Milieubeleid

Windmolens © PHOTOCREO Michal Bednarek
Bron: Shutterstock

De Europese Unie streeft naar bescherming en verbetering van het milieu. Dat is in het belang van de huidige én toekomstige bewoners van Europa.

Vervuiling trekt zich niets aan van landsgrenzen. Daarom is de bestrijding van problemen zoals water- en luchtverontreiniging alleen mogelijk als landen samenwerken. In Europa wordt dan ook steeds meer samengewerkt op dit gebied. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met andere belangen, zoals werkgelegenheid.

Een groot deel van de Nederlandse milieuwetgeving is het gevolg van Europese voorschriften.

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De meeste milieuproblemen zijn grensoverschrijdend. Zo zorgen Nederlandse bedrijven en het Nederlandse wegverkeer voor luchtvervuiling die gedeeltelijk terechtkomt in onze buurlanden. Andersom werkt het ook: Nederland heeft bijvoorbeeld te maken met rivierwater uit de Maas en de Rijn dat vervuild is door industrieën in België, Duitsland en Frankrijk. De uitstoot van broeikasgassen zorgt zelfs voor problemen die wereldwijde gevolgen kunnen hebben.

Europese Unie

De Europese Gemeenschap, de voorloper van de EU, zag veertig jaar geleden in dat een gemeenschappelijke aanpak van milieuproblemen noodzakelijk was om lucht en water binnen Europa zo schoon mogelijk te houden. In 1972 stelde de Europese Commissie het eerste Milieu Actieprogramma op. Inmiddels wordt een belangrijk deel van de Nederlandse milieuwetgeving bepaald door Europese milieurichtlijnen.

Een Europese aanpak van milieuproblemen ligt niet alleen voor de hand omdat veel van die problemen grensoverschrijdend zijn; het is ook in het belang van een vrije en eerlijke concurrentie.

Als in één land veel strengere milieu-eisen zouden gelden dan in andere lidstaten, zouden bedrijven in dat 'strenge' land benadeeld worden ten opzichte van concurrenten in het buitenland. Omgekeerd geldt dat bedrijven in een land dat soepele milieuregels hanteert, in het voordeel zouden zijn tegenover producenten in andere lidstaten. Volgens de EU stimuleren strikte milieunormen ook de innovatie en bieden ze zo nieuwe kansen voor het bedrijfsleven. Hoewel een uniforme aanpak het uitgangspunt is, kan in bepaalde gevallen rekening worden gehouden met plaatselijke omstandigheden.

2.

Milieuactieprogramma's

Milieuactieprogramma's (MAP's) geven sinds 1973 richting aan het milieubeleid van de EU. Het meest recente programma is het Zevende Milieuactieprogramma, dat voor de periode 2012-2020 geldt. Het is de opvolger van het Zesde Milieuactieprogramma, dat gold van 2002 tot 2012. In november 2012 presenteerde de Europese Commissie het programma onder de titel van 'Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet'. Het Europees Parlement en de Raad hebben het in respectievelijk oktober en november 2013 goedgekeurd. Het Milieuactieprogramma richt zich op een aantal specifieke onderwerpen:

Klimaatverandering

De Europese aanpak van klimaatverandering richt zich op een beperking van de uitstoot van broeikasgassen en de controle van die uitstoot door middel van een bewakingssysteem. De uitstoot van broeikasgassen moeten in 2020 met 20% zijn beperkt.

Duurzame ontwikkeling

Het beleid van de EU moet gericht zijn op duurzame ontwikkeling. Dit speerpunt strekt zich dus uit naar andere beleidsterreinen, zoals economisch en sociaal beleid. De gedachte hierachter is vooral dat huidige (economische) groei geen negatieve invloed mag hebben op toekomstige generaties. Daarom is het goed om op verschillende terreinen rekening te houden met milieumaatregelen.

Beheer van afvalstoffen

De hoeveelheid afval binnen de EU is zeer groot - bijna 2 miljard ton per jaar - en blijft maar stijgen. Het voorkomen van het ontstaan van afval door middel van recycling wordt gezien als de beste oplossing. Het beleid richt zich op gevaarlijke afvalstoffen, afvalstoffen van consumptiegoederen, industriële emissies en radioactieve afvalstoffen.

