Voorstel nieuwe stankwet biedt gemeenten meer vrijheid - Hoofdinhoud

13 februari 2006

Staatssecretaris Pieter van Geel (Milieu) heeft vandaag de Wet Geurhinder en Veehouderij naar de Tweede Kamer gestuurd. De nieuwe wet bepaalt op welke manier geur (stank) van veehouderijstallen in de milieuvergunning moet worden beoordeeld. De wet geeft plattelandsgemeenten relatief veel vrijheid om zelf stanknormen vast te stellen, afhankelijk van de lokale situatie. In gebieden met veel veeteelt (mestproductie), mogen de stanknormen ruimer gesteld worden.

De nieuwe wet heeft als uitgangspunt dat veehouders niet te veel beperkt mogen worden als zij willen uitbreiden. Tegenwoordig zijn normen in plattelandsgemeenten soms zo streng dat agrariërs nauwelijks ruimte hebben om uit te breiden met nieuwe varkens of koeien. Ook zien veel gemeenten in bijvoorbeeld Brabant en Limburg hun plannen voor nieuwbouwwoningen gedwarsboomd door de stankwetten: de omliggende boerderijen produceren zo veel mest (en dus stank) dat potentiële nieuwe wijken in "stankcirkels" liggen.

De nieuwe wet geldt voor heel Nederland. "De nieuwe wet vervangt de oude, starre en ingewikkelde stankregelgeving met bijbehorende stankcirkels. De wet betekent een sterke vereenvoudiging en is daarnaast flexibeler," aldus Van Geel.

Bron: Persbericht ministerie van VROM, 10 februari 2006


  • meer over stank