Milieuloket:
Bodemsanering
Submenu:
Nieuws-items bij Bodemsanering
-
02-07Goede voortgang geboekt met bodemonderzoek- en sanering
-
10-07-2009Vervuilde grond sneller gesaneerd
-
09-05-2008Nederland te laat met vernieuwen milieuvergunningen
-
08-01-2008Minister Cramer: bodem vervuild op ruim 400.000 locaties
-
22-11-2007Afvalmining oplossing voor gemeenten in de zoektocht naar ruimte?
-
10-10-2007Europese bodemrichtlijn aangenomen tot afkeer van Nederlandse Europarlementariërs
-
11-06-2007Vereenvoudigde regels voor bodemkwaliteit op komst
-
19-01-2007MNP: Kosten bodemsanering hoger dan baten
-
13-12-2006"Bodemsanering is altijd een nuttige investering"
-
26-05-2006Nieuwe regels moeten kwaliteit bodembeheer garanderen
Bodemsanering - Hoofdinhoud
In Nederland is de bodem op ongeveer 175.000 plekken zo vuil, dat deze moet worden schoongemaakt. De ernstigste vervuilingen komen door het dumpen van giftige stoffen op vuilnisbelten, maar ook de bodem van bedrijventerreinen en zelfs binnensteden is soms erg vies. Het schoonmaken van deze vuile grond noemen we bodemsanering.
Bodemsanering komt slechts mondjesmaat in de landelijke media, waarschijnlijk omdat bodemvervuiling vooral een lokaal probleem is. Toch is het oplossen ervan belangrijk, omdat wonen op vuile grond erg ongezond kan zijn. Bodemsanering is één van de duurste onderdelen van het Nederlandse milieubeleid. In de periode 1997-2023 reserveert de rijksoverheid voor het beheersbaar maken van het probleem ruim 19 miljard euro.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De bodem is op allerlei manieren verontreinigd. Met name vuilnisbelten zijn jarenlang ernstig vervuild met giftige chemicaliën, omdat het apart inzamelen van chemisch afval pas sinds de jaren '70 is ingevoerd. De grootschalige bodemsaneringen van de jaren '80 richtten zich dan ook in de eerst plaats op voormalige afvalstortplaatsen. Maar niet alleen stortplaatsen bleken vervuild.
Eigenlijk zijn overal in Nederland wel plekken te vinden met een vervuilde bodem. De binnenstad van steden, de grond rondom gasfabrieken, en landbouwgronden waar veel bestrijdingsmiddelen werden gebruikt (denk aan DDT) zijn maar drie voorbeelden van plekken met een zwaar verontreinigde bodem.
Omdat een vervuilde bodem vaak de drinkwatervoorziening bedreigt, terwijl veel gemeenten bouwplannen hebben op verontreinigde grond, bijvoorbeeld voor de aanleg van nieuwbouwwijken, is de schoonmaak van deze gebieden urgent.
De binnenstad
Bij de bouw van een nieuw kantoorpand, een parkeergarage of een woonwijk, stuiten projectontwikkelaars op de hopen vuil die soms erg oud zijn. Oude stadskernen zijn namelijk vaak gebouwd op een metershoge "stadslaag", die gevormd is door het eeuwenlang dumpen van stadsafval. De laag kan bestaan uit huisvuil en resten van huizen, maar ook het afval van kleine industrieën zoals leerlooierijen, fabrikanten van spiegels, verffabriekjes etc. Met de productie van leer, glas en verf kwamen zware metalen vrij als koper, lood, zink, cadmium, arseen en kwik, die in de stad werden gestort.
Gasfabrieken
Een belangrijke bron van bodemverontreiniging zijn 260 oude gasfabrieken verspreid over heel Nederland. Deze fabrieken zijn vaak in de 19e of het begin van de 20e eeuw gebouwd, en produceerden gas op basis van kolen. Het hierdoor gewonnen gas was relatief vuil. Voor de reiniging gebruikte men gaswassers en zandfilters, waarbij het bijzonder giftige teer en koolowaterstoffen vrijkwamen die na gebruik op het fabrieksterrein werden gedumpt. Veel gasfabrieken werden in de jaren 1950 gesloten maar de bodem bleef vervuild met teer, koolwaterstoffen, cyaniden en zware metalen, wat de schoonmaak erg duur maakt. Momenteel lopen diverse overheidsprogramma's waarmee de bodem van voormalige gasfabrieken wordt gereinigd.
