Minder vogelslachtoffers door windmolens dan aangenomen - Hoofdinhoud
In tegenstelling tot wat wordt aangenomen, maken moderne windmolens nauwelijks méér vogelslachtoffers dan oudere, kleinere exemplaren. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van energiebedrijf Nuon, in samenwerking met Vogelbescherming Nederland.
Het rekenmodel dat tot op heden wordt gebruikt, blijkt voor moderne windturbines in Nederland te veel aanvaringsslachtoffers te voorspellen. Nieuw veldonderzoek bij drie moderne windparken van Nuon wijst uit dat er gemiddeld 28 aanvaringsslachtoffers per jaar per turbine vallen. Dat is ruim drie keer minder dan tot op heden is aangenomen. Uitgaande van zon 1.700 windmolens in Nederland betekent dat zon 50.000 vogelslachtoffers per jaar. Ter vergelijking: alleen al door het wegverkeer vallen er in Nederland naar schatting zon twee miljoen vogelslachtoffers.
Verder toont het onderzoek aan dat grote moderne windmolens met een vermogen van meer dan 1,5 MW maar iets meer slachtoffers veroorzaken dan de veel kleinere, vaak gedateerde windmolens van 300 kW. Tegelijkertijd produceren de grote turbines vijf- tot tienmaal méér elektriciteit dan de kleinere molens.
De uitkomsten van het onderzoek zijn een waardevolle aanvulling op de belangrijkste onderzoeksliteratuur van de afgelopen twintig jaar. Vogelbescherming Nederland wil als expert op het gebied van vogelonderzoek haar kennis over de invloed van windmolens op vogels up-to-date houden. Vanuit die belangen besloten Nuon en Vogelbescherming Nederland het nieuwe onderzoek te formuleren. Het onderzoek werd gefinancierd door Nuon en uitgevoerd door Bureau Waardenburg en Alterra, twee gespecialiseerde onderzoeksbureaus.
Bron: Persbericht Vogelbescherming Nederland, 5 juli 2005