kassen soms 24 uur per dag branden. 's Avonds zie je vanaf de openbare weg deze kassen hel oplichten.

Voorts pompen veel boeren grondwater omhoog om de gewassen te besproeien. Dit leidt echter tot verdroging van de bodem. Ten slotte veroorzaakt mest ook stank. Voor mensen die wonen in de omgeving van mestintensieve landbouwbedrijven, is stank een groot probleem.

2.

Ontwikkelingen

De overheid is volgens de laatste cijfers (2010) slechts gedeeltelijk succesvol in haar beleid om de emissies van schadelijke stoffen in deze sector terug te dringen. De broeikasgasemissies van land- en tuinbouw zijn namelijk sinds 1990 wel afgenomen, maar na 2007 namen deze weer toe. Het betreft emissies van methaan, distikstofoxide en CO2.

De reductie van de uitstoot van ammoniak kost grote moeite. Ondanks diverse maatregelen wordt er nog steeds teveel mest geproduceerd en de milieu-effecten zullen nog tijden zichtbaar blijven.

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw is ten opzichte van 1985 eerst sterk afgenomen, maar de laatste jaren neemt het gebruik van deze middelen weer toe.

3.

Maatregelen

De overheid probeert samen met de ondernemers landbouw en tuinbouw zo duurzaam mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door het subsidiëren van de bouw van duurzame stallen of door met wetten te regelen hoeveel verontreinigende stoffen (met name nitraat en fosfaat uit mest) een agrarisch bedrijf mag produceren.

Daarnaast zorgt de overheid voor subsidies voor onderzoek naar nieuwe, duurzame technieken en logistieke systemen voor de landbouw en tuinbouw. Een voorbeeld hiervan is de energiezuinige kas.

Ook werkt de overheid samen met organisaties als supermarkten en fabrikanten aan het creëren van een grotere vraag naar duurzame producten (bijvoorbeeld biologische groenten en fruit).

Er worden ook maatregelen genomen om de emissie van ammoniak te verminderen. Nadat in de jaren negentig van de vorige eeuw het bovengronds uitrijden van mest (mest over het land verspreiden) al werd verboden, is vanaf 2008 het in twee werkgangen uitrijden en onderwerken (injecteren in de bodem) van mest op bouwland niet meer toegestaan.

Eigenlijk hadden de veehouderijen per 1 januari 2010 al moeten voldoen aan het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij. In 2009 bleek echter dat veel veehouders dit niet konden realiseren. Daarop heeft de minister tot uiterlijk 1 januari 2013 uitstel verleend.

De voormalige ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de provincies en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben daarop een "Actieplan Ammoniak Veehouderij" opgesteld om ervoor te zorgen dat veehouderijen voor 2013 voldoen aan het Besluit huisvesting.

4.

Meer informatie

Of neem contact op met

 
  • Contact
  • Home