Milieuloket:
Verzuring

 

Verzuring

Zure regen

Door het wegverkeer, grote fabrieken en door mest uit onder meer varkens- en kippenstallen komen grote hoeveelheden 'verzurende' stoffen in de lucht en de bodem. Het gevolg van deze uitstoot is verzuring, ook wel zure regen genoemd.

Zure regen zorgt ervoor dat de bodem verzadigd raakt met een grote hoeveelheid schadelijke stoffen, waardoor bomen en planten niet goed meer kunnen groeien. Dit zorgt er weer voor dat het voor sommige dieren steeds lastiger wordt te overleven. Daarnaast worden oude boeken en monumenten door verzuring aangetast.

1.

Oorzaken

De term 'zure regen' ontstond in de jaren 1980, maar is eigenlijk gedeeltelijk onjuist. Onderzoek in de jaren 1990 toonde namelijk aan dat veel zure en verzurende stoffen niet zozeer als echte regen naar beneden komen, maar dat er vooral veel droge neerslag ('droge depositie') is: ook als het niet regent trekken stoffen (in gasvorm) richting bodem, bomen en struiken. Dit komt doordat vochtige bladeren of naalden veel gassen opnemen. "Echte" zure regen bestaat ook, als schadelijke stoffen in druppeltjes 'gevangen' worden. In Nederland is de droge depositie twee keer zo groot als de natte.

Verzuring wordt veroorzaakt door een combinatie van stoffen, die uit diverse bronnen afkomstig zijn. De stoffen die het meest bijdragen aan verzuring zijn:

  • Ammoniak (NH3): vormt salpeterzuur en is voor 90 procent afkomstig van de landbouw (mest). Ammoniak veroorzaakt circa 45 procent van de Nederlandse verzuring (2007).
  • Zwaveldioxide (SO2), vormt zwavelzuur en is o.a. afkomstig van raffinaderijen en elektriciteitscentrales. De industrie is verantwoordelijk voor ongeveer 90 procent van de uitstoot van zwaveldioxide. SO2 veroorzaakt 21 procent van de verzuring (2007).
  • Stikstofoxiden: (NO en NO2, samen NOx genoemd): vormen salpeterzuur. Het wegverkeer is verantwoordelijk voor meer dan 60 procent van de uitstoot van stikstofoxiden. NOx is verantwoordelijk voor ongeveer 26 procent van de verzuring (2007).
  • Vluchtige Organische Stoffen (VOS): veroorzaken smog en zijn o.a. afkomstig van oplosmiddelen, verf, lijm, cosmetica en ruitenreinigingsvloeistof.
  • Fijn Stof (PM 10, PM 2,5 en PM 0,1): luchtvervuilend, o.a. afkomstig uit het wegverkeer.
druk verkeer op snelweg

Veel van de verzurende stoffen worden over grote afstanden door de lucht verspreid en komen dan ook gedeeltelijk uit het buitenland. Iets minder dan de helft van de verzurende stoffen die in Nederland neerslaan, zijn afkomstig uit het buitenland. Daar staat tegenover dat veel verzurende stoffen van Nederlandse oorsprong, in andere landen neerdalen: Nederland 'exporteert' op zijn beurt 66 procent van de nationale SO2-uitstoot, 91 procent van NOx-uitstoot en 49 procent van de NH3-uitstoot. Er wordt bijna zes keer zo veel NOx uitgevoerd als er vanuit andere landen binnenkomt.

2.

Gevolgen

Verzuring (zure regen) is pas schadelijk als schadelijke stoffen in dermate grote hoeveelheden worden uitgestoten, dat zij een negatieve invloed hebben op bodem, water, gebouwen of vegetatie. De grens waarboven de uitstoot van verzurende stoffen schadelijk is, noemt men het 'kritische depositieniveau'. Deze kritische hoeveelheid is afhankelijk van bepaalde lokale factoren zoals bodem- en vegetatietype, maar ook bijvoorbeeld van de windsterkte als verzurende stoffen in de lucht smog veroorzaken.

Als verzurende stoffen boven het kritische depositieniveau uitkomen, worden bossen en heiden aangetast. De zuren dringen dan binnen via de bladeren en wortels. Bomen en planten worden vatbaarder voor ziekten, verdroging en andere schadelijke invloeden. Met name in de nabijheid van geconcentreerde bio-industrie (zoals varkensstallen en legbatterijen) is ammoniakschade aan dennen en sparren te zien. Dit heeft directe gevolgen voor ecosystemen in deze gebieden: aangetaste bomen en planten kunnen aanwezige dieren niet meer goed voeden. Ook hechten zure deposities zich aan oude gebouwen. Op deze wijze worden ook monumenten beschadigd, terwijl oude boeken lijden onder invloed van een hogere zuurgraad van de lucht.