Landbouwgrond vervuild met bestrijdingsmiddelen
Volgens sommige schattingen is de helft van het Nederlandse akkerbouwareaal vervuild met resten van insecticiden en pesticiden. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog werd veel gespoten met bestrijdingsmiddelen als Drins en DDT. Hoewel deze stoffen in Nederland sinds de jaren 1970 niet meer worden gebruikt, blijven ze achter in de landbouwgrond.
De Nederlandse bieten- en aardappelverwerkende bedrijven zitten met de verwerking van deze zogenaamde 'tarragrond' in hun maag. Ook leven provincies met de erfenis van het DDT-gebruik in de tuinbouw . Deze bestrijdingsmiddelen sijpelden door naar het grondwater, wat zorgde voor grootschalige vervuiling van waterbodems.
Limburgs mijnafval
Hoewel de Limburgse kolenmijnen al tientallen jaren gesloten zijn, zorgt het afval uit deze mijnen nu nog voor problemen. Vanaf de jaren '50 is mijnafval uit de Staatsmijnen gebruikt om allerlei mijnschachten en kraters in de provincie op te vullen. Dit gebeurde met name bij gaten die ontstonden door grindafgraving. Nu is gebleken dat een gedeelte van dit mijnafval kankerverwekkend is en onder andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen (Pak's) bevat.
In 1980 kwam bodemvervuiling in het brandpunt van de nationale belangstelling, toen de grond onder een nieuwbouwwijk in Lekkerkerk vervuild bleek met de kankerverwekkende stoffen benzeen en tolueen. Onderzoek naar de ramp gaf onthutsende resultaten. Om de wijk te bouwen, waren de sloten gedempt met vaten chemisch afval. Alle bewoners moesten verhuizen, de wijk die was gebouwd boven de verontreinigde grond werd volledig afgebroken. Het schoonmaken van de grond kostte bijna tweehonderd miljoen gulden.
Het wonen op vervuilde grond is ongezond als de grondsoort de schadelijke stoffen niet vast kan houden, dat wil zeggen als verspreiding van schadelijke stoffen plaatsvindt. Kinderen graven in het zand tijdens spelletjes, maar ook planten nemen de giftige stoffen op in hun wortels en bladeren. Met name voor mensen die groente kweken is dit een probleem, terwijl ook dieren op deze wijze de gevolgen van een vuile grond ondervinden.
Sommige (vluchtige) stoffen kunnen verder via de luchtkanaaltjes in de bodem aan de oppervlakte komen. Zo kan men door het inademen van lucht in de kelder of in kruipruimten geconfronteerd worden met stoffen uit de bodem. Door kieren, een te sterk werkende ventilatie en bouwfouten kunnen de stoffen zelfs in de woning komen.
Vaak bereikt de vervuiling het grondwater, waardoor de drinkwatervoorziening in problemen komt. Als het grondwater eenmaal bereikt is, nemen de kosten van de sanering toe omdat de vervuiling via het water zich dan over een veel groter gebied verspreidt.
De normen waaraan grond moet voldoen staan in het Bouwstoffenbesluit. Als de vervuiling niet ernstig is, besluiten gemeenten soms om de grond ongereinigd te laten omdat de kosten van een sanering altijd hoog zijn.
In 2001 werd 24 procent van de vuile grond na inspectie ongereinigd hergebruikt voor onder meer de aanleg van snelwegen of in geluidswallen, omdat gebruik van vervuilde grond in deze situaties minder gevaarlijk is. In de overige gevallen wordt de bodem (gedeeltelijk) afgegraven, waarbij verschillende mogelijkheden zijn:
-
-Alle grond wordt weggehaald en naar een stortplaats gebracht, die zo is aangelegd dat verontreinigingen niet kunnen uitspoelen naar het grondwater;
-
-Alle grond wordt weggehaald en naar een aannemer gebracht die de grond reinigt totdat deze schoon is ('ex-situ');
-
-Alleen de meest vuile delen van de bodem (de verontreinigings-kernen) worden weggehaald, waarna men de grond ter plekke ('in-situ') reinigt. Dit gebeurt bijvoorbeeld door water door de grond te spoelen. Het vuile water wordt daarna opgevangen en schoongemaakt.