Luchtverontreiniging

Naast de bestrijding van broeikasgassen richt de Europese milieuwetgeving zich op een verbetering van de luchtkwaliteit, omdat luchtverontreiniging kan leiden tot gezondheidsklachten en schade aan het milieu. Hiertoe zijn grenswaarden ingesteld voor de concentratieniveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht, benzeen, koolmonoxide en ozon. Maatregelen zijn ook bedoeld voor de energie-, landbouw- en vervoersector.

Waterbeheer en -bescherming

Voor de bescherming van wateren in de EU wordt geprobeerd verontreiniging te voorkomen, duurzaam gebruik van water te bevorderen, de toestand van waterecosystemen te verbeteren en gevolgen van overstromingen of juist periode van droogte zo laag mogelijk te houden. Lidstaten moeten een analyse afgeven van ieder stroomgebied, zodat een beheersplan kan worden opgesteld.

Natuurbescherming en biodiversiteit

Ter bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten heeft de EU het zogenaamde Natura 2000-netwerk opgesteld. Het doel is zowel binnen als buiten de EU inzet te tonen voor biodiversiteit, verbetering van ecosystemen en duurzaamheid binnen landbouw, bosbouw en visserij.

Bodembescherming

Problemen als bodemerosie, grondverschuivingen en bodemverontreiniging, vallen onder dit thema. Bodemaantasting is een ernstig probleem in Europa, dat wordt veroorzaakt door land- en bosbouw op basis van ongeschikte methodes, industrie, toerisme, stedelijke groei en bouwactiviteiten. De gevolgen zijn groot en kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid van Europese burgers, alsook voor de voedsel- en diervoederveiligheid. De Europese Commissie probeert daarom onderzoek naar bodembescherming en bodemfuncties te ondersteunen.

Geluidshinder

Corrigerende maatregelen die op sommige bronnen van geluidshinder van toepassing zijn, en een algemene aanpak voor het beheer van omgevingslawaai, zijn de kernpunten van dit beleidsthema. Hierbij kan worden gedacht aan geluidshinder van vliegvelden en spoorwegen, maar ook aan lawaai uit huiselijke kring, lawaai op de arbeidsplaats, en lawaai van militaire activiteiten.

Raad van Europa

Niet alleen de Europese Unie waakt over het milieubeleid. Ook de 45 lidstaten van de Raad van Europa hebben onderlinge afspraken gemaakt op het gebied van landschapsbehoud, biodiversiteit en rampenbestrijding. Deze afspraken zijn vastgelegd in Conventies en worden op verschillende manieren uitgevoerd. Zo heeft de Raad van Europa bijvoorbeeld in samenwerking met Afrikaanse landen programma's ontwikkeld om onder meer trekvogels te beschermen. Ook reikt de Raad van Europa een Diploma uit waarmee de bescherming van bedreigde natuurgebieden wordt ondersteund.

Lees meer

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Het initiatiefrecht voor nieuwe voorstellen berust bij de Europese Commissie. Eerstverantwoordelijken zijn de Eurocommissaris voor Milieu, maritieme zaken en visserij en de Eurocommissaris voor Klimaatactie en energie:

Daarnaast toetst de Eurocommissaris voor Betere regelgeving, inter-institutionele relaties, duurzame ontwikkeling, rechtsregels en fundamentele rechten of voorstellen afdoende rekening houden met duurzaamheidscriteria.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure. Voor voorstellen over de ruimtelijke ordening, waterbeheer en bodembestemming geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Fiscale maatregelen worden besloten volgens de procedures die gelden voor fiscaal beleid.

De raadsformatie die beslist over het Milieubeleid is de Raad Milieu. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

In het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Voor de gewone wetgevingsprocedure geldt dat als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure afsluit. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

In gevallen waarin het Europees Parlement en de Raad niet tot overeenstemming weten te komen, wordt met behulp van een bemiddelingscomité naar een uitkomst gezocht.

4.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

United Nations Environment Programme

Overig

  • Contact
  • Home