Milieuloket:
Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ)
Submenu:
Nieuws-items bij Hof van Justitie van de Europese ...
-
15-07'Maastricht mag toegang tot coffeeshops verbieden voor personen die niet in Nederland wonen'
-
10-06Ambtsaanvaarding door een nieuwe rechter in het Hof van Justitie van de Europese Unie
-
07-05„Open dag” bij het Hof van Justitie van de Europese Unie
-
06-05EU-instellingen houden open huis
-
16-03Hof stelt opleidingsvergoeding voor jonge spelers verplicht
-
16-03Voorlopig geen loonsverhoging EU-ambtenaren
-
12-03NL: Toelatingseisen gezinshereniging en gezinsvorming gelijkgetrokken
-
09-03Hof acht veroorzakers milieuverontreiniging Sicilië financieel verantwoordelijk voor schade (en)
-
02-03Europese Hof van Justitie: 'EU-landen mogen iemand statenloos maken'
-
25-02Hof beoordeelt extra kosten voor ziekenhuisbezoek in het buitenland tegenstrijdig met vrij verkeer van diensten (en)
Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) - Hoofdinhoud
Het in 1952 opgerichte Hof van Justitie van de Europese Unie moet ervoor zorgen dat de wetten en regels die in Europa gemaakt worden, goed worden toegepast. De Europese wetten moeten in alle landen hetzelfde worden uitgevoerd, zodat het niet uitmaakt of je in Nederland of in Polen woont. Het Hof van Justitie kijkt daarom bijvoorbeeld ook of rechters in Nederland de Europese wetten wel goed toepassen.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie omvat drie rechtsprekende instanties: het Hof van Justitie, het Gerecht (opgericht in 1988) en het Gerecht voor ambtenarenzaken (opgericht in 2004).
Zowel in het Hof van Justitie als het Gerecht zit een Nederlands lid.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Sinds de oprichting van het Hof in 1952 waren de volgende Nederlanders er rechter in het Hof of advocaat-generaal:
Advocaat-generaal
▪ P. VerLoren van Themaat (advocaat-generaal van 4 juni 1981 tot 13 januari 1986)
Rechter
▪ C.W.A. Timmermans (rechter van 7 oktober 2000 tot 1 juni 2010)
▪ T. Koopmans (rechter van 29 maart 1979 tot 29 maart 1990)
▪ A. van Kleffens (rechter van 10 december 1952 tot 10 oktober 1958), broer van E.N. van Kleffens (minister van 1939-1947)
Het Hof is opgericht in 1952 met het Europese Verdrag voor Kolen en Staal. De taak van het Hof is onveranderd gebleven: het toezien op de toepassing en uitleg van de Europese verdragen. Hiermee is de geschiedenis van het Hof er vooral een van haar uitspraken.
In 1963 stelt het Hof in het "Van Gend & Loos" arrest dat Europese burgers, bedrijven of instellingen zich bij hun nationale rechter kunnen beroepen op Europese regelgeving. Europese regels hebben rechtstreekse werking. Met de Europese verdragen dragen de lidstaten een stuk soevereiniteit over aan het Europese niveau. Er bestaat dus een Europese rechtsorde, naast de nationale rechtsordes van de lidstaten.
In 1964 volgde het arrest Costa/ENEL. Dit bevestigde wat het Hof een jaar eerder had vastgesteld, en bouwde er op voort. Als nationale regels in strijd zijn met Europese regels dan gelden de Europese. Dit is het principe van het voorrang van het gemeenschapsrecht. Dit was volgens het Hof nodig om ervoor te zorgen dat de eigen gemeenschappelijke Europese rechtsorde in alle lidstaten hetzelfde wordt uitgelegd.
In 1978 worden deze principes verder aangescherpt door het Simmenthal arrest. Ten eerste moeten nationale regels worden aangepast op het moment dat er conflicterende Europese regels van kracht worden. Verder mogen lidstaten ook geen nieuwe regels maken die in strijd zijn met geldende Europese regels.
Het correct toepassen van regels raakte de kern in een zaak tegen Nederland in 1990, over het Bird Directive. In het arrest stelt het Hof dat in het geval van richtlijnen de lidstaten de ruimte krijgen het doel naar eigen inzicht te bereiken, maar dat er grenzen zitten aan die ruimte. Des te algemener een richtlijn van aard is, des te meer vrijheid de lidstaat heeft om deze zelf in te vullen. Gaat het om vrij specifieke regelgeving, dan moet de tekst vrij nauwgezet worden gevolgd.
In 2007 speelde een zaak tussen de Raad van Ministers en de Europese Commissie over wie het recht tot handhaving van de regels heeft. De Raad stelde dat zij in dit geval daar als enige toe bevoegd was. Het Hof oordeelde anders. Het beleid in kwestie wordt in de basis op Europees niveau geregeld, en daarmee ligt de verantwoordelijkheid van de goede uitvoer van een richtlijn die daar op gebaseerd is ook op Europees niveau. Als lidstaten overtredingen niet vervolgen, dan mag de Commissie in dit soort gevallen lidstaten dwingen overtreders van regels te vervolgen. Het Hof gaf wel te kennen dat de daadwerkelijke vervolging van een overtreder en de uiteindelijke strafmaat een zaak is van lidstaten, en niet van de Europese Unie.
Ook op meer inhoudelijke punten deed het Hof in de jaren soms zeer belangrijke uitspraken. Met die uitspraken verankerde het Hof bepaalde rechten. Voorbeelden zijn het recht op gelijke beloning van mannen en vrouwen (arrest Defrenne uit 1976), het recht dat inwoners van de ene lidstaat onder dezelfde voorwaarden van diensten gebruik moeten kunnen maken in een andere lidstaat (arresten Cowan uit 1989 en Kohll uit 1998), het recht op vakantie met behoud van loon (arrest BECTU uit 2001), het recht op vrij verkeer van goederen binnen de EU - zolang de producten aan de wettelijke eisen voldoen (arrest Cassis de Dijon uit 1979) en het recht op vrij verkeer van werknemers (Bosman arrest) .
Volgens velen is het Hof één van de drijvende krachten achter de Europese integratie. Haar uitspraken zouden vooral in het voordeel spreken van de Europese, supranationale, aanpak. Dit geldt zowel waar het gaat om het formuleren van algemene rechtsprincipes, als bij veel inhoudelijke zaken. Er zijn echter ook voorbeelden waar het Hof regelgeving in de Europese Unie beperkte. Zo heeft het Hof een aantal richtlijnen naar de prullenmand verwezen omdat de Commissie niet voldoende duidelijk had gemaakt waarom iets Europees geregeld moest worden, in plaats van het over te laten aan de lidstaten zelf.
Het Europees Hof van Justitie kreeg het, vooral vanwege de uitbreiding van de bevoegdheden van de EU, in de loop der jaren steeds drukker. Om het Hof te ontlasten werd in 1988 het Gerecht van eerste aanleg opgericht (nu het Gerecht geheten). In 2004 kwam daar een Gerecht voor ambtenarenzaken bij, waar alle Europese ambtenaren met hun klachten terecht konden.