-
-De grond blijft grotendeels liggen, maar wordt volledig geïsoleerd (zo zijn giftige stoffen op veel voormalige afvalstortplaatsen nog wel aanwezig, maar ingepakt in beton en plastic). Dit wordt IBC-saneren genoemd (Isoleren, Beheren en Controleren)
Schoonmaaktechnieken
Om de vuile grond schoon te maken, bestaan verschillende technieken. Met thermische reiniging wordt vuile grond in deze situatie in een grote oven gezet. Na verhitting tot 450 à 550 graden verdampen alle vuile stoffen. In gasvorm stijgen de vuile stoffen op, en een schone grond blijft over. Deze schoonmaakmethode is geschikt voor de reiniging van bodems die vervuild zijn met cyaniden (anorganische vervuiling) en 'natuurlijke' stoffen als olie en petroleum (organische vervuiling).
Een andere methode om de grond schoon te maken is de natte reiniging . Hierbij worden vuile stoffen uit de bodem gehaald door een mix van maatregelen, zoals het gebruik van magneten, spiralen, oplossingsmiddelen en deeltjesscheiding. Deze methode is geschikt voor de schoonmaak van organische en anorganische vervuiling. De methode wordt met name gebruikt voor zandgronden.
Ten slotte kan de grond biologisch gereinigd worden. Het principe hierachter is dat de natuur een zelfreinigend vermogen heeft. Bacteriën, schimmels en andere micro-organismen zijn namelijk in staat om olie en sommige PAK's (bijvoorbeeld rond benzinestations en olietanks) om te zetten in CO2 en water. Biologische reiniging kan echter geen vervuiling door zware metalen schoonmaken. Het voordeel van deze methode is dat de grond levend is gebleven en weer direct bruikbaar is. Daar staat tegenover dat de schoonmaak langer duurt, en dat de grond niet altijd 100 procent schoon achterblijft.
Wat gebeurt er met de gesaneerde grond?
In 1979 presenteerde de politicus Ad Lansink een gezaghebbende voorkeursvolgorde voor de verwerking van afval, die ook toepasbaar is op vervuilde grond. Deze "Ladder van Lansink" geeft de hoogste prioriteit aan preventie. Als het afval (of de bodemvervuiling) al een feit is, dan is hergebruik de meest gewenste optie. Dat is alleen mogelijk als de grond niet te ernstig vervuild is. Als grond erg vuil is, dan is schoonmaak (met één van de reinigingstechnieken) de volgende sport op de ladder. Mocht reiniging niet mogelijk zijn, dan komt de minst gewenste optie in beeld: storten op een vuilnisbelt. Storten van vuile grond is ongewenst omdat de ruimte ervoor schaars is in Nederland en omdat het geen eindoplossing is, maar verplaatsing van het probleem.
Het hergebruik van licht-verontreinigde grond wordt veelal gecoördineerd door zogenaamde 'grondbanken'. Deze bedrijven realiseren of bemiddelen in vraag en aanbod van licht vervuilde grond. Ook gereinigde grond valt hier onder. Meestal wordt de grond na de schoonmaak gebruikt als bouwstof voor infrastructurele werken als wegen, dijkverhogingen, geluidswallen, ecobruggen, etc. De kwaliteitseisen voor het gebruik van de grond zijn wettelijk vastgesteld in het Bouwstoffenbesluit. Ook provinciale overheden experimenteren met het hergebruik van licht vervuilde (landbouw)grond.