Landbouw en drinkwater

Niet alleen natuurgebieden hebben last van verzuring, ook agrariŽrs lijden schade omdat gewassen in de groei geremd worden. Om boeren en bloementelers tegemoet te komen in de geleden schade, kan bij verhoogde luchtverontreiniging aanspraak worden gemaakt op een bijdrage uit het Nationaal Fonds voor Luchtverontreiniging. Ramingen gaan er desalniettemin vanuit dat de Nederlandse landbouw jaarlijks honderden miljoenen euro's schade oploopt door de groeiremming die het gevolg is van een neerslag van ozon en stikstofoxiden.

 
 ammoniakemissie in land- en tuin bouw

Ook de bodem van Nederland verzuurt. Stoffen zoals kalk en mineralen vormen zogenoemde zuurbuffers, die het zuur neutraliseren dat in de bodem terecht komt. Bij overschrijding van kritische depositieniveaus, kunnen de zuurbuffers het neergeslagen zuur niet meer afdoende weren. Wanneer de bodem verzuurt, verslechtert de kwaliteit van het grondwater. Omdat tweederde van ons drinkwater is afkomstig uit het grondwater, wordt ook ons drinkwater hierdoor aangetast.

3.

Stikstofdepositie (eutrofiŽring)

Verzurende stoffen die stikstof bevatten (ammoniak en stikstofoxiden) worden omgezet in nitraten. Op zich zijn dit essentiŽle voedingsstoffen voor planten en dieren, zoals bacteriŽn, algen en insecten. Maar door een grote uitstoot van NOx en NH3, bijvoorbeeld door overbemesting en het lozen van afvalwater, krijgt grond- en oppervlaktewater een overschot aan deze voedingsstoffen te verwerken. Deze vermesting van water noemt men eutrofiŽring.

Nitraten in het water voeden daar met name bacteriŽn en algen. Deze organismen verbruiken veel zuurstof, waardoor het zuurstofgehalte in het water afneemt. Dit heeft tot gevolg dat andere dieren niet goed meer in het water kunnen leven. Het ecosysteem zal dus overheerst worden door ťťn of enkele soorten. Dit proces noemt men de verruiging van ecosystemen. Door eutrofiŽring wordt dus de biodiversiteit aangetast.

Bovendien scheiden sommige algen (bijvoorbeeld blauwalgen) die in een zuurstofarme wateromgeving gedijen, giftige stoffen af. In dit geval is zelfs de volksgezondheid in het geding: op warme zomerdagen wordt het mensen meestal afgeraden om te zwemmen in water waarin blauwe algen gedijen. Verder produceren bepaalde bacteriŽn in zuurstofarm water onder meer waterstofsulfide, wat de geur van rotte eieren veroorzaakt.

4.

Ontwikkeling van ozon op leefniveau (smog)

Onder invloed van veel zonlicht reageren stikstofoxiden (in vluchtige organische stoffen) en koolwaterstoffen met elkaar. Hieruit ontstaat troposferisch ozon (ook "slechte ozon" genoemd omdat hij op lage hoogte aanwezig is, in tegenstelling tot de ozon op grotere hoogte, in de stratosfeer).

Normaal gesproken wordt ozon verspreid door de wind, maar als het windstil is blijft ozon op een bepaalde plek hangen. De combinatie van veel zon en stabiel weer komt vooral voor in de zomer. Het gevolg is (zomer)smog.

5.

Ontwikkelingen

Van alle verzurende stoffen is en blijft de uitstoot van NOx het meest hardnekkige probleem, omdat dit, net als CO2, een zogenaamde energiegerelateerde emissie is (dat wil zeggen dat de uitstoot toeneemt als het energiegebruik stijgt). De grootste stikstof-uitstoters zijn elektriciteitscentrales en het wegverkeer. Omdat we elke dag het licht aandoen, elektrische apparaten gebruiken en in de file staan, is de NOx-uitstoot moeilijk te bestrijden.

Verder blijft ook de uitstoot van ammoniak (NH3) problematisch. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt door mest van koeien, varkens en kippen (vermesting). De uitstoot van zwaveldioxide (SO2) is door overheidsbeleid teruggedrongen tot aanvaardbare niveaus.

