CPB: Windmolens mogelijk rendabel vanaf 2025 - Hoofdinhoud
Als alle vormen van duurzame energie worden vergeleken, dan zijn windmolens op zee de goedkoopste producenten van elektriciteit. Zonne-energie en het bijstoken van biomassa in elektriciteitscentrales zijn minder rendabel. Niettemin zal het minstens tot 2025 duren voordat windmolens de prijsconcurrentie kunnen aangaan met aardolie, aardgas en kolen. Tot die tijd moeten commerciële partijen subsidie krijgen voor een rendabele exploitatie. Dit blijkt uit een studie van het Centraal Planbureau (CPB) dat gisteren is gepubliceerd.
Minister Brinkhorst van Economische Zaken streeft ernaar om 60 windmolenparken in de Noordzee te bouwen waarmee jaarlijks 6000 megawatt wordt opgewekt. Deze capaciteit dekt 15 procent van de jaarlijkse vraag naar elektriciteit in Nederland. De minister ging uit van een bouwperiode tot 2020, maar het CPB adviseert de minister een planning met 2030 als deadline. De aanloopverliezen bij het bouwen van windmolens zullen hoog zijn en omdat technologie zich door de tijd heen perfectioneert, lijkt het raadzamer om de investeringen te spreiden over een langere periode.
Brinkhorst ziet in de studie van het CPB een aanmoediging voor zijn plannen om door te gaan met windmolenparken op zee. Hij wil 1 miljard euro uit de aardgasbaten gebruiken om de subsidie op windmolenparken nieuw leven in te blazen. Op deze wijze moeten windmolens in 2010 zo'n 700 megawatt aan elektriciteit leveren, waarmee de Europese doelstelling van 9 procent duurzaam opgewekte elektriciteit per 2010 gehaald wordt. In mei 2005 had de minister de subsidie stopgezet, omdat er zo veel belangstelling was dat de kosten niet meer te overzien waren.
Bron: Persbericht CPB, 19 september 2005; Subsidies.nl, 20 september 2005