Het reinigen van grond is vrij duur. Om te voorkomen dat reinigbare grond wordt gestort is er door het Ministerie van VROM een stortverbod ingesteld voor reinigbare grond. Men mag dus pas grond storten als deze vanwege technische of economische redenen echt niet gereinigd kan worden. Hier wordt toezicht op gehouden door het SCG (Service Centrum Grond).
De coördinatie van de bodemsaneringsoperatie in Nederland is vooral een zaak van gemeenten en provincies. De rijksoverheid stelt geld beschikbaar via grote subsidieprogramma's in het kader van de Wet Stedelijke Vernieuwing (en het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing), voor sanering in de grotere steden, en de Wet Bodembescherming (Wbb) voor sanering in de overige gebieden. De uitvoering en het toezicht berust echter grotendeels bij de provincies en gemeenten.
De overheid streeft er verder naar om bedrijven en instellingen meer te laten delen in de kosten voor bodemsanering. Om vertragingen in bodemsaneringen te voorkomen lijkt een grotere deelname van het bedrijfsleven nodig.
Het saneren van de bodem kost erg veel geld. Om vóór 2016 alle urgente locaties met vervuilde grond te saneren, heeft het kabinet in 2009 660 miljoen euro beschikbaar gesteld. Om alle vervuilde locaties te saneren zijn miljarden euro's nodig.
De overheid betaalt niet alles. In de regel geldt dat voor verontreinigingen die zijn ontstaan na 1987, de vervuiler moet betalen voor de schoonmaak. Daarnaast zullen bedrijven, als ze zich willen vestigen op vervuilde grond, moeten meebetalen aan de schoonmaak. Dit heet Sanering in Eigen Beheer (SEB). De overheid zal kleinere bedrijven in deze gevallen een grotere subsidie geven dan grotere bedrijven. Met grote partijen, zoals de Nationale Spoorwegen, heeft het Rijk aparte afspraken gemaakt. Naar schatting 35 procent van de totale kosten voor de bodemsaneringen in 2001 werden betaald door ondernemingen of particulieren.
Uitgaven voor bodemsaneringen, alle bedragen in duizenden euro's
2002 |
2003 |
2004 |
2005 |
2006 |
|
|---|---|---|---|---|---|
Subsidies ontsnippering (VenW) |
9.076 |
9.076 |
9.076 |
9.076 |
9.076 |
Subsidies bodemsanering (VROM) |
174.760 |
155.001 |
162.696 |
191.965 |
196.275 |
Overige maatregelen (VROM) |
3.394 |
3.394 |
3.394 |
2.687 |
2.687 |
Bijdrage van particulieren en ondernemingen (schatting) |
40.000 |
47.500 |
50.000 |
60.000 |
60.000 |
Beleidsdoelstellingen in de Wet Bodemsanering
In maart 2004 is het beleid rond bodemsanering opnieuw geijkt. De doelstelling om alle ernstige en urgente vervuilingen volledig op te ruimen, bleken niet realistisch. De operatie zou dan 100 jaar duren, tegen hoge kosten. Het kabinet kiest daarom voor een pragmatische aanpak, waarbij niet het volledig schoonmaken, maar het beheersbaar maken van de risico's centraal staat.
Een wetsvoorstel van het ministerie van VROM stelt de volgende maatregelen voor:
-
-De mate waarin vervuilde grond moet worden schoongemaakt gaat afhangen van de bestemming van de grond. Bijvoorbeeld: grond voor wegenbouw hoeft niet even schoon te zijn als grond voor de aanleg van een woonwijk.
-
-Het ministerie stapt gedeeltelijk af van het principe "de vervuiler betaalt". Dit heeft de afgelopen jaren namelijk geleid tot eindeloze juridische procedures, waardoor het saneren van de vervuilde bodems grote vertragingen heeft opgelopen.
-
-Bedrijven worden in méér gevallen verplicht gesteld om mee te betalen aan bodemsaneringen, maar bedrijven krijgen tegelijk meer mogelijkheden om hiervoor subsidie aan te vragen
Deze insteek zou ervoor moeten zorgen dat de problematiek van ernstig vervuilde bodems binnen 25 jaar beheersbaar is. Door de eis van volledige schoonmaak te laten vallen, zullen bovendien naar verwachting de kosten dalen met 30 tot 50 procent. Het ministerie verwacht dat de nieuwe aanpak bedrijven zal stimuleren om méér in de markt voor bodemsaneringen te investeren.
