Afvalverwerking

Afval
Bron: euobserver.com

In een klein, maar welvarend land als Nederland is afval een groot probleem. De hoeveelheid afval afkomstig van huishoudens, de industrie en de bouw neemt met de stijging van de welvaart en het bevolkingsaantal alleen maar toe.

Hoe verantwoord het verwerken van afval ook gebeurt, het brengt altijd een belasting van het milieu met zich mee. De verwerking van afval kost energie en het afval komt altijd voor een deel in de lucht, het water of de grond terecht. Daardoor is het voorkomen van afval het belangrijkst, daarna pas het stimuleren van een verantwoorde verwerking ervan, bijvoorbeeld hergebruik.

Wanneer de grond sterk verontreinigd is met bepaalde afvalstoffen moet deze gesaneerd worden. Voor bodemsanering is een apart beleid ontwikkeld.

Inhoud

1.

Oorzaken

Waar komt al dat afval vandaan?

Nederlanders consumeren heel veel. Over de afgelopen 20 jaar is de consumptie met wel veertig procent gestegen. Tijdens de productie van consumptie-artikelen ontstaat er industrieel afval. Eenmaal bij de consument aangekomen worden veel artikelen (en hun verpakking) na verloop van tijd weggegooid. Zo ontstaat er huishoudelijk afval. In 2011 werd bij de Nederlandse huishoudens 4,7 miljoen ton afval opgehaald. Dan is er bijvoorbeeld nog de bouw, die voor sloopafval zorgt.

Jaarlijks produceert Nederland ongeveer 60 miljoen ton afval. Dit is voor 27 procent van de industrie afkomstig, voor 15 procent van de huishoudens en voor 40 procent van de bouw. De landbouw wordt hier niet genoemd omdat mest apart van regulier afval wordt behandeld.

Er is steeds meer afval

Er wordt steeds meer afval geproduceerd. Hoewel tussen 1990 en 1994 de hoeveelheid afval min of meer gelijk bleef was er vanaf 1994 sprake van een forse groei. Dit kwam met name door de sterke toename van de hoeveelheid huishoudelijk afval en bouw- en sloopafval. De afgelopen 60 jaar is de hoeveelheid afval per inwoner maar liefst verviervoudigd. Opvallend is dat de hoeveelheid industrieel afval ten opzichte van 1990 nauwelijks is toegenomen. Dit komt deels door verbeterde hergebruiktechnieken, die buiten de gebruikelijke afvalverwerkers om plaatsvinden, maar ook deels doordat steeds meer producten die wij consumeren afkomstig zijn van industrieën in andere landen. Vanaf 2000 is er sprake van een afvlakking van de groei van de hoeveelheid afval.

Waar gaat al dat afval heen?

In 2011 werd ongeveer 80 procent van het afval gerecycled, 12 procent verbrand, 2 procent gestort (op land) en 2 procent vergist of gecomposteerd .

2.

Gevolgen

De verschillende verwerkingsmethodes op een rijtje

Storten en lozen zijn het schadelijkst voor het milieu. Stoffen komen direct in de grond en het water terecht, maar ook in de lucht, want rottingsprocessen in stortplaatsen zorgen onder ander voor de uitstoot van methaan. Verbranding zorgt ook voor vervuiling. Maar strenge milieuregels over wat voor stoffen er in producten mogen zitten en wat voor filters verbrandingsinstallaties hebben, maken verbranden steeds minder schadelijk. Ook kan duurzame energie opgewekt worden bij het verbranden van afval.

Hergebruik is het beste voor het milieu maar nog steeds minder goed dan geen afval: afval voorkomen is dus het beste. Het herbruikbaar maken van materialen kost namelijk energie en het schoonmaken vervuilt water. Bij het recyclen van glas is er een milieuwinst van 25 procent op de energie die de productie van nieuw glas kost. Het is dus heel goed om glas in de glasbak te gooien. Net zo belangrijk is het om te bedenken dat een product hergebruiken niet hetzelfde is als het niet gebruiken .

De bijdrage aan milieuproblemen

Door de emissie van methaan en CO2 leveren de afvalverwijderingsbedrijven een bijdrage aan het broeikaseffect. De meeste stoffen die een effect hebben op de ozonlaag worden nu verantwoord verwerkt, dus hier hebben afvalverwijderingsbedrijven steeds minder invloed op.

Als er schadelijke stoffen in het afval zitten kunnen deze door de verwerking van het afval verspreid worden en omliggende ecosystemen vergiftigen. Vooral in het verleden is de verwerking soms weinig zorgvuldig geweest, waardoor we nu met een erfenis zitten van vervuilde grond, water en lucht. Daarnaast draagt afval behoorlijk bij aan stank.

3.

Maatregelen

Het afvalbeleid is erop gericht prioriteit te geven aan bepaalde verwerkingswijzen. Deze verwerkingswijzen zijn gerangschikt in de 'Ladder van Lansink' (naar de politicus Ad Lansink, die hiervoor in 1979 een motie indiende).

De volgorde was daarbij:

  • 1. 
    preventie van afval (hoogste prioriteit)
  • 2. 
    zo hoogwaardig mogelijk hergebruik
  • 3. 
    verbranden van (brandbaar) afval, bij voorkeur met energiebenutting
  • 4. 
    storten en lozen (de minst gewenste oplossing)

Subsidies en fiscale regelingen

Subsidies maken milieuvriendelijk gedrag economisch gezien aantrekkelijker. Een voorbeeld is de Subsidieregeling Aanpak Zwerfafval (SAZ) die wordt verstrekt om Nederland zichtbaar en meetbaar schoner te maken.

