Smog

Shanghai onder een deken van smog

Smog is een tijdelijke verhoogde luchtverontreiniging, mede onder invloed van weersomstandigheden. Er zijn twee soorten smog: zomersmog en wintersmog. Beide zijn schadelijk voor de gezondheid en voor gewassen.

De luchtkwaliteit in Nederland voldoet over het algemeen aan Europese normen. Een uitzondering hierop vormt de luchtkwaliteit langs veel snelwegen en doorgaande wegen. Deze is in sommige gevallen (voortdurend) slecht, vooral in een strook van 150 meter vanaf de vangrail. Voor mensen die vlakbij de snelweg wonen, kan luchtverontreiniging vaak erg vervelend zijn.

Inhoud

1.

Oorzaken

Zomersmog

Belangrijke componenten van zomersmog zijn stikstofoxiden, fijn stof en koolwaterstoffen, die afkomstig zijn uit de industrie en het verkeer. Een zwakke oostelijke of zuidelijke wind voert deze schadelijke stoffen meestal aan. Onder invloed van veel zonlicht reageren stikstofoxiden en koolwaterstoffen met elkaar. Hieruit ontstaat ozon (O3).

Normaal gesproken wordt ozon verspreid door de wind, maar als het windstil is, blijft ozon op een bepaalde plek hangen. De combinatie van veel zon en stabiel weer komt vooral voor in de zomer. Een andere naam voor zomersmog is fotochemische verontreiniging. Veranderende weersomstandigheden zoals regen of het draaien van de windrichting maken over het algemeen een einde aan de zomersmog.

Hoewel ozon een element is van zomersmog, heeft zomersmog niets te maken met het 'gat in de ozonlaag'. De ozonlaag bevindt zich op een hoogte van 15 tot 45 kilometer boven de aarde; op deze hoogte weert ozon de schadelijke ultraviolette straling van de zon.

Wintersmog

De belangrijkste bestanddelen van wintersmog zijn zwaveldioxide (SO2) en fijne stofdeeltjes ('aërosol'). Zwaveldioxide ontstaat onder meer bij verbranding van zwavelhoudende brandstoffen zoals olie. In Nederland zijn optrekkende dieseltrucks de grootste veroorzakers van de uitstoot van zwavel en roetdeeltjes. Aërosol is onder andere afkomstig uit zee en heeft een sterke zoutcomponent.

Bij langdurige vorst en stabiel weer ontstaat een scheiding tussen koude lucht boven het aardoppervlak en warme lucht op enkele honderden meters hoogte. De koude lucht, die zwaarder is, blijft hangen onder de warmere lucht erboven, met name tijdens koude winters. De zwaveldioxide en de stofdeeltjes krijgen dan geen kans om zich te verspreiden. Wintersmog is het gevolg. Net als bij zomersmog zorgt regen of een veranderende windrichting voor het wegtrekken van smog.

2.

Gevolgen

Zowel zomersmog en wintersmog zorgen voor veel overlast. Een toename van de concentratie ozon (zomersmog) of zwaveldioxide (wintersmog) op leefniveau is nadelig voor de gezondheid. Vooral mensen met aandoeningen aan de luchtwegen, zoals astma en cara, ondervinden last van smog. Maar ook gezonde mensen kunnen last krijgen van hun luchtwegen, longen en van irritatie van slijmvliezen en ogen. Door de verminderde werking van de longen gaat het prestatievermogen omlaag (men voelt zich moe en lamlendig).

Uit onderzoek van de universiteiten van Utrecht en Maastricht, het RIVM en TNO (oktober 2002) blijkt dat oudere mensen die wonen langs drukke wegen een verhoogd risico op vervroegde sterfte door hart- en longaandoeningen hebben. Het risico op vervroegde sterfte zou twee keer zo hoog zijn als bij mensen die leven in schonere lucht. Verder hebben kinderen langs wegen met veel verkeer meer klachten aan de luchtwegen. Tot de risicogroep behoren mensen die binnen honderd meter van een rijksweg of provinciale weg wonen, alsmede mensen die binnen vijftig meter van een drukke stadsweg wonen. Het Weense instituut voor systeemanalyse IIASA toonde in november 2004 aan dat fijn stof het hartmembraanweefsel aantast, wat kan leiden tot hartproblemen.