Normen voor grond in het Bouwstoffenbesluit
De normen waaraan grond moet voldoen zijn door het ministerie van VROM vastgelegd in het Bouwstoffenbesluit, dat op 1 juli 1999 is ingevoerd. Grote grondreinigende bedrijven (o.a. Heijmans en HBG) zijn echter ontevreden over deze regelgeving. De grondreinigers maken de grond schoon volgens een oude 'Nationale Beoordelingsrichtlijn', die de bodem zuivert van elf stoffen, waaronder acht zware metalen.
Het Bouwstoffenbesluit, dat op 1 juli 1999 is ingevoerd, schrijft echter maximumwaarden voor voor 200 stoffen in plaats van elf. Tot medio 2002 werd het Bouwstoffenbesluit nauwelijks gehandhaafd, omdat gemeenten onvoldoende kennis in huis hadden. Nu de grond strenger gecontroleerd wordt, keuren gemeenten de grond steeds vaker af.
De reinigers zeggen dat het controleren van grond op 200 stoffen erg duur is en dat in veel gevallen een overschrijding van de normen geen gezondheidsrisico's oplevert. Het Bouwstoffenbesluit zou "een erg theoretisch stuk" zijn dat snel aanpassing behoeft. Zo betwisten bouwbedrijven de wetenschappelijke basis van veel nieuwe normen. Deze zijn zo streng, dat het hergebruik van licht vervuilde grond (bijvoorbeeld voor de aanleg van nieuwe wegen) niet is toegestaan. Deze grond hoopt zich inmiddels steeds verder op bij afvalverwerkers, die er verder niets mee kunnen.
De burger heeft direct met bodemsanering te maken als deze een woning gaat kopen of verkopen. Als een woning te koop staat terwijl de bodem van het kavel vervuild is, mogen de verkoper en de koper in principe onderling regelen hoe daar mee wordt omgegaan. Daarbij geldt dat de verkoper verplicht is te vertellen wat hij weet over een eventuele vervuiling, maar de koper heeft weer een onderzoeksplicht.
Voor particulieren is het bij de aankoop van een woning dus zaak om te kijken of de woning gebouwd is op vervuilde grond. Neem hiervoor contact op met de gemeente. Ook is het raadzaam om bij het Kadaster te vragen naar het Kadastraal Uittreksel van het perceel. Hierop staan onder meer belemmeringen, zoals aanduidingen in het erfrecht en vervuilingen in het kader van de Wet Bodembescherming. Voor meer informatie over juridische consequenties van een bodemvervuiling kan de particuliere huizenbezitter terecht bij een jurist of de Vereniging Eigen Huis.
De verslechterende kwaliteit van de bodem in de Europese Unie vraagt om grensoverschrijdende maatregelen. Naar schatting kampt 16 procent van het landoppervlak in Europa (50 miljoen hectare) met bodemproblemen. De Europese Commissie ziet bodembescherming als een speerpunt van het EU-milieubeleid.
Voor Nederland zal dit naar verwachting geen grote gevolgen hebben, omdat het Nederlandse bodembeleid op veel punten strenger is dan de plannen van de EU. Dit geldt bijvoorbeeld voor het omgaan met zuiveringsslib in de landbouw. Het strenger wordende Europese beleid is echter goed voor Nederland, want als buurlanden hun bodem goed schoonmaken, zullen problemen als verzuring en watervervuiling afnemen.
Internet
- Bodeminformatie van het ministerie van VROM
- Service Centrum Grond (overzicht van grondbanken en stortplaatsen)
- SenterNovem, informatie over het Bouwstoffenbesluit
- SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsbeoordeling Bodembeheer)
- Stichting Bodemcentrum (biedt totaalaanpak aan bedrijven die hun bodem moeten saneren)
Brochures
- Cahier "Leven op vervuilde bodem" van het Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu
Of neem contact op met
- afdeling bodem van uw gemeente