Regels en heffingen

Ook worden er heffingen en boetes geheven over het storten en lozen van afval, en bestaan er stortverboden. In sommige gemeentes betalen de consumenten zelfs voor het gewicht van het huishoudelijk afval dat ze buiten zetten. Daarnaast zijn er strenge regels over het sorteren van schadelijke stoffen uit het afval en het gebruik van goede filters bij het verbranden van afval.

Verwijderingsbijdragen

Bij de aankoop van nieuwe elektrische huishoudelijke apparatuur betaalde de klant sinds januari 1999 een verwijderingsbijdrage. Winkeliers waren hierdoor verplicht om oude apparatuur in te nemen als er een soortgelijk nieuw apparaat werd aangeschaft. Gemeentes moesten apparaten ook zonder de aanschaf van een nieuw exemplaar innemen. Ondertussen zijn veel verwijderingsbijdragen gedaald en sommige verwijderingsbijdragen op elektrische apparaten zijn zelfs helemaal afgeschaft.

4.

Ontwikkelingen

De verschillende verwerkingsmethodes

In 1990 werd er in Nederland nog 14 miljard kilo afval gestort, in 2008 was dat nog maar 1,7 miljard kilo. In plaats van storten wordt afval nu meer ingezet voor hergebruik en verbranding. Het doel was dat in 2000 80 procent van het afval hergebruikt zou worden, maar dit werd uiteindelijk 77 procent.  In 2008 werd 84 procent van al het afval gerecycled. Er werd in 2008 7,7 miljard kilo afval verband, vergeleken met 3,9 miljard kilo in 1990. Slechts 0,6 procent van al het geproduceerde afval werd in 2008 geloosd.

Kosten

Steeds meer afval wordt gescheiden opgehaald. Dit is duur. Ook door de strenge regels over emissies vanuit het afval naar de bodem, het water en de lucht zijn de kosten van storten en verbranden meer dan verdubbeld in de afgelopen 20 jaar.

De toekomst

Onder verantwoordelijkheid van het ministerie van VROM (zoals het toen nog heette) trad in 2002 het Landelijk Afvalbeheersplan (LAP) in werking. Hierin formuleerde VROM het overheidsbeleid voor de daarop volgende jaren. Storten zou moeilijker worden gemaakt, door de stortbelasting stapsgewijs te verhogen. Verder zou meer nadruk gelegd worden op de opwekking van energie voor het elektriciteitsnet, als afval verbrand wordt. Daarnaast zou aan de preventie van afval nog steeds hoge prioriteit worden gegeven.

In december 2009 trad het Landelijk afvalbeheerplan (2009-2021) in werking. Dit beschrijft het afvalbeleid voor zes jaar met een doorkijk naar 2021. Hieronder vallen in principe alle afvalstoffen waarop de Wet milieubeheer van toepassing is. Uitgezonderd zijn: radioactief afval, baggerspecie, mestoverschotten, destructieafval en afvalwater. De beleidsdoelen zijn:

  • 1. 
    Het stimuleren van preventie van afvalstoffen; totaal afvalaanbod niet meer dan 68 Mton in 2015 en 73 Mton in 2021
  • 2. 
    Het verhogen van het aandeel nuttige toepassingen van afvalstoffen naar 85% in 2015
  • 3. 
    Het verhogen van het aandeel nuttige toepassingen van huishoudelijk afval naar 60% in 2015
  • 4. 
    Het tot nul reduceren van het storten van brandbaar afval in 2012
  • 5. 
    Het reduceren van 20% milieudruk in 2015 voor zeven specifiek geselecteerde afvalstromen

Het is denkbaar dat op den duur Nederlands afval buiten de landsgrenzen wordt verwerkt. Voor hergebruik gelden nu al bijna geen beperkingen bij de in- en uitvoer van afvalstoffen. Bij verbranding zouden andere landen eerst dezelfde strenge regels die Nederland op installaties toepast, moeten overnemen. En het storten van afval zal altijd binnen de landsgrenzen blijven gebeuren.

5.

Europa

Een groot gedeelte van de nationale afvalwetgeving is afgestemd op Europese regels. In de Europese Unie gelden minimumnormen voor de kwaliteit van afvalverwerkingsinstallaties, het omgaan met gevaarlijk (chemisch) afval, de verwerking, het transport en het storten van afval. Ook vuilnisbelten moeten voldoen aan Europese milieurichtlijnen. Als lidstaten niet voldoen aan de Europese regelgeving, kan de Europese Commissie procedures aanspannen bij het Europese Hof van Justitie. Zo kreeg Griekenland in 2000 een boete, omdat een illegale chemische afvalberg in Kreta niet werd opgeruimd.

Schadelijke stoffen

Het beleid rond het vervoer en de verwerking van gevaarlijke stoffen wordt nu volledig in Brussel bepaald. De Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen bepaalt of een stof als afval gekenmerkt kan worden. De Europese Verordening op de Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA) regelt het afvaltransport en de afvalverwijdering tussen de grenzen.

Een belangrijke Europese richtlijn, die in 2002 van kracht is geworden, betreft de Europese afvalstoffenlijst (Eural). In deze lijst wordt bepaald wanneer een afvalstof gevaarlijk is. De lijst met ongeveer 800 afvalstoffen vervangt het (Nederlandse) Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen (BAGA). Met de Europese richtlijn maakt Brussel nu een systematisch onderscheid tussen gevaarlijke en ongevaarlijke afvalstoffen binnen de hele Europese Unie.

 
grafiek met afvalproductie en wijze van verwerking

6.

Meer weten

Internetsites

Of neem contact op met

 

Inhoud

  • Contact
  • Home