De mens is niet de enige die lijdt onder smog. Ozon (zomersmog) tast ook landbouwgewassen, andere vegetatie, en materialen aan. De effecten van smog op planten lijken veel op die van verzuring.

3.

Verwachte ontwikkelingen

In 2008 maakt het ministerie van VROM bekend dat de lucht in Nederland relatief schoon is, maar dat er op een paar plekken nog niet werd voldaan aan de Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide (NO2). In 2005 en 2006 werd de norm voor de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide langs drukke verkeerswegen en in het centrum van grote steden te vaak overschreden.

Veel verontreinigingen worden over grote afstanden door de lucht verspreid en komen dan ook gedeeltelijk uit het buitenland. De luchtverontreinigde stoffen in Nederland zijn voor 60-80 procent (2007) afkomstig uit het buitenland. Daar staat tegenover dat veel verzurende stoffen van Nederlandse oorsprong in andere landen neerdalen: Nederland 'exporteert' op zijn beurt 66% van de nationale SO2-uitstoot, 91% van NOx-uitstoot en 49% van de NH3-uitstoot. Er wordt bijna zes keer zo veel NOx uitgevoerd als er vanuit andere landen binnenkomt. Nederland stemt maatregelen ten aanzien van het terugbrengen van luchtverontreiniging dan ook steeds af binnen het kader van de Europese Unie.

4.

Maatregelen

In 2008 maakte het ministerie van VROM door middel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) bekend dat het Rijk bijna twee miljard euro uittrekt voor nationale en lokale maatregelen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren. In het NSL staat beschreven hoe Nederland de EU normen voor luchtkwaliteit gaat halen. Zo'n 555 miljoen euro zal besteed worden aan generieke maatregelen (zoals roetfilters voor dieselmotoren en onderzoek naar innovatieve maatregelen); 625 miljoen euro voor maatregelen rondom het wegennet (zoals flexible snelheidsbeperking en schermen) en 370 miljoen euro voor lokale maatregelen. Daarnaast worden sinds het voorjaar 2008 schone auto's fiscaal aantrekkelijker gemaakt.

Maximumsnelheid op drukke snelweggedeeltes naar 80 kilometer per uur

Maatregelen tegen verkeersoverlast hebben bovendien het voordeel dat tegelijk geluidsoverlast langs snelwegen wordt aangepakt. Zo is het sinds mei 2002 op de A13 verboden om bij de Rotterdamse wijk Overschie harder te rijden dan 80 kilometer per uur, omdat de bewoners te veel last hebben van smog en lawaai. De maatregel was een succes: het gehalte verzurende stoffen in de lucht daalde met tien tot twintig procent. Ook op de snelwegen rond Amsterdam, Utrecht en Den Haag is de maximumsnelheid 80 kilometer per uur.

Zwavelvrije brandstoffen, zuinige motoren

Mede door de invoering van de katalysator in personenauto's is de uitstoot van zwaveldioxide gedurende de jaren '90 sterk teruggebracht. In Europees verband zijn strenge richtlijnen gekomen over brandstoffen. Zo moesten grote oliemaatschappijen de afgelopen twintig jaar lood uit de benzine verwijderen en het zwavelgehalte in diesel te minderen. In 2009 mag alleen nog maar 'zwavelvrije' brandstof worden verkocht. Deze bevat minder dan 10 mg zwavel per kg brandstof.

Omdat er in het wegverkeer weinig extra milieuwinst te behalen viel, zijn de overheidsinspanningen de afgelopen jaren gericht op mindering van zwaveluitstoot in de scheepvaartsector. Uit een onderzoek van Stichting De Noordzee (2002) bleek dat de zeescheepvaart op de Noordzee verantwoordelijk is voor 13 procent van de luchtvervuiling boven Nederlandse bodem. Ook zijn de afgelopen jaren subsidies en maatregelen ingesteld die moeten zorgen van mindering van luchtvervuiling door oude vervuilende motoren in de binnenscheepvaart.