Met de bomen gaat het goed, maar met het bos nog niet

Het RIVM concludeert dat verzuring sinds 1990 dusdanig is teruggedrongen dat de boomgroei nauwelijks meer geremd wordt. Met de ondergrond van de bossen gaat het echter minder goed. Door zure regen zijn veel planten verdwenen. Daarvoor in de plaats kwamen stikstofminnende of aluminium-tolerante planten, waardoor veel natuurgebieden zijn 'verruigd': er is weinig variatie in de plantengroei. Om dat effect tegen te gaan zouden de emissies nog een stuk moeten zakken.

In het kader van het 'Overlevingsplan Bos en Natuur' (OBN) van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wordt heide afgeplagd en vennen uitgebaggerd. Verzuurde waterstromen worden vervangen door schoon water uit de diepe ondergrond of een naburige beek. Hiermee zijn goede resultaten geboekt - oude flora keert terug. Overigens constateert de Universiteit Nijmegen dat ook buiten de OBN-programma's spontaan herstel optreedt. Met korstmossen en paddestoelen gaat het heel voorzichtig weer de goede kant op, en ook jeneverbessen verjongen zich weer.

6.

Maatregelen

Nederlandse overheid

Het Nederlandse beleid tegen verzuring spitst zich toe op verdere beperking van de uitstoot van NOx en Vluchtige Organische Stoffen (VOS), en op handhaving van de strenge normen die bestaan voor de uitstoot van SO2 en NH3. Het beleid heeft de volgende doelstellingen:

  • Minder uitstoot van ammoniak (landbouw)
  • Strengere normen voor de uitstoot van gasmotoren (beperkt de NOx-uitstoot)
  • Verlenging van subsidiemaatregelen waarmee NOx wordt teruggedrongen
  • Strengere normen opleggen aan de doelgroepen wegverkeer, industrie, raffinaderijen en energie

Het terugdringen van verzurende stoffen vergt een samenwerking van verschillende ministeries. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu is verantwoordelijk voor het milieubeleid. Daarnaast gaat zij ook over het mobiliteitsbeleid en over de emissies van lucht- en scheepvaart. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is onder andere verantwoordelijk voor het landbouwbeleid, voor de mestwetgeving en voor de energiemaatregelen. Verder kijkt EL&I naar de economische consequenties van emissiebeperkende maatregelen, naar de gevolgende voor landbouw, natuur en visserij en I&M naar de gevolgen ervan voor de vervoerssector.

Om verzuring te verminderen is op het gebied van landbouw gewerkt aan het afdekken van mestbassins, het verminderen van uitstoot uit stallen, en een vermindering in het uitrijden van mest. Grote industriŽle bedrijven en elektriciteitscentrales hebben energiebesparende maatregelen doorgevoerd, zijn overgeschakeld op andere brandstoffen, en hebben moeten investeren in het zuiveren van rookgassen.

7.

Europa

Binnen de Europese Unie wordt langs drie sporen gewerkt aan het verminderen van verzuring, eutrofiŽring en van de vorming van ozon en andere verzurende stoffen op leefniveau. Ten eerste worden emissierichtlijnen vastgesteld voor elke lidstaat van de EU, voor NOx, SO2 en NH3 (de zogenaamde National Emission Ceilings , of NEC-richtlijnen). Ten tweede worden door specifieke richtlijnen emissienormen vastgesteld waar bepaalde doelgroepen zich aan moeten houden, zoals voor de sector transport of de grote stookinstallaties. Ten slotte stelt de EU richtwaarden vast voor ozon (de 3e dochterrichtlijn onder de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit).

Ook heeft de Europese Commissie maatregelen voorgesteld die ertoe moeten leiden dat zwavel uit benzine verdwijnt. Het verbod op zwavel in benzine, dat in 2011 van kracht wordt, zal vele gunstige milieu-effecten hebben. Zwaveldioxide levert een belangrijke bijdrage aan de verzuring van bodem, water en lucht.

Naar aanleiding van Europese richtlijnen zal Nederland vanaf 2010 de uitstoot van diverse stoffen die tot verzuring leiden flink moeten verminderen. Ten opzichte van 1990 moest Nederland in 2010 75 procent minder zwavel uitstoten, 62 procent minder vluchtige organische stoffen, 54 procent minder stikstofoxiden en 43 procent minder ammoniak. In de komende jaren moet Nederland aan de NEC-emissieplafonds blijven voldoen.

8.

Meer weten

Internetsites

of neem contact op met

 
  • Contact
  • Home