Handel in certificaten voor de uitstoot van stikstofoxiden

Om luchtvervuiling met stikstofoxiden en ozon te beperken, voert het ministerie van VROM per 2005 de emissiehandel in voor uitstootcertificaten van stikstofoxiden. De handel was voorzien voor 2004, maar het bedrijfsleven verzette zich sterk tegen een snelle invoering omdat het ministerie van VROM de noodzakelijke regelgeving nog niet op orde had.

Zorgvuldige metingen en waarschuwingsplicht bij ernstige luchtverontreiniging

De laatste jaren hebben nieuwe satellieten de luchtvervuiling in Europa en elders steeds beter in kaart weten te brengen. De Envisat-satelliet toonde in oktober 2004 dat de lucht boven de Randstad op grote hoogte tot de vuilste ter wereld behoort. Ook in 2008 behoorde de lucht boven de Randstad tot de vuilste. Noord-Brabant staat qua luchtvervuiling op de tweede plaats.

Om mensen te waarschuwen, verzorgt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dagelijks informatie over de aanwezigheid van smog in Nederland, op pagina 711 en 712 van Teletekst. Op deze pagina's kunnen mensen zien welke dichtheid smog heeft, gemeten in de concentratie van fijn stof. Als er sprake is van matige of ernstige smog, brengt het RIVM een persbericht uit.

5.

Europa

Luchtverontreiniging is in heel Europa een groot probleem. De luchtverontreiniging in en rondom grote steden als Rome en Parijs zorgt regelmatig voor gezondheidsklachten, waardoor deze steden snelheidsbeperkingen, of zelfs autovrije dagen opleggen. De Europese Commissie heeft het initiatief genomen voor een jaarlijkse Europa-brede autovrije dag eind september, waar honderden gemeenten aan deelnemen.

Omdat smogvorming een grensoverschrijdend probleem is, moet Nederland zich houden aan Europese regelgeving die aan elke EU-lidstaat voorschrijft hoeveel luchtvervuilende stoffen vanaf 2010 jaarlijks mogen worden uitgestoten. Voor Nederland liggen de plafonds op 50 ton zwaveldioxide, 260 kiloton stikstofoxiden, 128 kiloton ammoniak en 185 kiloton vluchtige organische stoffen (een combinatie van stikstofoxiden en koolwaterstoffen).

Brussel maakt veel werk van de bestrijding van luchtvervuiling, en probeert smog op diverse manieren terug te dringen:

  • De Europese Commissie heeft maatregelen voorgesteld die ertoe moeten leiden dat zwavel uit benzine verdwijnt. Sinds 2005 moeten alle benzinepompen in de EU zwavelarme benzine aanbieden. Benzine en diesel mogen vanaf januari 2009 nog maar 10 mg/kg zwavel bevatten. Het is de bedoeling dat in 2011 een totaalverbod op zwavelhoudende benzine van kracht wordt.
  • De Europese Commissie heeft in januari 2003 voorstellen gedaan om vanaf 2007 strengere milieueisen door te voeren voor verven en lakken. Hiermee zouden de hoeveelheden vluchtige organische verbindingen met zo'n 50 procent verminderen, waardoor ozonvorming minder kans krijgt. Met ingang van 1 januari 2007 zijn alle verfproducenten verplicht op verfproducten een aanduiding te zetten waaruit blijkt hoeveel (schadelijke) oplosmiddelen in de betreffende verf zit.
  • Het Europees Parlement heeft in januari 2002 ingestemd met een richtlijn die de uitstoot van ozon op leefniveau binnen de Europese Unie drastisch moet verminderen.
  • De EU overweegt maatregelen zeeschepen te verplichten overal in Europa zwavelarme brandstof te tanken. In de Noordzee zijn alle zeeschepen sinds 11 augustus 2007 verplicht om te varen op zwavelarme brandstof.

Meer weten

Internetsites

Naslagwerken

Of neem contact op met

 
  • Contact
  • Home